dinsdag 4 augustus 2026

On a souvent besoin d’un plus petit que soi

Deze wijsheid komt uit een fabel van Jean de la Fontaine, de leeuw en de rat. Het is een oprechte aansporing om nederig te blijven en er zich bewust van te zijn dat we soms hulp nodig hebben van iemand die ‘kleiner’ is. Het voordeel van het gebruik van de fabel als verhaal genre is hier dat het wel duidelijk is dat de rat kleiner is dan de leeuw; kwantitatief kan dat alvast niet ontkend worden.

Maar er is een probleem als we dit principe toepassen op onze medemens, zoals bij fabels de bedoeling is. De titelzin bevat immers een impliciete veronderstelling, namelijk dat er wel wat mensen bestaan die ‘kleiner’ zijn dan wij. In puur werelds opzicht is dat misschien wel zo, als we tenminste meten met de gebruikelijke oppervlakkige criteria als inkomen, aanzien, bekendheid, schoonheid en gezondheid. Maar in de christelijke leer zijn we allemaal voor God gelijk en bestaat er dus helemaal geen plus petit que soi! Forget the ranking! Ook al is de uitspraak misschien oprecht, ze verraadt subtiel een hoogmoedige ingesteldheid van de spreker.

Dat is ook wat het verhaal van de barmhartige Samaritaan wil zeggen. Je kan hulp nodig hebben van iemand waarvan je denkt dat die de mindere is, maar die blijkt dat uiteindelijk helemaal niet te zijn. Integendeel, de Samaritaan was -in werelds opzicht- bemiddeld genoeg om jouw verblijf te betalen nadat je zelf beroofd was. Bovendien was hij als mens goed en barmhartig. Het oppervlakkig oordeel van kleinheid dat je over de Samaritaan geveld had, zat dus helemaal fout.

Vandaag 4 augustus gedenken we Jean-Marie Vianney, de pastoor van Ars. Het was in alle opzichten een kleine man, zowel wat betreft gestalte als wat betreft talenten, eigenlijk de meest gewone dorpspastoor van een afgelegen dorp. Kan je vandaag nog minder aanzien genieten? Toeristen in West-Vlaanderen vragen zich wel eens af wie dat vreemde kereltje is als zij zijn beeltenis zien. In de Kerk is hij de patroon van alle zielzorgers geworden, en daarmee impliciet ook van pausen en bisschoppen.

Hoewel de kerkelijke hiërarchie bij definitie van het woord natuurlijk wel een ranking kent, is dat niet zo in haar erkenning van heiligheid van mensen en van immateriële waarden. De pastoor van Ars is vandaag misschien minder bekend of minder vereerd maar hij is even heilig als Petrus of paus Johannes Paulus II. Dat geldt ook zo voor vieringen. De kleinste eucharistieviering in het meest achterlijke dorpje is even heilig als de grootste eucharistieviering met de paus in Rome. Als deelnemer zit je overal even goed. Er is niemand in Rome die daaraan twijfelt. De gelijkheid voor God manifesteert zich op die manier ook reeds in onze aardse werkelijkheid. En dat is net zo mooi. 

Image by dozemode from Pixabay 

dinsdag 28 juli 2026

De Trein der Traagheid


Deze novelle van Johan Daisne stond geboekstaafd als model voor het magisch realisme. Het was verplichte lectuur voor de leerlingen van het Sint-Albertuscollege te Heverlee-Haasrode. Het is een verhaal waarin de schrijver / lezer telkens opnieuw zichzelf ontmoet. Ik dacht er in mijn verdere leven vaak aan terug, en dan vooral om uit te maken of aankomende belangrijke gebeurtenissen mij op dat moment vooral vervulden van inertie of van psychisch automatisme.

Leek het magisch realisme mij eerst bevreemdend, zo vloeien magie en werkelijkheid nu steeds meer samen, zodat het magische realisme meer en meer een pleonasme is gaan worden. Bevreemdend is eerder hoe mijn waarneming van de werkelijkheid steeds meer gefocust is geraakt op het vergankelijke, het transitoire, de passages van mijlpalen en de ontwikkeling van intergenerationele liefde.

Ik denk er wel eens aan wanneer ik vanuit Heverlee de trein naar Waver neem, of wanneer ik 's avonds terugkeer. Un soir, un train.

Foto bron: https://fine-arts-museum.be/nl/de-collectie/paul-delvaux-avondtrein 

dinsdag 21 juli 2026

Het teken aan de wand


In the Armed Man stelden we al vast dat we in een tijd leven waarin zelfs journalisten zich voorstander tonen van bewapening en oorlog, zoniet van krachtige oorlogsretoriek. Men zou kunnen denken dat dit enigszins ongewoon is, omdat de doorgaans links getypeerde journalisten weinig ophebben met de retoriek van rechtse ijzervreters. De constante is wel dat in tijden van economische achteruitgang, onheilsprofetieën populair zijn, en zelfs terecht, omdat oorlog inderdaad in de lucht kan hangen.

Op dit schilderij van Rembrandt zien we de Babylonische koning Belsazar tijdens een drinkgelag verschrikt opkijken wanneer een zichtbare hand een “teken aan de wand” schrijft. Alleen de profeet Daniël kan het teken uitleggen: de dagen van Belsazar waren geteld; hij was “gewogen en te licht bevonden”. Belsazar zou dezelfde nacht nog sneuvelen onder het geweld van Meden en Perzen. Dit Bijbelverhaal levert maar liefst twee populaire uitdrukkingen aan de Nederlandse taal (teken aan de wand, gewogen en te licht bevonden).

Het teken aan de wand suggereert niet dat Belsazar zich te weinig bewapend had of dat hij militair tekortschoot. Het ontbrak hem aan morele integriteit, in zijn drinkgelag gebruikte hij bewust uit de tempel geroofde bekers om Jeruzalem te vernederen. Het was allemaal een gevolg van het feit dat hij de verkeerde god aanbad.

In plaats van te pleiten voor meer bewapening in lijn met de waan van de dag, doen we er misschien beter aan eerst en vooral te pleiten voor morele integriteit. Dat kan betekenen: afzien van eet- en drinkgelagen, stimuleren van leiderschap en ondernemerschap in Nehemia’s geest en waken over de tijden en de zeden. Die bekering is nodig zowel bij de leiders als bij het volk.

Ik verwijs ook naar mijn blogs Vrede en oorlog en naar The Re-emergence of the West

Afbeelding: Het feestmaal van Belsazar door Rembrandt van Rijn - www.nationalgallery.org.uk : Home : Info, Publiek domein, Koppeling

dinsdag 14 juli 2026

De zorg gaat door het dak


De zorgsector komt geregeld in het nieuws. Er is iets eigenaardigs aan de hand met onze samenleving. Enerzijds klinkt een luide roep naar hoog performante, hooggekwalificeerde arbeidskrachten. Anderzijds gaan de kosten in de zorg helemaal door het dak. Misschien is het een toevallige combinatie maar macro-economisch en budgettair bekeken zit dat natuurlijk helemaal fout. We kunnen het wel wijten aan de vergrijzing van de bevolking.

