Posts tonen met het label deugden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label deugden. Alle posts tonen

dinsdag 11 augustus 2026

Team Musclé


Team Musclé – “Een gespierd team” is wat een collega – opdrachtgever uit Toulouse in 1995 dringend nodig had vanuit de bedrijfsvestiging in Antwerpen. Hij vertelde dat enkele grondstations in Klein-Azië uitgevallen waren omdat onze geleverde toestellen een foutieve meetwaarde doorstuurden. Het probleem sleepte wat aan en vergde dringend diepgaande analyse en doortastend praktisch handelen.

Ik werd met een oudere collega op het vliegtuig gezet en eerlijk gezegd, dat was toch wel een stresserende ervaring, want we hadden geen idee van de moeilijkheden die we konden verwachten. Maar vaak is het zo dat je iets meer kan als je voor het onmogelijke staat en deze leerrijke ervaring is me vooral bijgebleven omwille van de gevleugelde woorden team musclé van onze opdrachtgever in Toulouse. Het deed me stilstaan bij de kritische succesfactoren van een team.

Een eerste kritische succesfactor is de complementariteit van de teamleden. De ene heeft kennis; de andere heeft kunde. De ene is een communicator; de andere een doener. In technische omgevingen zie ik vaak een enorme meerwaarde ontstaan in de samenwerking tussen oudere en jongere medewerkers. De ambachten in de Vlaamse steden wisten dit vijfhonderd jaar geleden ook al.

Een tweede kritische succesfactor is het vertrouwen tussen teamleden. Goede teamleden geven elkaar nooit de schuld als het misloopt, omdat ze weten wat ze voor elkaar betekend hebben. Liever schuld nemen dan schuld geven. Accountability wordt dat ook wel eens genoemd.

Aan een goede samenwerking in een hecht team gaan vaak momenten van gedeelde kwetsbaarheid vooraf. Daarmee bedoel ik dat de teamleden vaak al voor hetere vuren en gemeenschappelijke vijanden gestaan hebben. Ze weten uit gedeelde onzekere momenten dat ze op elkaar kunnen vertrouwen.

Wat je uiteindelijk als individu of als team kan, kan niemand weten. Het is te vergelijken met het evangelie van vorige zondag. Het ultieme vertrouwen is het vertrouwen op Christus. Ik verwijs ook naar mijn blogs Bij het scheiden van de markt en La confiance en soi. In het Engels heb ik ook een verwante blog over het verhaal van Nehemia.

Image by Louise Olesen from Pixabay

dinsdag 21 juli 2026

Het teken aan de wand


In the Armed Man stelden we al vast dat we in een tijd leven waarin zelfs journalisten zich voorstander tonen van bewapening en oorlog, zoniet van krachtige oorlogsretoriek. Men zou kunnen denken dat dit enigszins ongewoon is, omdat de doorgaans links getypeerde journalisten weinig ophebben met de retoriek van rechtse ijzervreters. De constante is wel dat in tijden van economische achteruitgang, onheilsprofetieën populair zijn, en zelfs terecht, omdat oorlog inderdaad in de lucht kan hangen.

Op dit schilderij van Rembrandt zien we de Babylonische koning Belsazar tijdens een drinkgelag verschrikt opkijken wanneer een zichtbare hand een “teken aan de wand” schrijft. Alleen de profeet Daniël kan het teken uitleggen: de dagen van Belsazar waren geteld; hij was “gewogen en te licht bevonden”. Belsazar zou dezelfde nacht nog sneuvelen onder het geweld van Meden en Perzen. Dit Bijbelverhaal levert maar liefst twee populaire uitdrukkingen aan de Nederlandse taal (teken aan de wand, gewogen en te licht bevonden).

Het teken aan de wand suggereert niet dat Belsazar zich te weinig bewapend had of dat hij militair tekortschoot. Het ontbrak hem aan morele integriteit, in zijn drinkgelag gebruikte hij bewust uit de tempel geroofde bekers om Jeruzalem te vernederen. Het was allemaal een gevolg van het feit dat hij de verkeerde god aanbad.

In plaats van te pleiten voor meer bewapening in lijn met de waan van de dag, doen we er misschien beter aan eerst en vooral te pleiten voor morele integriteit. Dat kan betekenen: afzien van eet- en drinkgelagen, stimuleren van leiderschap en ondernemerschap in Nehemia’s geest en waken over de tijden en de zeden. Die bekering is nodig zowel bij de leiders als bij het volk.

Ik verwijs ook naar mijn blogs Vrede en oorlog en naar The Re-emergence of the West

Afbeelding: Het feestmaal van Belsazar door Rembrandt van Rijn - www.nationalgallery.org.uk : Home : Info, Publiek domein, Koppeling

dinsdag 7 juli 2026

Wat niet zachtmoedig gezegd kan worden, is de waarheid niet


In deze blog definieer ik twee vormen van taal. Er is de taal van de macht en er is de taal van de waarheid.

De taal van de macht leerde je vroeger ongewild kennen op de speelplaats. Nu hoor je ze op politieke fora, in de sociale media en in kranten en tijdschriften die een specifieke politieke groepering vertegenwoordigen. De taal is niet gericht op het overdragen van informatie. Het is een taal die vooral de belangen van de schrijver / spreker ondersteunt. Het is een taal van verdachtmaking en minachting, een taal die oordeelt, een taal die winnaars afkondigt en verliezers bespot.

Daarnaast is er de taal van de waarheid. De taal van de waarheid vind je overal, zelfs op de speelplaats, maar ze klinkt niet zo luid en ze houdt geen rekening met de waan van de dag. De taal van de waarheid is erop gericht het algemeen belang te bevorderen. De taal van de waarheid wordt gebruikt met veel liefde voor de lezer / luisteraar.

Paus Leo XIV stelde al dat waarheid geen eigendom is om afgebakend te worden. De waarheid is een goed om te delen. In zijn encycliek Magnifica Humanitas rekent de paus af met het postmodernisme. Het postmodernisme houdt niet zo van de taal van de waarheid omdat het niet gelooft in waarheid. Het is een strekking die een somber mensbeeld cultiveert. Volgens het Johannesevangelie was Pontius Pilatus ook een postmodernist. Als Jezus zegt dat Hij van de waarheid komt getuigen, antwoordt Pilatus smalend: “Wat is waarheid?”.