Maar hoe komt het dat zoveel jongeren in allerlei vormen van zorg, bijvoorbeeld in bijzondere jeugdzorg, terechtkomen? Hoe komt het dat zoveel mensen arbeidsongeschikt worden? En waarom heeft iedereen nu naast zijn huisdokter en zijn tandarts, ook een psycholoog, een dermatoloog, een osteopaat, een specialist voor alles en nog wat?

Gedeeltelijk heeft dat te maken met het grote succes van de geneeskunde en de zorg. We leven langer en we ontmoeten dus meer kwaaltjes voor we onze laatste adem mogen uitblazen, en dat terwijl we nog snel de Machu Picchu, de Taj Mahal, de Chinese Muur en het Sydney Opera House willen bezoeken. We willen elk risico op een ongeneeslijke ziekte kunnen uitsluiten. Ook onze performantie moet altijd optimaal zijn en dat betekent dat elke drupneus een operatie kan vergen. Kinderen gaan nu ook al preventief naar de psycholoog.

Ik denk dat onze doorgedreven prestatiedwang inderdaad de behoefte aan zorg verhoogd heeft. We moeten in optimale conditie zijn. Mannen en vrouwen in kroostrijke gezinnen moeten bijna het onmogelijke doen om in onze meritocratie mee te draaien. Dat breekt vaak relaties in gezinnen, zowel tussen echtgenoten onderling als tussen ouders en kinderen. Die gebroken relaties leveren heel wat samenlevingsproblemen op, zelfs criminaliteit. De verering van de Mammon brengt zoals gewoonlijk meer kosten dan baten met zich mee.

De mensen in de zorgsector hebben een slechte verhouding tussen loon en arbeidslast. Ze lopen een hoog risico op burn-out. Er is ook een risico op ontmenselijking in een context van doorgedreven ziekenhuis/ zorghuis management.

Het is vandaag de feestdag van Sint-Kamiel alias de heilige Camillus de Lellis, de patroon van de zorgwerkers. Het is een goede dag om te reflecteren over enkele vragen. Op welke manier kunnen wij de zorg-dragers, inclusief de mantelzorgers in onze maatschappij bijstaan? Kunnen we naast de zeven werken van fysische barmhartigheid ook eens tijd maken voor de tien geestelijke werken van barmhartigheid? Kunnen we wat meer dankbaarheid tonen aan de zorgers in ons midden? En kunnen we onze luide roep naar meer performantie niet wat milderen ten voordele van wie ‘echt’ zorg nodig heeft? En kunnen we tenslotte de kleinere groep profiteurs van het systeem nog bekeren, en dan liefst in hun diepste binnenste, zonder dwang van buitenaf?

De genezing van de lamme is een prachtig wonderverhaal uit het evangelie. Maar het wonderlijke aan dit verhaal is vooral dat vier vrienden het onmogelijke doen voor hun lamme vriend: ze torsen hem op het dak en brengen hem door een gat in het dak tot bij Jezus. Ook hier ging de zorg door het dak, maar dan van boven naar onder. Een grote daad van liefde en geloof die ook Jezus opgevallen was. De evangelist schrijft: “Hij was getroffen door hun geloof” en suggereert daarbij dat de vier zorgdragers Hem minstens even hard ontroerd hebben als de lamme zelf.

Zie ook mijn blogs Borderline Times en Zie de mens .

Ik schrijf deze blog graag naar aanleiding van de verjaardag van mijn moeder, Ingrid Van Hoof, kampioen van de zorgdragers.

Afbeelding: Verzorgen van zieken, met dank aan kunstenaar Egbert Modderman. Dit werk maakt deel uit van de werken van barmhartigheid in de Martinikerk te Groningen.

dinsdag 7 juli 2026

Wat niet zachtmoedig gezegd kan worden, is de waarheid niet


In deze blog definieer ik twee vormen van taal. Er is de taal van de macht en er is de taal van de waarheid.

De taal van de macht leerde je vroeger ongewild kennen op de speelplaats. Nu hoor je ze op politieke fora, in de sociale media en in kranten en tijdschriften die een specifieke politieke groepering vertegenwoordigen. De taal is niet gericht op het overdragen van informatie. Het is een taal die vooral de belangen van de schrijver / spreker ondersteunt. Het is een taal van verdachtmaking en minachting, een taal die oordeelt, een taal die winnaars afkondigt en verliezers bespot.

Daarnaast is er de taal van de waarheid. De taal van de waarheid vind je overal, zelfs op de speelplaats, maar ze klinkt niet zo luid en ze houdt geen rekening met de waan van de dag. De taal van de waarheid is erop gericht het algemeen belang te bevorderen. De taal van de waarheid wordt gebruikt met veel liefde voor de lezer / luisteraar.

Paus Leo XIV stelde al dat waarheid geen eigendom is om afgebakend te worden. De waarheid is een goed om te delen. In zijn encycliek Magnifica Humanitas rekent de paus af met het postmodernisme. Het postmodernisme houdt niet zo van de taal van de waarheid omdat het niet gelooft in waarheid. Het is een strekking die een somber mensbeeld cultiveert. Volgens het Johannesevangelie was Pontius Pilatus ook een postmodernist. Als Jezus zegt dat Hij van de waarheid komt getuigen, antwoordt Pilatus smalend: “Wat is waarheid?”.

Paus Leo erkent wel dat de waarheid niet altijd voor de hand ligt, maar hij schrijft dat de Kerk allen die eerlijk zoeken naar waarheid, goedheid en schoonheid als dierbare bondgenoten beschouwt in de verdediging van de waardigheid van iedere persoon en in de zorg voor de Schepping. Hij opent daar ook de deur naar degenen die zich niet tot ‘onze’ Kerk bekennen. De taal van de waarheid wordt hier met liefde en met zachtmoedigheid gesproken.

Als we dus twijfelen of een bepaalde waarheid mag of moet gezegd worden, moeten we ons de volgende vraag stellen: “Kan ik dit op een zachtmoedige manier zeggen?”. Als het antwoord ja is, moeten we het zachtmoedig zeggen. We denken vaak dat dat de andere partij niet zal overtuigen maar het tegendeel is waar. Zachtmoedigheid genereert vertrouwen, weliswaar kan dat niet zonder geduld. Als het antwoord neen is (ik kan het niet op een zachtmoedige manier zeggen), dan is het waarschijnlijk de waarheid niet. En dan is het verstandiger te zwijgen, tenminste als je liever spreekt met gezag dan met macht.

Ik verwijs ook naar mijn blogs Waar een wil is, is een weg naar waarheid en naar Macht en Gezag.

Image Montecassino Abbey by Valter Cirillo from Pixabay

dinsdag 23 juni 2026

Jeanne d’Arc

Dit boek van Edward De Maesschalck vertelt het merkwaardige, waar gebeurde verhaal van Jeanne d’Arc, waarbij gebruik gemaakt werd van een aantal goede historische bronnen, o.a. het procesmateriaal van haar veroordeling (1431) en dat van haar eerherstel (1456).

Het verhaal is merkwaardig omdat Jeanne als kwetsbare maagd erin slaagt een oorlog te doen kantelen. Het toont het belang aan van psychologie, geloof en bijgeloof in oorlogsvoering.

De moed van Jeanne is letterlijk legendarisch te noemen. Tegelijk is zij vroom, menselijk en integer, in de zin dat zij herhaaldelijk pleit voor mededogen tegenover krijgsgevangenen en terughoudendheid na overwinningen.

Merkwaardig is ook hoe de diepe ellende van een volk een soort messianistische verwachting kan creëren. In de diepste wanhoop van het Franse volk ontdekt Jeanne dat zij geroepen is om de kroonprins van Frankrijk tot overwinning en kroning te brengen, een roeping die zij tot haar bittere levenseinde zal blijven waarmaken. Er is wel gelijkenis met de messianistische verwachtingen van het volk Israël en met het publiek optreden van Jezus.

Maar wat me in dit verhaal het meest zal bijblijven, is de vaststelling dat er ook in de laatste levensdagen van Jeanne, mensen in haar omgeving waren (zoals de hoofdgriffier Guillaume Manchon) die geloofden in haar onschuld en die haar subtiel of openlijk steunden op gevaar van eigen leven. Het heeft misschien niet mogen baten, maar zelfs in de diepste duisternis ('De Profundis') ben je nooit helemaal alleen. Maar het maakte haar levenseinde daarom niet minder gruwelijk. Beata virgo qui sperat in eo.

Ik verwijs ook naar mijn blogs over de wreedheid van groepen en over leiderschap en offervaardigheid. Klik op de geschiedenis link hieronder voor andere geschiedenisblogs.

Foto 2: Jeanne d'Arc standbeeld in de Notre Dame kathedraal te Parijs 2026 ©Wim Lahaye

dinsdag 16 juni 2026

Stilte in de Vlaamse Beweging


Stilte kan gezond zijn. Stilte kan je doen stilstaan bij moeilijke vraagstukken.

Eén daarvan is de Vlaamse Beweging. Je hoort er niet veel van. Twee factoren hebben daarin een rol gespeeld:

  1. De mislukking van de uitvoering van het Catalaanse referendum voor onafhankelijkheid. Dit deed inzien dat de 'Jacobijnse' staten niet zo snel onafhankelijkheid zullen toekennen aan regio's die daarom vragen. En al zeker niet als die regio's ook welvarend zijn.
  2. De deelname van een politieke partij van de Vlaamse Beweging aan de Belgische federale regering. Dit deed de Vlaamse Beweging inzien dat er ook kan gewerkt worden aan de binnenkant van het Belgische systeem. Het is iets wat onze grootvaders in de Vlaamse Beweging nooit gelukt was, en nu is het werkelijk mogelijk, zij het met een permanente dreiging van onbestuurbaarheid.

De tijd is voorbij dat Vlamingen met de pet in de hand in de hal moesten wachten alvorens ze in Brussel ontvangen konden worden. Het minderwaardigheidscomplex is er langzaam maar zeker uitgegroeid.

Maar tegelijk is ook de doelstelling van de Vlaamse Beweging niet meer zo precies gedefinieerd als twintig jaar geleden. Naast een onafhankelijk Vlaanderen kan dat ook zijn: een confederaal België, of nog beter: een confederale Benelux. Het laatste is wellicht een utopie maar het draagt mijn voorkeur weg.

Ik verwijs ook naar mijn blogs: Waarom (niet) onafhankelijk? en De herinnering is een vorm van hoop.

Image by Heiko Stein from Pixabay

dinsdag 9 juni 2026

Magnifieke mensheid


Het moest er ooit van komen. Voor het eerst in mijn leven heb ik een
encycliek gelezen. Drie dingen zijn mij daarbij opgevallen.

Ten eerste, de prachtige vergelijking die paus Leo XIV maakt tussen het verhaal van de Toren van Babel en het verhaal van Nehemia. Beiden zijn verhalen uit het Oude Testament. Met de Toren van Babel wil de mensheid een gebouw oprichten dat tot in de hemel reikt. Maar de menselijke hybris tegenover God leidt ertoe dat ieder zijn eigen taal spreekt. Het is geen teamwork; iedere mens zorgt voor zichzelf zoals in onze meritocratie gebruikelijk is. Het bouwwerk is gedoemd te mislukken. Daartegenover staat het verhaal van Nehemia. Hij is de Joodse raadgever van de Perzische koning Artaxerxes en laat ondanks veel tegenwerking de stadsmuren van Jeruzalem heropbouwen. Het is een prachtig verhaal van projectleiderschap en ploeggeest. Merkwaardig is dat Nehemia's verhaal vooral een lange gedetailleerde opsomming is van alle mensen die aan het project hebben bijgedragen. Je voelt dat dat een hoofdbekommernis is van de schrijver, wellicht Nehemia zelf: ere wie ere toekomt. De twee verhalen zijn markante metaforen voor de dilemma’s waar technische projectleiders in informatietechnologie mee te maken krijgen. Dit is bijzonder inspirerend voor mijn dagelijks werk.

Ten tweede was er de verwachte inpassing in de levende traditie van Rerum Novarum, de encycliek van voorganger paus Leo XIII over de sociale leer van de kerk. Magnifica Humanitas is geen geïsoleerd document over artificiële intelligentie. Het gaat ruimer ook over digitalisatie en het gebruik van technologische hulpmiddelen. Worden ze gebruikt ter exploitatie van de medemens of voor het algemeen welzijn? Het antwoord maakt integraal deel uit van de sociale leer van de kerk. We moeten het onrecht benoemen. De tekst zet zich uitdrukkelijk af tegen het postmodernisme, de hedendaagse niet-aflatende verneinung van goedheid, waarheid en schoonheid. Magnifica humanitas kiest resoluut voor een positief mensbeeld.