Paus Leo erkent wel dat de waarheid niet altijd voor de hand ligt, maar hij schrijft dat de Kerk allen die eerlijk zoeken naar waarheid, goedheid en schoonheid als dierbare bondgenoten beschouwt in de verdediging van de waardigheid van iedere persoon en in de zorg voor de Schepping. Hij opent daar ook de deur naar degenen die zich niet tot ‘onze’ Kerk bekennen. De taal van de waarheid wordt hier met liefde en met zachtmoedigheid gesproken.

Als we dus twijfelen of een bepaalde waarheid mag of moet gezegd worden, moeten we ons de volgende vraag stellen: “Kan ik dit op een zachtmoedige manier zeggen?”. Als het antwoord ja is, moeten we het zachtmoedig zeggen. We denken vaak dat dat de andere partij niet zal overtuigen maar het tegendeel is waar. Zachtmoedigheid genereert vertrouwen, weliswaar kan dat niet zonder geduld. Als het antwoord neen is (ik kan het niet op een zachtmoedige manier zeggen), dan is het waarschijnlijk de waarheid niet. En dan is het verstandiger te zwijgen, tenminste als je liever spreekt met gezag dan met macht.

Ik verwijs ook naar mijn blogs Waar een wil is, is een weg naar waarheid en naar Macht en Gezag.

Image Montecassino Abbey by Valter Cirillo from Pixabay

dinsdag 23 juni 2026

Jeanne d’Arc

Dit boek van Edward De Maesschalck vertelt het merkwaardige, waar gebeurde verhaal van Jeanne d’Arc, waarbij gebruik gemaakt werd van een aantal goede historische bronnen, o.a. het procesmateriaal van haar veroordeling (1431) en dat van haar eerherstel (1456).

Het verhaal is merkwaardig omdat Jeanne als kwetsbare maagd erin slaagt een oorlog te doen kantelen. Het toont het belang aan van psychologie, geloof en bijgeloof in oorlogsvoering.

De moed van Jeanne is letterlijk legendarisch te noemen. Tegelijk is zij vroom, menselijk en integer, in de zin dat zij herhaaldelijk pleit voor mededogen tegenover krijgsgevangenen en terughoudendheid na overwinningen.

Merkwaardig is ook hoe de diepe ellende van een volk een soort messianistische verwachting kan creëren. In de diepste wanhoop van het Franse volk ontdekt Jeanne dat zij geroepen is om de kroonprins van Frankrijk tot overwinning en kroning te brengen, een roeping die zij tot haar bittere levenseinde zal blijven waarmaken. Er is wel gelijkenis met de messianistische verwachtingen van het volk Israël en met het publiek optreden van Jezus.

Maar wat me in dit verhaal het meest zal bijblijven, is de vaststelling dat er ook in de laatste levensdagen van Jeanne, mensen in haar omgeving waren (zoals de hoofdgriffier Guillaume Manchon) die geloofden in haar onschuld en die haar subtiel of openlijk steunden op gevaar van eigen leven. Het heeft misschien niet mogen baten, maar zelfs in de diepste duisternis ('De Profundis') ben je nooit helemaal alleen. Maar het maakte haar levenseinde daarom niet minder gruwelijk. Beata virgo qui sperat in eo.

Ik verwijs ook naar mijn blogs over de wreedheid van groepen en over leiderschap en offervaardigheid. Klik op de geschiedenis link hieronder voor andere geschiedenisblogs.

Foto 2: Jeanne d'Arc standbeeld in de Notre Dame kathedraal te Parijs 2026 ©Wim Lahaye

dinsdag 5 mei 2026

Het onrecht benoemen


Het onrecht benoemen is een opdracht voor iedereen, maar als het een gemakkelijke opdracht was, zou ik er niet over schrijven. Waarom moeten we het wel doen? Uiteraard omdat het de eerste stap is in de bestrijding van het onrecht. Het vergt moed. Wie onder onrecht lijdt, is zeer dankbaar aan wie het onrecht durft te benoemen. De zondaars vermanen is een geestelijk werk van barmhartigheid en een actie die de wereld beter maakt.

Welke zijn dan de hinderpalen? Als ergens onrecht bestaat is de bedrijver van het onrecht gewoonlijk sterker dan de lijder van het onrecht. Het onrecht benoemen kan een gevaarlijke onderneming zijn, en des te meer naarmate het onrecht groter is en de bedrijver ervan machtiger.

We leven ook in een tijd die meer belang hecht aan individuele vrijheid dan aan collectief geluk. Het gevolg is dat zondaars en hansworsten geprezen worden, vooral als ze rijk zijn, terwijl mensen die handelen in het algemeen belang, bespot worden.

Een trucje dat onrechtbedrijvers en onrechtverdedigers vaak uithalen is de discreditering van de onrechtbenoemer. Deze krijgt dan te horen dat hij selectief is in het aanklagen van onrecht. Zo kan je de toestand in Gaza niet aanklagen, want Hitler heeft toch 6 miljoen joden laten vermoorden en een aantal kinderen van de overlevenden werden omgebracht op 7 oktober 2023? Maar onrecht uit het verleden kan nooit als rechtvaardiging dienen voor onrecht in het heden, hoe erg ook. Je mag je gerust voor een specifieke rechtvaardige zaak inzetten, en je hoeft je niet te laten chanteren omdat er nu eenmaal ander onrecht bestaat of bestaan heeft. Je ontkent dat ook niet.

Een typisch probleem van deze tijd is ook dat vergeving moeilijk is door de mediatisering van openbaar en privéleven. Ieder onrecht, ieder verwijt en iedere vermaning wordt ongenadig geregistreerd en gerepost in de sociale media. Als er dus grote beroering over onrecht ontstaat, is dat moeilijk nog tot rust te brengen. Maar dat kan ook een voordeel zijn voor het benoemen van onrecht.

We leven nog steeds in het postmodernisme, waarin de schouder-ophalende (onrecht-relativerende) uitspraak van Pontius Pilatus de hoofdtoon vormt: “Wat is waarheid?”. Maar bij Pontius Pilatus ontbrak de wil de waarheid te erkennen. Onrechtbedrijvers zaaien graag postmodernistische twijfel over hun gruweldaden. Waar een wil is, is een weg naar waarheid.