Tenslotte viel me op met welke grondigheid en zorg dit document geschreven werd. Vele zelfstandige naamwoorden werden ingekleurd met gepaste bijvoeglijke naamwoorden. Zo is er het bijvoeglijk naamwoord magnificus – magnifiek of prachtig. Het betekent niet hetzelfde als magnus – groot. Magnificus is wat groot gemaakt werd, en voor de Kerk betekent dat grootgemaakt door God: prachtig dus. Het woord verwijst ook naar het Magnificat, een Maria gebed dat de laatste jaren een bijzondere spirituele betekenis gekregen heeft binnen de Kerk, dankzij een herwaardering van de mariale devotie.

Ik verwijs ook naar mijn blog Kerk in opbouw van 2013, waarin ik de wens uitdruk dat de Sagrada Familia geen Toren van Babel mag worden, zeer passend in deze context.

Foto: Sagrada Familia basiliek te Barcelona, afbeelding van Lusia via Pixabay 

dinsdag 2 juni 2026

Vrede en oorlog

Idealisme en realisme zijn niet elkaars tegengestelden. Het zijn twee keerzijden van dezelfde medaille die toont hoe we onze wereld zouden wensen en hoe die wereld werkelijk is. Na een eerder idealistisch boek over oorlog gelezen te hebben, is het goed ook eens een boek met realistische ondertoon te lezen. Ook al kenden sommige wereldrijken relatieve perioden van vrede, oorlog lag altijd al op de loer.

Ik ken niet al zijn werken, maar voor Jonathan Holslag is dit wellicht zijn magnum opus. De auteur verhaalt met grote eruditie de grote oorlogen in de grote ruimtetijd die onze wereldgeschiedenis is. En dat gaat dan van de Olmeken tot de Han-Chinezen en van de oude Egyptenaren tot de Amerikanen in Afghanistan. Een belangrijke observatie is dat elke wijziging in militaire of economische verhoudingen tussen grootmachten een risico op oorlog inhield.

Holslag relativeert lange periodes van vrede in grote wereldrijken en doet dat natuurlijk ook voor onze huidige licht gespannen vrede in het avondland. Alle rijken kennen blijkbaar periodes van morele, economische en militaire opgang en verval, met oorlog in het begin en op het einde, en als het even kan nog daartussenin. Als er dan toch vrede was in het rijke centrum van een wereldrijk, werd die vaak betaald met oorlogvoering aan verre buitengrenzen met volkeren die door de heersende volkeren als barbaars bestempeld werden.

Er is niets nieuws onder de zon. Er is gelijkenis tussen de strijd van de Romeinen tegen de Parten en onze strijd tegen IS. Het zou ons tot meer samenwerking binnen Europa en een pro-actievere diplomatie moeten aanzetten. En wellicht is het tijd voor slimmere vormen van bewapening en weerbaarheid.

Ik verwijs ook naar mijn blogs Logboek der lage landen, Romeinen en Barbaren, De strijd tussen patriciërs en plebejers en andere blogs over vrede.

dinsdag 12 mei 2026

Rechtvaardige Oorlog


In zijn boek
Oorlog, hoe lang nog? vraagt Gerard Bodifée zich af of we niet allemaal dienstweigeraar zouden moeten worden, als we nog eens gevraagd worden ten strijde te trekken tegen een of andere aardse mogendheid. Bodifée verwijst naar de enorme destructieve kracht die van hedendaagse oorlogen uitgaat, niet in het minst ook door het gebruik van landmijnen die honderd jaar na de oorlog nog slachtoffers maken. Zijn suggestie ligt ook volledig in de lijn van de geweldloosheid die Jezus Christus in zijn leven bepleit heeft.

Het voorstel klinkt volstrekt utopisch. Maar in werkelijkheid hebben we dit ‘hoog’ gewetensniveau al bereikt. Als de Leuvense gezagsdragers vandaag aan de Leuvenaars zouden vragen om ten strijde te trekken tegen de Brusselaars, dan zouden eerstgenoemden dat beslist weigeren, zelfs als dit orde op zake zou stellen in het Brusselse beleid. Evenzo als aan de Belgen gevraagd zou worden tegen de Nederlanders op te trekken. Ik kan me dan niet voorstellen dat er geen dienstweigeraars zouden zijn. Er is dus heel wat veranderd in vijfhonderd jaar. Binnen Europa hebben we al een serieus vredesdividend: we moeten geen wapens meer kopen voor binnen-Europese oorlogen en we zijn dus klaar voor een Europees eenheidsleger met enorme schaalvoordelen. Of kunnen we de oorlog niet gewoon afzweren?

Jammer genoeg is dat laatste nog niet mogelijk. We zien ons nog wel ten strijde trekken tegen een aantal staten die wij nu nog als schurkenstaten bestempelen. Er bestaat nog een gerechtigd wantrouwen. Toen de premier van België stelde dat er een EU gezant voor Rusland zou moeten komen, was mijn eerste reactie: “Hoezo, is die er nog niet?” Talrijke politieke leiders in Europa willen eigenlijk niet onderhandelen met Rusland. We kunnen gerust beweren dat de oorlog in Oekraïne niet alleen het gevolg is van een autocratisch beleid in Rusland maar ook van een koppige onwil van de diplomatieke corpsen in Europa en in Rusland.

In the Armed Man zagen we al dat de kerkvaders in twintig eeuwen christendom met het idee van de rechtvaardige oorlog naar voren kwamen. Een rechtvaardige oorlog moest aan de volgende criteria voldoen.

Rechtvaardige Oorzaak: De oorlog moet defensief zijn, gericht op het stoppen van een "blijvende, ernstige en zekere schade" die door een agressor wordt toegebracht.

Legitieme Autoriteit: De oorlog moet worden verklaard en gecontroleerd door een bekwame, wettige autoriteit (bijvoorbeeld een staat of soeverein).

Juiste Intentie: De oorlog wordt gevoerd om vrede en rechtvaardigheid te herstellen, niet om territoriale verwerving of macht.

Laatste redmiddel: Alle vreedzame alternatieven (diplomatie, onderhandelingen, sancties) moeten uitgeput zijn.

Redelijke Hoop op Succes: De oorlog kan geen zelfmoordpoging zijn zonder kans op succes.

Proportionaliteit: De schade die de oorlog veroorzaakt mag niet groter zijn dan het kwaad dat wordt aangepakt

Het kan natuurlijk gebeuren dat een agressor niet aan de voorwaarden voldoet, maar dat een land onder agressie dat wél doet. Je zou kunnen stellen dat Rusland niet aan de voorwaarden voldoet maar Oekraïne wél. Toch kan men ook van Oekraïne zeggen dat er een probleem is. Er is vandaag geen redelijke hoop op succes en er zijn bedenkingen bij de proportionaliteit. Het lijkt me dat de schade aan het land groter is dan wanneer Oekraïne enkele gebieden zou afstaan, ook als dat indruist tegen de soevereiniteit van de volkeren. Het argument dat toegevingen agressoren aanmoedigen vind ik te zwak als het erom gaat verder bloedvergieten te vermijden. De economische kost is nu al onberekenbaar.

Ik verwijs ook naar mijn blog Pray for Peace.

Naschrift 28/5/2026: Intussen stelde paus Leo XIV dat er van een 'rechtvaardige oorlog' eigenlijk geen sprake kan zijn, wel van rechtvaardige vrede...

Foto: Duits kerkhof Langemark november 2025 ©Wim Lahaye

dinsdag 5 mei 2026

Het onrecht benoemen


Het onrecht benoemen is een opdracht voor iedereen, maar als het een gemakkelijke opdracht was, zou ik er niet over schrijven. Waarom moeten we het wel doen? Uiteraard omdat het de eerste stap is in de bestrijding van het onrecht. Het vergt moed. Wie onder onrecht lijdt, is zeer dankbaar aan wie het onrecht durft te benoemen. De zondaars vermanen is een geestelijk werk van barmhartigheid en een actie die de wereld beter maakt.

Welke zijn dan de hinderpalen? Als ergens onrecht bestaat is de bedrijver van het onrecht gewoonlijk sterker dan de lijder van het onrecht. Het onrecht benoemen kan een gevaarlijke onderneming zijn, en des te meer naarmate het onrecht groter is en de bedrijver ervan machtiger.

We leven ook in een tijd die meer belang hecht aan individuele vrijheid dan aan collectief geluk. Het gevolg is dat zondaars en hansworsten geprezen worden, vooral als ze rijk zijn, terwijl mensen die handelen in het algemeen belang, bespot worden.

Een trucje dat onrechtbedrijvers en onrechtverdedigers vaak uithalen is de discreditering van de onrechtbenoemer. Deze krijgt dan te horen dat hij selectief is in het aanklagen van onrecht. Zo kan je de toestand in Gaza niet aanklagen, want Hitler heeft toch 6 miljoen joden laten vermoorden en een aantal kinderen van de overlevenden werden omgebracht op 7 oktober 2023? Maar onrecht uit het verleden kan nooit als rechtvaardiging dienen voor onrecht in het heden, hoe erg ook. Je mag je gerust voor een specifieke rechtvaardige zaak inzetten, en je hoeft je niet te laten chanteren omdat er nu eenmaal ander onrecht bestaat of bestaan heeft. Je ontkent dat ook niet.

Een typisch probleem van deze tijd is ook dat vergeving moeilijk is door de mediatisering van openbaar en privéleven. Ieder onrecht, ieder verwijt en iedere vermaning wordt ongenadig geregistreerd en gerepost in de sociale media. Als er dus grote beroering over onrecht ontstaat, is dat moeilijk nog tot rust te brengen. Maar dat kan ook een voordeel zijn voor het benoemen van onrecht.

We leven nog steeds in het postmodernisme, waarin de schouder-ophalende (onrecht-relativerende) uitspraak van Pontius Pilatus de hoofdtoon vormt: “Wat is waarheid?”. Maar bij Pontius Pilatus ontbrak de wil de waarheid te erkennen. Onrechtbedrijvers zaaien graag postmodernistische twijfel over hun gruweldaden. Waar een wil is, is een weg naar waarheid.

Onrecht benoemen vergt leiderschap en durf, maar het is een belangrijke taak voor al wie de zaligsprekingen ter harte neemt.

Foto: “De moord op Sint Angelus in Sicilië”, preekstoel in de karmelietenkerk in Gent, 2024©Wim Lahaye

dinsdag 28 april 2026

The Armed Man


Op de koepel van de basiliek van Neuss op de linkeroever van de Rijn staat geen christus- of mariabeeld. Er staat een gewapende man. Quirinus van Neuss wordt rond 30 april herdacht in Neuss en in Leuven. In onze Abdij van Park heeft hij een klein altaartje; zijn relieken worden hier bewaard. Het is een vreemd toeval want het was een regiment van Neuss dat in 1914 onze stad Leuven in brand stak. Het huis van mijn grootouders in de Ravenstraat had een gedenksteen die herinnerde aan de brand. Maar waarom vereert de Kerk hier een soldaat?

Quirinus van Neuss is niet de enige soldaat die in de Kerk vereerd wordt. We denken aan Sint-Michiel, Sint-Joris, Sint-Maarten, Sint-Maurits, Sint-Gereon en Jeanne d'Arc die in ons middeleeuws erfgoed geregeld opduiken. Gewoonlijk worden die figuren gekaderd in een mythische strijd tussen goed en kwaad, waarbij de vereerde soldaten uiteraard aan de kant van het goede stonden. Nochtans bestaat er een gebod: “Gij zult niet doden”. En nadat Petrus het oor van Malchus, een dienaar van de hogepriester, afgehakt had, zei Christus: “Wie het zwaard hanteert, zal door het zwaard vergaan.” Kunnen gewapende mannen dan wel “benedicti”, d.i. gezegend zijn?

Ik stel me deze vreemde vraag omdat we in een tijd leven waarin zelfs journalisten bewapening en oorlog prediken. Ik zeg niet dat dat niet mag maar het lijkt toch eerder ingegeven door de waan van de dag. In het profane leven hebben we gevallen soldaten altijd met zeer veel pomp en omstandigheden vereerd zoals dat in Engeland heet. Zelfs honderd jaar na de feiten, blazen we nog Last Posts in Ieper onder veel belangstelling. Dat is niet ongemeend, maar het wekt bij mij wel de permanente bedenking op dat de machtigen der aarde wat graag profiteren van de offervaardigheid van jonge brothers in arms.

De huidige opvolger van Petrus, Leo XIV, herhaalde Jezus’ oproep tot geweldloosheid en dat werd niet door iedereen in dank afgenomen. De media probeerden er zoals steeds een wedstrijd van te maken maar dat is irrelevant voor iedereen die de morele autoriteit van het evangelie ver boven alle krijgsgewoel plaatst. Toch is er in de Kerk heel wat gebeurd in de tijd tussen Petrus en Leo XIV . We zagen al dat de geweldloosheid van Jezus niet helemaal onproblematisch is. Is het geweld een onvermijdelijke component van onze menselijke conditie, zoals twintig eeuwen christendom schijnen te suggereren?

De kerkvaders ontwikkelden de rechtvaardiging van de rechtvaardige oorlog, “just war”, die we in een volgende blog zullen bespreken.

Foto: Sint-Quirinus beeld op de koepel van de munster van Neuss, 2024©Wim Lahaye 

dinsdag 21 april 2026

Loop niet in de val van de chatbot

In dit boek waarschuwt Geertrui Mieke De Ketelaere voor de gevaren van de hedendaagse chatbots, de AI machines die ons soms zo vriendelijk van dienst kunnen zijn, ook inzake heel persoonlijke onderwerpen. Die chatbots blijken onvoldoende aan ethisch toezicht onderworpen te zijn. De ingebouwde algoritmes hebben niet altijd in de eerste plaats het belang van de gebruiker op het oog.