Onrecht benoemen vergt leiderschap en durf, maar het is een belangrijke taak voor al wie de zaligsprekingen ter harte neemt.

Foto: “De moord op Sint Angelus in Sicilië”, preekstoel in de karmelietenkerk in Gent, 2024©Wim Lahaye

dinsdag 24 maart 2026

Niet wegkijken


Je kan dan al een overtuigde gedoopte zijn en misschien in grote sereniteit je veertigdagentijd beleefd hebben. Op het einde van die tijd kan je toch nog in grote verwarring raken over wat goed en rechtlijnig handelen precies inhoudt. "Je laten leiden door de geest" lijkt een wat vage beschrijving. De vraag naar juist moreel handelen stelt zich vaak in een context van grote ambiguïteit. Voor eventuele fouten kan je steeds vergeving van God en soms mededogen van medemensen krijgen. Maar je moet het verdienen door intellectueel integer te blijven en niet weg te kijken van de waarheid. Wie niet wegkijkt van de waarheid, mag tot de rechtvaardigen gerekend worden.

Het gebeurde bij Monseigneur Oscar Romero, naar wie mijn woonplaats in Luxemburg genoemd was (rue Oscar Romero te Berchem). Hij kwam uit de hogere kringen van San Salvador en ging in het buitenland studeren. Daardoor kwam hij enigszins wereldvreemd terug in eigen land en wist hij ook niet goed wat er allemaal op straat gebeurde. Er werden geregeld mensen neergeschoten. Boze tongen beweerden dat Salvadoraanse militairen daarbij betrokken waren, maar zijn omgeving klasseerde die gevallen als bestrijding van ‘communistische agitatie’.

Maar Oscar Romero zocht de waarheid. Toen een vriend neergeschoten werd door soldaten, keek hij niet weg. Hij besefte dat hier van agitatie geen sprake kon zijn. De ambiguïteit liep hier voor hem ten einde. Het moet wel gezegd dat een houding van lafheid wellicht veiliger was geweest voor Oscar Romero. Maar een christelijk geloof vergt, zeker in combinatie met een bisschoppelijke functie, offervaardigheid en consequent handelen. Oscar Romero verkoos moed boven lafheid. Hij verkoos rechtlijnig handelen boven struisvogelpolitiek. Hij riep de soldaten van zijn land op niet meer te gehoorzamen aan bevelen die niet klopten met God en gebod. Hij moest het met de dood bekopen.

Niet wegkijken en rechtlijnig handelen zijn essentiële componenten van een rechtvaardig leven. Slechts weinigen moeten daar zo’n hoge prijs voor betalen als Oscar Romero. Als je onrecht aanklaagt, krijg je vaak te horen dat je ander onrecht niet vermeld hebt. Laat je niet chanteren, want wellicht ben je ook voor dat ander onrecht gevoeliger dan je criticasters. Een christelijk leven dat wegkijkt van de werkelijkheid en niet rechtlijnig handelt is een scherts. Toch kunnen dilemma’s zich aanbieden in zeer dubbelzinnige situaties. Oscar Romero moet zich daarvan bewust geweest zijn.

Ik verwijs ook naar mijn trilogie van de goedheid.

Afbeelding: De Annunciatie, Boodschapkapel Heilig Hart Heverlee

dinsdag 10 maart 2026

Bij het scheiden van de markt


Ik leerde deze uitdrukking kennen bij mijn eerste job in Antwerpen. Daar in het centrum van alle beschaving werd wel een meer volkse variant van de uitdrukking gebruikt: “Bij het schijten van de mart”. Beide varianten betekenen uiteindelijk hetzelfde. Je zou ze kunnen verstaan als “Als de kat op de koord komt, …” of ook als: “Als het puntje bij het paaltje komt, …”. Er zit ook een element van potentieel conflict in. In het Frans bestaat er een uitdrukking die er dichtbij komt: “C’est ici que les Romains s’empoignèrent.” (met een knipoog naar kapitein Haddock)

Er zit een diepe levenswijsheid in. De zegswijze gaat algemeen over de ware aard van handelaars en over de kwaliteit van hun koopwaar. Maken ze hun beloften waar? Die ware aard komt pas helemaal op het einde van de markt naar boven, wanneer de deals gesloten zijn, als koper en verkoper zich van elkaar scheiden op de markt. Dan telt niet meer de poeha en de grote klap maar wel de rauwe werkelijkheid inclusief alle daarbij horende conflicten. De dieren op de markt zijn dan verkocht voor een bepaalde prijs. Ze worden dan door hun nieuwe eigenaars meegenomen. Ze tonen pas dan hun gebreken. Hun schijt laten ze achter op de markt.

Bij den Bell in Antwerpen pasten we deze zegswijze toe op onze eigen product ontwikkelingen. Hadden we soms veel praat als alles goed leek te gaan, vroeg of laat kwam toch de eindafrekening. Bij het scheiden van de markt kwam de klant wel kijken of het toestel echt werkte. Hij keek dan na of aan alle voorwaarden voldaan werd in een “acceptance test procedure”. En wie weet betaalde hij zelfs de rekening.

Het scheiden van de markt betekende zoveel als de dag van het laatste oordeel over de projectmanager. Het was voor jonge ingenieurs als ik destijds ook een vraag naar onze persoonlijke standvastigheid en moed: “Zal je er nog staan bij het scheiden van de markt, of zal je de confrontatie met de werkelijkheid ontvluchten en de puinhoop (“het schijt”) aan iemand anders overlaten?” Het is een vraag die al die jaren van mijn loopbaan actueel gebleven is.

In deze tijd van veel poeha en grote klap in de sociale media, moeten we de aankondigers misschien ook eens wat sneller met de voetjes op de grond brengen en hen vragen hoe alles werkelijk moet gaan gebeuren bij het scheiden van de markt.

Ik verwijs ook naar mijn blog “Iets maken”.

Afbeelding: “De Meersstraat van Gent”, Xavier De Cock, schilderij in Vlaanderen in de Kunst - Dimitri De Maesschalck

dinsdag 24 februari 2026

O Tempora, O Mores!