In dit boek maak je kennis met het Elisa effect, de neiging van mensen om empathie, begrip of emoties te projecteren op machines, die enkel doen alsof. We zijn vaak niet op de hoogte van de achterliggende georkestreerde mechanismes die aan de basis liggen van de chatbots. Sycofantie, het naar de mond praten van de gebruiker, is iets wat vast ingebakken zit in de algoritmes.

Ik heb een sterk zondebesef wat betreft AI. Daarmee bedoel ik dat ik de kostbaarheden van deze wereld niet graag verbras voor eigen plezier. Ik gebruik AI vooral op het werk om wat sneller samengebalde informatie te vinden, ook wel om snel verifieerbare samenvattingen te maken over markt gerelateerde onderwerpen. In mijn vrije tijd vind ik het wel eens nuttig om de herkomst van een afbeelding, een schilderij of een muziekstuk te achterhalen. Maar ik gebruik geen AI voor onzinnige grappen of om de slimmerik uit te hangen op een of ander social event. Met chatbots was ik nog niet vertrouwd.

Met dit boek kom je wel tot het bewustzijn dat het menselijk brein een spons is. We moeten dus goed nadenken over de informatie en de algoritmes waar we ons aan blootstellen. Alleen al daarom is het de moeite waard om dit boek goed te lezen. Laten we oordeelkundig omspringen met wat eigenlijk hulpmiddelen zouden moeten zijn.

Geertrui Mieke De Ketelaere heeft met dit boek haar maatschappelijke rol als ingenieur opgenomen. Ik verwijs ook naar mijn blog Rerum Artificialum Intelligentium

dinsdag 24 maart 2026

Niet wegkijken


Je kan dan al een overtuigde gedoopte zijn en misschien in grote sereniteit je veertigdagentijd beleefd hebben. Op het einde van die tijd kan je toch nog in grote verwarring raken over wat goed en rechtlijnig handelen precies inhoudt. "Je laten leiden door de geest" lijkt een wat vage beschrijving. De vraag naar juist moreel handelen stelt zich vaak in een context van grote ambiguïteit. Voor eventuele fouten kan je steeds vergeving van God en soms mededogen van medemensen krijgen. Maar je moet het verdienen door intellectueel integer te blijven en niet weg te kijken van de waarheid. Wie niet wegkijkt van de waarheid, mag tot de rechtvaardigen gerekend worden.

Het gebeurde bij Monseigneur Oscar Romero, naar wie mijn woonplaats in Luxemburg genoemd was (rue Oscar Romero te Berchem). Hij kwam uit de hogere kringen van San Salvador en ging in het buitenland studeren. Daardoor kwam hij enigszins wereldvreemd terug in eigen land en wist hij ook niet goed wat er allemaal op straat gebeurde. Er werden geregeld mensen neergeschoten. Boze tongen beweerden dat Salvadoraanse militairen daarbij betrokken waren, maar zijn omgeving klasseerde die gevallen als bestrijding van ‘communistische agitatie’.

Maar Oscar Romero zocht de waarheid. Toen een vriend neergeschoten werd door soldaten, keek hij niet weg. Hij besefte dat hier van agitatie geen sprake kon zijn. De ambiguïteit liep hier voor hem ten einde. Het moet wel gezegd dat een houding van lafheid wellicht veiliger was geweest voor Oscar Romero. Maar een christelijk geloof vergt, zeker in combinatie met een bisschoppelijke functie, offervaardigheid en consequent handelen. Oscar Romero verkoos moed boven lafheid. Hij verkoos rechtlijnig handelen boven struisvogelpolitiek. Hij riep de soldaten van zijn land op niet meer te gehoorzamen aan bevelen die niet klopten met God en gebod. Hij moest het met de dood bekopen.

Niet wegkijken en rechtlijnig handelen zijn essentiële componenten van een rechtvaardig leven. Slechts weinigen moeten daar zo’n hoge prijs voor betalen als Oscar Romero. Als je onrecht aanklaagt, krijg je vaak te horen dat je ander onrecht niet vermeld hebt. Laat je niet chanteren, want wellicht ben je ook voor dat ander onrecht gevoeliger dan je criticasters. Een christelijk leven dat wegkijkt van de werkelijkheid en niet rechtlijnig handelt is een scherts. Toch kunnen dilemma’s zich aanbieden in zeer dubbelzinnige situaties. Oscar Romero moet zich daarvan bewust geweest zijn.

Ik verwijs ook naar mijn trilogie van de goedheid.

Afbeelding: De Annunciatie, Boodschapkapel Heilig Hart Heverlee

dinsdag 17 maart 2026

Contemplatie op de berg

Contemplatie is beschouwing. Het woord zou afkomstig zijn van con (samen) en templum (gezichtskring). Het vergt een mentale instelling die een driehoek vormt met meditatie en gebed. Contemplatie richt zich op passiviteit en ontvankelijkheid als middel om dieper door te dringen tot het wezen van het bestaan, en voor gelovigen is dat met enige genade ook tot God. Het is de mentale ingesteldheid die voor mindfulness vereist is. Van de karmelieten, die onze middelbare school opgericht hadden, werd gezegd dat zij een contemplatieve orde vormden.

In Karakter 89 wijdt prof. Antoon Vandevelde een artikel aan “een contemplatief leven”. Hij verwijst daar naar het werk van de Koreaanse filosoof Byung-Chul Han. Deze stelt dat we onze prestatiedwang hebben geïnternaliseerd, zodat we niet langer uitgebuit worden door bazen met dikke sigaren, maar door onze eigen ijver om niet te falen. Ons sterk verlangen om intens te leven maakt dat we ons steeds verder onderwerpen aan prestatie- en consumptiedwang. Contemplatie daarentegen leidt tot het zien van de glans van de dingen. Waar de filosoof Han eerder een leven van inactiviteit promoot, verwijst prof. Vandevelde liever naar de Stoa, waar een meer realistische middenweg tussen bezinning en activiteit aanbevolen wordt.

De glans van de dingen vinden we soms op de top van een berg. Bergen zijn uiterst geschikte plaatsen om aan contemplatie te doen. De berg is de grens tussen hemel en aarde en daarmee ook de uitgelezen ontmoetingsplaats van God en mens. Op de berg Horeb ontving Mozes de tien geboden en Elia ervoer er Gods aanwezigheid in een zachte bries. Op de berg Tabor zien we beiden terug bij de gedaanteverandering van Jezus. Op de berg Croagh Patrick contempleerde Sint Patricius (Saint Padraig) die we vandaag 17 maart vieren. Maar ook het Himalayagebergte is een oord van contemplatie waar mensen van verschillende wereldreligies vandaag nog innerlijke rust en vrede komen zoeken.