“O tijden, o zeden!” De uitspraak komt uit de eerste Catilinarische rede van Marcus Tullius Cicero. Cicero heeft met zijn spreuk het cultuurpessimisme een gelaat gegeven. De nestor van de piraten van Asterix heeft deze wijsheid zeker nog geciteerd als ervaren schipbreukeling. In de vijfde eeuw werd van Sint Modestus van Trier verteld dat hij standhield in een tijd van zedelijk verval onder de Merovingische koningen en hun gevolg. Leven we ook vandaag in een tijd van zedelijk verval?

Alles wijst erop. Er bestaat vandaag een toenemende verwarring over wat correct is. Er is algemeen slechts een zwakke consensus over de geldigheid van normen en waarden. En het gaat zoals bij de Merovingers samen met economisch verval en verslapte waakzaamheid en weerbaarheid, zeg maar een algemene decadentie. In zijn geschiedenis van de vooruitgang stelt Rutger Bregman dat de zogenaamde normatieve ophoging net integendeel een teken kan zijn van morele vooruitgang. De normatieve ophoging is het feit dat we minder tolerant geworden zijn voor dingen als slavernij, geweld tegen vrouwen en kinderen of rassendiscriminatie. Misschien maken we nu een tijdelijke maatschappelijke regressie mee die tegen de algemeen voorwaartse trend ingaat. 

Om moreel verval tegen te gaan, moet je ook economisch verval tegengaan. Het economisch verval wordt zichtbaar in de manier waarop mensen niet willen samenwerken naar gemeenschappelijke doelstellingen. We ervaren elkaars agenda’s, inclusief onze intenties, als conflicterend, terwijl dat niet zo zou mogen zijn. Eigenlijk werken we niet echt; we controleren het werk van anderen die zelf controleren. We hebben altijd veel kritiek op het werk van anderen. Maar als we eerlijk zijn, moeten we wel constateren dat we allemaal onproductief zijn door onze slechte samenwerking.

We leven in een oppervlakkige roes, een maalstroom waarin minder fundamenteel verandert dan we zouden denken. Om economische neergang te bestrijden, moet je omgekeerd ook morele neergang bestrijden. Laten we alvast een begin maken door onze morele oppervlakkigheid te bestrijden.

Afbeelding uit Asterix en Cleopatra

dinsdag 10 februari 2026

Leiderschap en offervaardigheid


Leven we in een tijdperk van maatschappelijke achteruitgang? Twintig jaar geleden konden we ons niet voorstellen dat de Verenigde Staten van Amerika een “terug-naar-de-middeleeuwen” beleid zouden voeren: afschaffing van vaccinaties - promotie van vet en vlees – promotie van huishoudelijke wapens - ontkenning van klimaatverandering - blokkering van de algemene ziekteverzekering. Een beleid van “De zwaksten moeten ervantussen”, zegt men in Antwerpen. De politiek richt zich niet alleen tegen de wetenschapsbeoefenaars, maar ook tegen de wetenschap zelf. Deugdzaamheid wordt als zwakheid afgedaan. Niemand maalt nog om flagrante leugens, zoals dat in dictaturen gebruikelijk is. Ook op het internationaal toneel zien we een terugval naar het recht van de sterkste.

Kijken in het oog van de slang kan verlammend werken. De democratische krachten reageerden tot dusver met ongeloof en immobilisme. Europa beweert dat het meer moet samenwerken, maar doet het vooralsnog niet op zichtbare wijze. Elk land blijft zijn eigen defensie potje koken met als resultaat dat het wapentuig drie maanden na aankoop niet meer werkt, en al helemaal niet zonder hulp van de leverancier.

Zolang de Europese lidstaten afgevaardigden blijven sturen die zich vooral “niet moeten laten doen” door de andere afgevaardigden, zal er weinig veranderen. De afgevaardigden moeten op Europees niveau verantwoording afleggen, niet aan de eigen lidstaat. Er moet een centraal EU commando komen. Als dat er niet komt, kan de Benelux een goed voorbeeld geven. (Ik geloof dat dit langzaam maar zeker ook gebeurt.)

Wat is er aan de hand? We hebben te lang in een nul-risico maatschappij geleefd. In een gepolariseerde maatschappij vindt links dat rechts offers moet brengen en omgekeerd. Dat wordt niet wijs gezegd, maar geschreeuwd met veel afkeer voor de tegenpartij. Waar we behoefte aan hebben is moreel leiderschap dat offervaardigheid toont door het voor te leven. Ik verwijs ook naar mijn blog The Re-Emergence of the West.

Wie minder in een leidinggevende positie staat, kan toch leiderschap tonen door gewoon onverstoorbaar door te zetten.

Foto: preekstoel OLV van Finisterrae kerk Brussel 2022 ©Wim Lahaye

dinsdag 13 januari 2026

Zelfrelativering en mededogen

In de tweede week van januari maak ik graag een staat van de natie* op in Vlaanderen. Dat klinkt behoorlijk aanmatigend. De officiële reden is om een zinnig gespreksonderwerp te bedenken voor nieuwjaarsrecepties. Nadenken over de natie is een soort burgerplicht. Ik heb misschien weinig te zeggen in de maatschappij maar ik ben steeds bereid mijn mening te delen met mensen die daar iets mee kunnen doen.

Bij het opmaken van de staat van de natie bracht de actualiteit inspiratie. Het ontslag eisen van een rector die een quote van het Internet plukt? Velen schijnen dat vanzelf-sprekend te vinden. Ik kan daar niet bij. Menen zij dat? Met welk gezag eisen zij dat? Dat van weldenkende Internetgebruikers? Moet die grote ophef bij de eisers een compensatie vormen voor hun gevoel van onbeduidendheid in de maatschappij? Of zijn Vlamingen dan toch scherpslijpers, ook in andere domeinen dan taalgebruik? Alleszins hebben sommige landgenoten een gebrek aan zelfrelativering en mededogen, en misschien ook wel aan humor

In het Oude Testament dringen David en zijn legeraanvoerder Abisai in het kamp van hun vijand Saul binnen, alwaar deze Saul rustig in zijn tent ligt te slapen. Het is een uitgelezen kans! Abisai wil Saul met diens speer in zijn slaap doden. Maar David heeft een beter idee. Hij beslist Saul niet te doden en neemt diens speer uit de tent mee als bewijs dat hij de kans gehad heeft om Saul te doden. Hij kroont zich daarmee tot morele winnaar tegenover het leger van Saul. Het verhaal suggereert dat mededogen welgevallig is aan God.

In het Frans zegt men: “Il ne faut pas pousser Bobonne dans les orties”. Wie in een kwetsbare positie staat of wie een openbare uitschuiver maakt, moet je niet nog eens het beentje lichten. Een zonde tegen zwakke Bobonne is een doodzonde tegenover God. Franciscus van Sales pleitte rond 1600 al voor mildheid in de sociale media (er waren al pamfletten).

Mededogen is een woord dat in onbruik dreigde te raken. Gelukkig hebben enkele medechristenen (o.a. Dirk De Wachter, Mieke Van Hecke) het woord opnieuw opgepikt om het terug de aandacht te geven die het verdient. Maar we moeten natuurlijk rekening houden met de geringe maakbaarheid van de medemens.

(*) Zie ons doen is ook zo’n staat van de natie.

Foto: Sint-Baafskathedraal van aan de Krook te Gent 9 juli 2025 ©Wim Lahaye

dinsdag 11 november 2025

Ode aan de vrijgevigheid

Onder alle deugden blijft de vrijgevigheid of generositeit ondergewaardeerd. Vrijgevigheid is niet ‘cool’. Gewoonlijk reageert de ontvanger van vrijgevigheid wel met lof. Maar derde partijen reageren gewoonlijk met scepticisme, want vrijgevigheid kan consequenties hebben. Wees vrijgevig, maar verwacht geen lof.

Er zijn veel weerstanden tegen vrijgevigheid. Ten eerste is er de gehechtheid aan het eigen bezit; dat is niet zo verwonderlijk. Ten tweede bestaat er ook zoiets als aporofobie*, dat is afkeer voor armoede. Daarmee samenhangend bestaat er ook een statusangst. Het is een angst die toeslaat bij de gedachte dat wij door vermindering van onze rijkdom naar een lagere sociaaleconomische status zouden kunnen terugvallen. Ten derde, die hoger beschreven angsten aporofobie en statusangst hangen samen met het matteüseffect. Het matteüseffect creëert een neerwaartse armoede spiraal waaruit wij mogelijk niet meer wegkomen. Dat kan gebeuren als wij te vrijgevig zouden blijken te zijn, hetgeen natuurlijk uiterst zelden het geval is met de aalmoezen die wij geven.

En ten vierde leven wij in een cultuur van ‘rechts’, waarin de gedachte overheerst, niet geheel onterecht, dat vrijgevigheid zwakkeren aantrekt. Die zwakkeren zouden via een vrijgevige staat een al te grote aanspraak kunnen maken op onze rijkdom, maar het valt te betwijfelen of zij wel echt het eerst aan de beurt komen in de verdeling daarvan. Vandaag ligt sterk de nadruk op de bescherming van de verworvenheden van wie bepaalde verdiensten meent te hebben. Misschien liggen onze belastingen zo hoog dat we begrijpelijkerwijze geen zin meer hebben in echte vrijgevigheid.

Men beweert dat vrijgevigheid de ontvanger afhankelijk maakt. Dat is een flauw en vals excuus. Het is net het gebrek aan vrijgevigheid dat mensen afhankelijk maakt. Zonder vrijgevigheid kan niemand naar een hoger sociaaleconomisch niveau opstijgen. De vrijgevigheid is uiteindelijk een verlossende kracht tegen elke blokkering van sociaaleconomische vooruitgang. De tijd waarin wij leven, kent weinig groei en daarmee ook weinig sociale opstijgkansen. Het bedrijfsleven is zeer kapitaalintensief geworden en biedt ook niet meer zoveel kansen voor wie van nul moet beginnen. Vrijgevigheid bij investeringen kan ook zinvol zijn in het bedrijfsleven.

Vrijgevigheid maakt het leven mooi en draaglijk voor iedereen. Het mooiste beeld van de vrijgevigheid blijft dat van Sint-Maarten, de latere bisschop van Tours, die als jong Romeins soldaat met zijn zwaard zijn mantel in twee scheurde voor een bedelaar bij de poorten van Amiens. Het is in de kerken van de Lage Landen misschien wel het meest afgebeelde niet-Bijbelse tafereel.

Ik verwijs ook naar mijn blog Kan je te goed zijn?

(*) Academische Stichting Leuven, Karakter 90, “Van armoede-angst tot armenhaat”, Ides Nicaise

Foto: “Sint-Maarten deelt zijn mantel”, standaard in de Sint-Maartenskathedraal in Ieper 2015 ©Wim Lahaye 

dinsdag 21 oktober 2025

Van de nood een deugd maken


Op politiek en economisch vlak zijn het beroerde tijden, dat was deze week te merken aan de teneur in de media. Het onbehaaglijk gevoel dat de onderstroom in deze beroerde tijden is, komt voort uit de observatie dat boosheid en leugen hoogtij vieren, terwijl goedheid en waarheid afgedaan worden als illusies van zwakkelingen. In de politiek heerst meer en meer de schaamteloosheid. Mensonvriendelijke figuren zwaaien de plak en vertellen ons dat we verkeerd bezig zijn. We leerden al dat we onverstoorbaar moeten doorzetten, maar er is nog een andere reden waarom we niettemin optimistisch mogen zijn.

Dat onze vijanden ons pad kruisen, is onvermijdelijk. Als academisch gevormden zijn we vaak niet helemaal geschikt voor de strijd, dus het kan wel gebeuren dat onze vijand ruwer is dan wij. Het kan dan een troost zijn te beseffen dat onze vijanden ons beter en sterker maken, weliswaar op de lange termijn. In het lijden en doorheen onze dapperheid ontwikkelen wij nederigheid, geduld en moed. Het lijden zuivert ons vanbinnen en we leren onze angsten overwinnen. Op de lange termijn leren we meer van onze vijanden dan van onze vrienden.

We moeten de serendipiteit cultiveren. Serendipiteit is de behendigheid om van de nood een deugd te maken, door een voordeel te herkennen in iets waarnaar je niet op zoek was. De beste definitie van serendipiteit is deze: het is een speld zoeken in een hooiberg, en eruit rollen met een boerenmeid. De woelige tijd waarin we leven, zal kansen creëren om een aantal dingen anders te gaan doen. De goedheid en de waarheid zullen ons in de juiste richting drijven.

Grijp het moment, ook al zijn de tijden beroerd. Ik verwijs ook naar mijn blog over optimisme en pessimisme.