Mijn blogs beschrijven vaak schoonheid die in onbewaakte ogenblikken van contemplatie ontdekt werd. Als zodanig werk ik hier in de geest van Thomas van Aquino: “Contemplari et contemplata aliis tradere”. ’Contempleren en de vruchten van contemplatie aan anderen overbrengen’. Maar contemplatie is daarom nog geen universeel menselijke behoefte; ik laat het hier een beetje in het midden.

Ik verwijs ook naar de stille nalatenschap van Jan van Ruusbroec.

Ref: "een contemplatief leven", A. Vandevelde, Karakter 89, Academische Stichting Leuven

Foto 1: Weg op Croagh Patrick, Ierland 1995 ©Wim Lahaye
Foto 2: Boven op Croagh Patrick, Ierland 1995 ©Wim Lahaye

dinsdag 10 maart 2026

Bij het scheiden van de markt


Ik leerde deze uitdrukking kennen bij mijn eerste job in Antwerpen. Daar in het centrum van alle beschaving werd wel een meer volkse variant van de uitdrukking gebruikt: “Bij het schijten van de mart”. Beide varianten betekenen uiteindelijk hetzelfde. Je zou ze kunnen verstaan als “Als de kat op de koord komt, …” of ook als: “Als het puntje bij het paaltje komt, …”. Er zit ook een element van potentieel conflict in. In het Frans bestaat er een uitdrukking die er dichtbij komt: “C’est ici que les Romains s’empoignèrent.” (met een knipoog naar kapitein Haddock)

Er zit een diepe levenswijsheid in. De zegswijze gaat algemeen over de ware aard van handelaars en over de kwaliteit van hun koopwaar. Maken ze hun beloften waar? Die ware aard komt pas helemaal op het einde van de markt naar boven, wanneer de deals gesloten zijn, als koper en verkoper zich van elkaar scheiden op de markt. Dan telt niet meer de poeha en de grote klap maar wel de rauwe werkelijkheid inclusief alle daarbij horende conflicten. De dieren op de markt zijn dan verkocht voor een bepaalde prijs. Ze worden dan door hun nieuwe eigenaars meegenomen. Ze tonen pas dan hun gebreken. Hun schijt laten ze achter op de markt.

Bij den Bell in Antwerpen pasten we deze zegswijze toe op onze eigen product ontwikkelingen. Hadden we soms veel praat als alles goed leek te gaan, vroeg of laat kwam toch de eindafrekening. Bij het scheiden van de markt kwam de klant wel kijken of het toestel echt werkte. Hij keek dan na of aan alle voorwaarden voldaan werd in een “acceptance test procedure”. En wie weet betaalde hij zelfs de rekening.

Het scheiden van de markt betekende zoveel als de dag van het laatste oordeel over de projectmanager. Het was voor jonge ingenieurs als ik destijds ook een vraag naar onze persoonlijke standvastigheid en moed: “Zal je er nog staan bij het scheiden van de markt, of zal je de confrontatie met de werkelijkheid ontvluchten en de puinhoop (“het schijt”) aan iemand anders overlaten?” Het is een vraag die al die jaren van mijn loopbaan actueel gebleven is.

In deze tijd van veel poeha en grote klap in de sociale media, moeten we de aankondigers misschien ook eens wat sneller met de voetjes op de grond brengen en hen vragen hoe alles werkelijk moet gaan gebeuren bij het scheiden van de markt.

Ik verwijs ook naar mijn blog “Iets maken”.

Afbeelding: “De Meersstraat van Gent”, Xavier De Cock, schilderij in Vlaanderen in de Kunst - Dimitri De Maesschalck

dinsdag 24 februari 2026

O Tempora, O Mores!


“O tijden, o zeden!” De uitspraak komt uit de eerste Catilinarische rede van Marcus Tullius Cicero. Cicero heeft met zijn spreuk het cultuurpessimisme een gelaat gegeven. De nestor van de piraten van Asterix heeft deze wijsheid zeker nog geciteerd als ervaren schipbreukeling. In de vijfde eeuw werd van Sint Modestus van Trier verteld dat hij standhield in een tijd van zedelijk verval onder de Merovingische koningen en hun gevolg. Leven we ook vandaag in een tijd van zedelijk verval?

Alles wijst erop. Er bestaat vandaag een toenemende verwarring over wat correct is. Er is algemeen slechts een zwakke consensus over de geldigheid van normen en waarden. En het gaat zoals bij de Merovingers samen met economisch verval en verslapte waakzaamheid en weerbaarheid, zeg maar een algemene decadentie. In zijn geschiedenis van de vooruitgang stelt Rutger Bregman dat de zogenaamde normatieve ophoging net integendeel een teken kan zijn van morele vooruitgang. De normatieve ophoging is het feit dat we minder tolerant geworden zijn voor dingen als slavernij, geweld tegen vrouwen en kinderen of rassendiscriminatie. Misschien maken we nu een tijdelijke maatschappelijke regressie mee die tegen de algemeen voorwaartse trend ingaat. 

Om moreel verval tegen te gaan, moet je ook economisch verval tegengaan. Het economisch verval wordt zichtbaar in de manier waarop mensen niet willen samenwerken naar gemeenschappelijke doelstellingen. We ervaren elkaars agenda’s, inclusief onze intenties, als conflicterend, terwijl dat niet zo zou mogen zijn. Eigenlijk werken we niet echt; we controleren het werk van anderen die zelf controleren. We hebben altijd veel kritiek op het werk van anderen. Maar als we eerlijk zijn, moeten we wel constateren dat we allemaal onproductief zijn door onze slechte samenwerking.

We leven in een oppervlakkige roes, een maalstroom waarin minder fundamenteel verandert dan we zouden denken. Om economische neergang te bestrijden, moet je omgekeerd ook morele neergang bestrijden. Laten we alvast een begin maken door onze morele oppervlakkigheid te bestrijden.

Afbeelding uit Asterix en Cleopatra

dinsdag 17 februari 2026

Heldhaftige woede


Op 17 februari 1600 werd Giordano Bruno tot de brandstapel veroordeeld op last van de Romeinse inquisitie. Het was de typische straf die op ketterij stond. Hij werd daarmee een held van het vrije denken voor vrijdenkers algemeen, en in het bijzonder ook voor de humanistische beweging.

Tegelijk moet het een man van controversen geweest zijn. Overal waar hij kwam maakte hij zich vijanden met zijn uitgesproken standpunten. Controverse begint vaak bij een uitdrukking van verontwaardiging rond een bepaalde gebeurtenis of waarheid. Iemand drukt daarmee een heldhaftige woede uit. Maar voor een controverse zijn er altijd twee partijen: een partij die aanstoot geeft en een partij die aanstoot neemt.