Afbeelding: Gérard Douffet, Venus en Amor in de smidse van Vulcanus, Museum voor Schone Kunsten, Luik

dinsdag 30 september 2025

Wee de zelfverzekerden

In de eerste lezing van vorige zondag wist de profeet Amos te vertellen: “Wee, de zorgelozen in Sion, de zelfverzekerden op Samaria’s berg.” Het is een terechtwijzing aan wie geen oog heeft voor het leed van anderen en een troost voor degenen die onder hoogmoed en egoïsme te lijden hebben. Maar wat als de verhoopte dag van gerechtigheid nog niet gekomen is?

In het christendom is de dood het finale keerpunt. We krijgen al een voorproefje voor de novembermaand. De eersten zullen de laatsten zijn en de laatsten de eersten. De zelfverzekerden worden vernederd en de nederigen van hart zullen het koninkrijk van God binnengaan. De christelijke gedachte is dus dubbel. Het is zeker een waarschuwing aan de hoogmoedigen (of "zelfverzekerden", het woord arrogant komt weinig of niet voor in Bijbelvertalingen): bekeer u! Maar zullen die wel luisteren als ze zo hoogmoedig zijn?

Anderzijds is het een troost voor degenen die onder die hoogmoed lijden. Na de dood zal het helemaal anders zijn. Toch kan het niet de bedoeling zijn dat de nederigen dan triomferen over de hoogmoedigen, want dat zou niet erg nederig zijn. Wellicht dienen de troostende woorden van Amos vooral om de nederige gemotiveerd te houden en om de nederigheid op aarde te blijven cultiveren.

Daar zit natuurlijk een gevaar in. Het gevaar dat de nederigen het onrecht in dit tranendal aanvaarden, en dus in dit leven niet in opstand komen tegen de hoogmoedigen. Is het christendom de tegenpool van een meer fanatiek zelotisme dat het onrecht -op aarde- uit de wereld zou kunnen helpen, tenminste als de nederigen sterk genoeg zijn om met wereldlijke middelen en met vereende krachten hun juk af te werpen? Wellicht kunnen de hoogmoedigen de christelijke leer misbruiken om de nederigen onder de knoet te houden, ook al is dat duidelijk niet datgene waar Christus de mensheid toe oproept. 

Met Christus, Mozes en de profeten zijn we ten minste gewaarschuwd. Memento mori. Gedenk dat je zal sterven. Het is een boodschap aan iedereen. Wie leeft met de dood voor ogen, is vanzelf een beetje nederiger van hart.

Ik verwijs ook naar mijn blog over christendom en zelfverloochening.

Afbeelding: Joos van Cleve, De H. Hiëronymus in zijn studeerkamer, Stadsmuseum van Luxemburg

dinsdag 16 september 2025

Want bij u is vergeving


Vergeving of vergiffenis is een van de mooiste aanbiedingen in de product portfolio van het christendom. Voor gelovigen is het een van de grootste gaven van God. Vergeving laat toe het kwaad achter zich te laten en het met hernieuwde moed anders te gaan doen. Om vergeving te (h)erkennen, moet je ook fout kunnen erkennen, en dat is meestal de moeilijkste stap zowel bij de dader als bij het slachtoffer. Een fout tegen de mens is vaak ook een fout tegen God en vice versa, maar soms heeft God een ander idee van wat fout eigenlijk is. We noemen een fout in de ogen van God een zonde.

Toen de mens nog in God geloofde, zocht hij naar een manier om van zijn zonde verlost te raken. De rooms-katholieke kerk had daar een geniale oplossing voor bedacht: het sacrament van de biecht. Daarmee was meteen erkend dat vergeving en verzoening zo belangrijk waren dat ze de status van sacrament mochten krijgen. De protestantse kerken hadden het moeilijk met de biecht en vonden de rechtvaardiging uit, maar dat maakte ze niet minder vrij van schuldbesef of zondebesef, integendeel.

Ook vandaag bestaat er nog een groot zondebesef, maar dan vooral in verband met de zonden van anderen. De sociale media smullen ervan. Als een BV te diep in het glas of nog beter in iemands boezem kijkt, kan hem dat een quasi onophoudelijke regen van beschimpingen opleveren. Het is merkwaardig hoeveel mensen zich dan geroepen voelen haatmail te sturen als waren zij God zelf, opperrechter van het heelal. “Iudex ergo cum sedebit, quidquid latet, apparebit”. “Wanneer de rechter dan zal neerzitten, zal alles wat verborgen is, tevoorschijn komen.“ Een nieuwe trend is de publieke schuldbelijdenis, ook al is die nooit onmiddellijk voldoening schenkend.

Gelukkig heelt de tijd alle wonden. Het lijkt wel zo dat de vergeving zich ook in de seculiere wereld een weg baant. En met de waan van de dag verandert ook de perceptie van schuld, zodat je steeds een comeback kan maken, als BV, als politicus, of als andere drager van schuld.

Vergeving en verzoening behoren met vrede en vreugde tot de grote V’s van de zondagmorgen. Ik verwijs ook naar mijn blog: Iedere heilige heeft een verleden, iedere zondaar een toekomst en naar Zin en onzin van publieke schuldbelijdenissen.

Afbeelding: Sint-Kornelius (schonk vergiffenis aan de Lapsi, de afvalligen van de Kerk) te Kornelimunster bij Aken 2025 ©Wim Lahaye

dinsdag 26 augustus 2025

Ode aan de ijver


"Zelo zelatus sum pro domino, deo exercituum."
 "Met ijver heb ik me ingezet voor de Heer, de God van de heerscharen". Elia antwoordt het telkens weer aan God zelf, als die hem tot tweemaal toe vraagt: “Waarom ben je hier, Elia?” Elia zegt het niet uit trots maar vanuit de diepst denkbare wanhoop. Hij is op de vlucht voor de afvallige heersers van Israël die hem willen ombrengen. Het zinnetje prijkt boven de ingang van het klooster van de karmelieten in Heverlee. Dat paste niet alleen wonderwel bij de Karmel spiritualiteit, het moest de leerlingen van het Sint-Albertuscollege wellicht ook tot ijver en offervaardigheid aanzetten.

We associëren ijver inderdaad vooral met werkijver of vlijt maar dat is niet helemaal wat Elia bedoelde. IJver is algemeen een soort brandend vuur voor een hoger doel. Bij Elia is dat eerder geloofs- en verkondigingsijver.

De Britse denker Roger Scruton stelt in zijn boek Against the Tide: Sacrifice is essential to achieve anything worth pursuing”. Hij denkt daarbij uiteraard op de eerste plaats aan het onderwijs. De verwerving van kennis en vaardigheden vergt een offer van leerling én leerkracht voor een hoger doel. Dat offer bestaat vooral uit ijver en tijd en dus ook uit geduld

De ijver staat de laatste tijd onder druk door de toegenomen nood aan zelfzorg. Die zelfzorg zou niet zo hard nodig zijn als we ons leven en dat van onze kinderen wat eenvoudiger zouden houden en minder zouden ingaan op alle mogelijke opportuniteiten. Misschien moeten we vooral ijveren voor vereenvoudiging. Maar de ijver kan als deugd toch wel wat herwaardering gebruiken. Ze past vooral goed in het rijtje van de deugdzaamheden (ijver, integriteit, discipline, wellevendheidplichtsbesef) die ons onderwijs zou moeten promoten.

Ik verwijs ook naar mijn blogs Voetjes op de Grond en Mozart Assassiné. In mijn Engelstalige blog Ode to Industry wijs ik erop dat de zuivere werkijver eerder een ideaal van onze economische wereld is dan een ideaal dat afkomstig zou zijn uit Bijbelse verhalen.

Foto: Portaal van voormalig karmelietenklooster in Heverlee 2024 ©Wim Lahaye

dinsdag 6 mei 2025

Onverstoorbaar doorzetten

We leven in een merkwaardige tijd. Leugens worden toegejuicht en verspreid en de waarheid wordt gefluisterd in een sfeer van schaamte. Boosheid wordt als een teken van sterkte beschouwd en goedheid als een teken van zwakte. Veronderstel dat je je hele leven gewijd hebt aan het diversiteits-beleid in een onderneming. Dan kan je nieuwe baas je al vertellen dat je mag stoppen. Impliciet kan hij ook zeggen dat al wat je tot dusver gedaan hebt, schadelijk was voor de maatschappij. Je was er dus beter niet geweest. Akkoord, het is in Europa nog niet zo erg. In de Verenigde Staten kan het gebeuren. Maar wie de tekenen van de tijd verstaat, weet dat ook dit voorbij gaat. De hansworsten van deze tijd bereiden hun eigen ondergang voor. Je moet gewoon onverstoorbaar doorzetten, alsof de bevrijding er al is.

De evangelist Johannes kan ons daartoe inspireren. Hij leefde ook in zo'n bizarre tijd. De tempel van Jeruzalem was pas verwoest (rond 70 nC). Vanop het eiland Patmos schrijft hij aan zijn vrienden: “Ik ben uw deelgenoot in de Verdrukking en in het Koningschap en de Verwachting van Jezus. Voor Johannes is het koningschap van Jezus er al, want Hij heeft het zelf uitgeroepen bij Pontius Pilatus. Het is nog juist even wachten op zijn definitieve terugkeer op aarde. Johannes voelt zich gesterkt in zijn overtuiging door een mystieke ontmoeting met iemand die hem zei: “Vrees niet. Ik ben het.” Het is een ontmoeting waarin hij opgeroepen wordt om alles neer te schrijven, een activiteit waarin hij onvermoeibaar en onverstoorbaar doorzet.

Volgens de legende hebben zijn vijanden hem bij de Latijnse stadspoort van Rome nog in een ketel olie gekookt. Met de steun van de Allerhoogste zou hij het warme bad overleefd hebben. Hij mocht daarna onverstoorbaar verder gaan met schrijven tot in zijn oude dag, omdat zijn beste vriend dat zo wou. Het was een relatief zalig levenseinde als je vergelijkt met dat van de andere apostelen.

Inspiratie uit de column Europa moet koelbloedig blijven van Lien Verpoest in de Standaard 25/4/2025.

Foto 1: Sint-Jan-in-de-olie, houtsnijwerk van het atelier van Jan Borreman, St.-Pieterskerk Leuven 2024©Wim Lahaye
Foto 2: Toegeschreven begraafplaats van de H. Johannes te Efeze, Turkije 1989©Wim Lahaye

dinsdag 15 april 2025

Het geweten een bron van geluk


Ik had een grootoom in Hoboken en die bracht me de volgende levenswijsheid bij: het christelijk geweten is een bron van geluk. Hij zei christelijk om te duiden over welk geweten het ging. Wat hij bedoelde is: als je leeft volgens je christelijke deugden dan brengt dat jou een vorm van geluk. Je kan natuurlijk ook een eigen set van deugden bepalen die voor jou de basis van je geweten vormen.

Ook Thomas a Kempis gelooft in het belang van het geweten. Hij schrijft: “Een goed leven verkwikt de geest, en een zuiver geweten geeft een groot vertrouwen op God”. In het hedendaags seculier denken zouden we “God” waarschijnlijk vervangen door “onze lotsbestemming”. Vertrouwen op God is dan zoveel als vertrouwen dat alles goed komt, hetgeen een zekere vorm van geluk is. We moeten in ons leven niet rechtstreeks streven naar het geluk, maar we moeten wel streven naar een deugdzaam leven. Een deugdzaam leven geeft een zekere voldoening als je de oppervlakkige succesverhalen van de wereld minder belangrijk vindt dan je eigen rechtschapenheid. Jouw geluk kan dan eventueel een prettig gevolg van die voldoening zijn.

Deugd en geweten zijn weliswaar belangrijk in het christendom maar het zijn geen christelijke monopolies. Seneca streefde als stoïcijn zeker ook naar de deugd, en wellicht met een zekere voldoening maar of het voor hem uiteindelijk een bron van geluk was, zou hij waarschijnlijk niet erg belangrijk gevonden hebben.

De Ongelijkheid van Confucius zet ons misschien op weg. Het streven naar integriteit is het belangrijkst want integriteit is belangrijker dan competentie en competentie is belangrijker dan succes. Integriteit staat ver boven succes. Nu weet ik niet zeker of Confucius van mening is dat je daar per se gelukkiger van wordt, maar het geeft je toch een doel waar je dan eventueel een zekere voldoening uit kan halen; ik laat het over aan Confuciuskenners om dat te preciseren. Confucius geeft in elk geval aan wat belangrijk is in het leven.