De controverse is vaak de motor van vooruitgang. Het doet denken aan de destructieve creatie van Joseph Schumpeter. Oude standpunten moeten vernietigd worden om nieuwe en betere tot stand te brengen. Uiteindelijk gaat het over waarheid zoeken met een mechanisme van dialectiek.

Controverse is nodig om de massa dichter bij de waarheid te brengen. Controverse vergt soms overdrijving van de kant van de aanstootgever, waardoor deze zich soms van de waarheid verwijdert. De massa neemt dat dan kwalijk. Het gaat vaak over gevoelige onderwerpen. Als zodanig moeten we controversiële figuren soms dankbaar zijn dat zij de controverse aandurven.

Maar moeten we daarom onze controversiële politici dankbaar zijn? Sommigen streefden alleen hun eigenbelang na, en dit omwille van de aandacht die met controverse gepaard gaat. Die levert stemmen op. Controverse, alleen om aandacht te krijgen, riskeert de waarheid geweld aan te doen.

Maar ook Johannes de Doper en Jezus Christus waren controversiële figuren. Ze zochten daarbij niet de aandacht of het eigenbelang, wel de waarheidsvinding en de bekering van hun omgeving. En dat lijkt met Giordano Bruno ook wel zo geweest te zijn en daarom krijgt hij toch een beetje genade van de geschiedenis.

Ik verwijs ook naar mijn blog De transformatieve kracht van berserker woede. We wisten ook al dat controverse zeer gemakkelijk ontstaat, omdat verstandige en weldenkende mensen blijkbaar tot volledig tegengestelde standpunten kunnen komen.

Afbeelding: standbeeld Giordano Bruno te Nola (I)

dinsdag 10 februari 2026

Leiderschap en offervaardigheid


Leven we in een tijdperk van maatschappelijke achteruitgang? Twintig jaar geleden konden we ons niet voorstellen dat de Verenigde Staten van Amerika een “terug-naar-de-middeleeuwen” beleid zouden voeren: afschaffing van vaccinaties - promotie van vet en vlees – promotie van huishoudelijke wapens - ontkenning van klimaatverandering - blokkering van de algemene ziekteverzekering. Een beleid van “De zwaksten moeten ervantussen”, zegt men in Antwerpen. De politiek richt zich niet alleen tegen de wetenschapsbeoefenaars, maar ook tegen de wetenschap zelf. Deugdzaamheid wordt als zwakheid afgedaan. Niemand maalt nog om flagrante leugens, zoals dat in dictaturen gebruikelijk is. Ook op het internationaal toneel zien we een terugval naar het recht van de sterkste.

Kijken in het oog van de slang kan verlammend werken. De democratische krachten reageerden tot dusver met ongeloof en immobilisme. Europa beweert dat het meer moet samenwerken, maar doet het vooralsnog niet op zichtbare wijze. Elk land blijft zijn eigen defensie potje koken met als resultaat dat het wapentuig drie maanden na aankoop niet meer werkt, en al helemaal niet zonder hulp van de leverancier.

Zolang de Europese lidstaten afgevaardigden blijven sturen die zich vooral “niet moeten laten doen” door de andere afgevaardigden, zal er weinig veranderen. De afgevaardigden moeten op Europees niveau verantwoording afleggen, niet aan de eigen lidstaat. Er moet een centraal EU commando komen. Als dat er niet komt, kan de Benelux een goed voorbeeld geven. (Ik geloof dat dit langzaam maar zeker ook gebeurt.)

Wat is er aan de hand? We hebben te lang in een nul-risico maatschappij geleefd. In een gepolariseerde maatschappij vindt links dat rechts offers moet brengen en omgekeerd. Dat wordt niet wijs gezegd, maar geschreeuwd met veel afkeer voor de tegenpartij. Waar we behoefte aan hebben is moreel leiderschap dat offervaardigheid toont door het voor te leven. Ik verwijs ook naar mijn blog The Re-Emergence of the West.

Wie minder in een leidinggevende positie staat, kan toch leiderschap tonen door gewoon onverstoorbaar door te zetten.

Foto: preekstoel OLV van Finisterrae kerk Brussel 2022 ©Wim Lahaye

dinsdag 3 februari 2026

Wetenschap

Dit boek van professor Sylvia Wenmackers handelt over wetenschapsfilosofie en schetst de positie van wetenschap in onze hedendaagse maatschappij. De ironie van deze tijd is dat wetenschap in vraag gesteld wordt op een ogenblik dat ze grote successen boekt, diep doordringt in ons dagelijks leven en dankzij de democratisering van het onderwijs veel wetenschappers voortbrengt. Anderzijds beleven we nu een politieke polarisatie waardoor ook wetenschapsbeoefenaars onder vuur liggen, vaak vanuit een afkeer van ongemakkelijke waarheden. In principe kan wetenschap floreren door het stellen van kritische vragen, maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat intellectueel oneerlijke insinuaties gebruikt worden om de wetenschapsbeoefenaars aan banden te leggen.

De auteur wijst o.a. op het Duhem-Quine probleem. Eenvoudig gezegd blijkt elke wetenschappelijke hypothese gebouwd te zijn op een netwerk van onderliggende hypotheses die in principe ook op elk moment onderuitgehaald kunnen worden door falsificatie. Het blijkt verder dat wetenschap een onderdeel is van onze cultuur en dat wetenschapsbeoefening evolueert met cultuur en tijd. Toch is het mogelijk een soort gemene deler te herkennen in alle vormen van wetenschapsbeoefening over de tijd heen: (1) Het gaat over een “zoniet onbevooroordeeld, dan toch eerlijk” zoeken naar patronen in allerhande natuurlijke verschijnselen. (2) Er bestaat een openheid voor erkenning van gemaakte fouten in observaties, verwerking van gegevens of formulering van hypotheses. In de wetenschap staat de deur naar het ongelijk van de beoefenaar altijd op een kier. De vaststellingen staan steeds boven de ego’s van de wetenschapsbeoefenaars.

Grote wetenschappers bleken vaak in staat eigen ongelijk te bekennen. Het blijkt in deze tijd belangrijk te zijn de doelen en de waarden van wetenschappelijke projecten goed te schetsen aan de belanghebbenden, waaronder het brede publiek. Maar tegen het Dunning Kruger effect is voorlopig geen kruid gewassen.

Ik verwijs ook naar mijn blogs De ivoren toren van de academici en The Chasm between Academics and Populists.

Wat betreft wetenschapsgeschiedenis en wetenschapsfilosofie zijn de boeken Wetenschap als Roeping en Verdwaald in de Werkelijkheid ook zeer lezenswaard.