Ik verwijs ook naar mijn Engelstalige blog virtues and virtutes.

Image by Kohji Asakawa from Pixabay

dinsdag 18 maart 2025

Hoop in heldere dagen


In zijn briljante film ‘Clockwise’ voert John Cleese het personage op van schoolhoofd Brian Stimpson. Deze wordt met de meest onmogelijke tegenkantingen geconfronteerd wanneer hij op weg gaat naar de toespraak van zijn leven, een toespraak waar hij kost wat kost op tijd wil komen. Op een bepaald ogenblik beseft hij dat het hem misschien niet zal lukken, en dan kan hij daar enigszins in berusten. Maar dan gebeurt er iets nieuws dat hem weer doet denken dat het toch nog kan lukken. In zijn aller diepste ellende zegt hij dan: “It is not the despair, Laura. I can stand the despair. It's the hope!”.

Hoop is inderdaad onverwoestbaar en hoop laat je ook nooit met rust. Hoop blijft altijd mogelijk daar waar het verlangen heel sterk is maar waar het rationele geloof volledig moet afhaken omdat het doel onbereikbaar is. Er zijn talrijke situaties in het leven waar dat het geval is. Mensen kunnen zelfs hoop koesteren om dierbare overledenen terug te zien. Die onbegrijpelijke hoop zien we ook terugkeren in het verhaal van de Gedaanteverandering, een onmogelijke ontmoeting met mythische figuren. We vangen er een glimp op van een ondenkbare hemelse heerlijkheid. Het kan misschien niet, maar de hoop is er en ze doet ons leven.

De hoop wordt met haar symbool, het anker, uitgebreid in de aandacht gebracht in de liturgie van het jubeljaar 2025. Beluister dit mooie lied Vlam van liefde, hoop die ons doet leven.

Ik verwijs ook naar mijn blog Hoop in donkere dagen en naar mijn 2025 new year resolution Poise, Bravery, and Hope.

Ter nagedachtenis van mijn nonkel Jan Van Hoof, die op 19 maart 2025 overleden is.

Foto: allegorische voorstellingen van geloof en hoop in de kerk van de ongeschoeide karmelieten te Gent 2024 ©Wim Lahaye

dinsdag 4 februari 2025

Onverwelkbare Wijsheid

“Sapientia Immarcescibilis”, onverwelkbare wijsheid is wat de Leuvense Universiteit nu al zeshonderd jaar mag cultiveren, en dit voor de stad, voor het land en voor de wereld.

Daarbij wordt nogal eens nadruk gelegd op het intellectuele vernuft, op loepzuivere rationaliteit en op de talrijke realisaties, maar misschien komt de zegen van de universiteit vooral voort uit het cultiveren van een wetenschappelijke attitude, waarbij ik graag nadruk leg op attitude.

Want goede wetenschapsbeoefening is vooral gediend met een houding van bescheidenheid. Goede wetenschappers nemen hun wensen niet voor werkelijkheid. Ze kunnen het ego wegcijferen. Ze kijken onbevangen, vol ootmoed naar wat we nog altijd de schepping mogen noemen. Die schepping bestaat uit natuur en cultuur, uit wat de mens ontving en uit wat de mens zelf opbouwde. Het bracht ons exacte en humane wetenschappen, maar de universiteit leeft ook van haar interdisciplinariteit.

Goede wetenschappers cultiveren een houding van openheid en intellectuele eerlijkheid. Zij kunnen de waarheid erkennen aan de hand van concrete bevindingen, ook als die waarheid niet direct overeenkomt met eigen verwachtingen of wensen. Wie fouten maakte of successen boekte is daarbij minder belangrijk dan de ontdekking van de waarheid zelf. Integriteit is altijd belangrijker dan competentie omdat de afwezigheid van integriteit elke vorm van competentie in de weg staat.

De onverwelkbare wijsheid komt eigenlijk voort uit die bescheiden houding van intellectuele integriteit. Het is onze beste waarborg tegen dweperij, dictatuur en achterlijkheid. Het is die attitude die van de universiteit een licht voor de volken maakte en laten we hopen dat het nog lang mag schijnen.

Ik verwijs ook naar mijn blogs: Wetenschap als roeping en  Onderwijs, cultuur en deugdzaamheid.

Afbeelding 1: Stichtingsbul reproductie van KU Leuven

Afbeelding 2: Universiteitshal Leuven (bron is me niet meer bekend)

dinsdag 10 december 2024

Ode aan de ruimtevaart


Ik had al een ode aan de luchtvaart, maar nog geen ode aan de ruimtevaart. De ruimtevaart ligt een beetje in het verlengde van de luchtvaart en er zijn veel raakvlakken. In het Engels spreken we soms over aerospace om beide disciplines aan te duiden.

De ruimtevaart bevindt zich nog in een pionierstijd, net zoals de luchtvaart een eeuw geleden. Een eeuw geleden was het ook nog riskant in een vliegtuig te stappen. Voor bemande ruimtevaart is vandaag nog steeds een dosis heldenmoed nodig. Maar je kan ook pionier of avonturier zijn door aan een ruimtevaartonderneming te werken. Mijn ode aan de ruimtevaart, zo was te verwachten, is weer een ode aan de deugd geworden. Een ode aan de durf is nog het meest van toepassing.

Het doet wat denken aan Terre des Hommes en Vol de Nuit van Antoine de Saint-Exupéry, die zelf een pionier was. “Guillaumet…, vivant!” is het zinnetje dat me het meest bijgebleven is uit mijn humaniora, want ik was toen zelf een kleine Guillaume.

Moed is niet hetzelfde als dapperheid, maar er is een verband. Moed is volgehouden dapperheid. Dapperheid zegt iets over het moment in de strijd. Dapperheid is een ogenblikkelijke positieve attitude in het gevaar, waarbij men de confrontatie aangaat met het onbekende, in weerwil van de angst over het eigen voortbestaan (fysisch of mentaal). Moed is een karaktersterkte die men verwerft doorheen volgehouden dapperheid. In de wiskunde zeggen we dat moed de integraal is van dapperheid.  

Ik verwijs naar mijn vorige blogs over ruimtevaart.

Afbeelding van WikiImages via Pixabay