De zorgsector komt geregeld in het nieuws. Er is iets eigenaardigs aan de hand met onze samenleving. Enerzijds klinkt een luide roep naar hoog performante, hooggekwalificeerde arbeidskrachten. Anderzijds gaan de kosten in de zorg helemaal door het dak. Misschien is het een toevallige combinatie maar macro-economisch en budgettair bekeken zit dat natuurlijk helemaal fout. We kunnen het wel wijten aan de vergrijzing van de bevolking.
Maar hoe
komt het dat zoveel jongeren in allerlei vormen van zorg, bijvoorbeeld
in bijzondere jeugdzorg, terechtkomen? Hoe komt het dat zoveel mensen
arbeidsongeschikt worden? En waarom heeft iedereen nu naast zijn huisdokter en
zijn tandarts, ook een psycholoog, een dermatoloog, een osteopaat, een
specialist voor alles en nog wat?
Gedeeltelijk
heeft dat te maken met het grote succes van de geneeskunde en de zorg. We leven langer en we
ontmoeten dus meer kwaaltjes voor we onze laatste adem mogen uitblazen, en dat
terwijl we nog snel de
Machu Picchu, de Taj Mahal, de Chinese Muur en het Sydney Opera House willen
bezoeken. We willen elk risico op een ongeneeslijke ziekte kunnen uitsluiten.
Ook onze performantie moet altijd optimaal zijn en dat betekent dat elke
drupneus een operatie kan vergen. Kinderen gaan nu ook al preventief naar de psycholoog.
Ik denk dat
onze doorgedreven prestatiedwang inderdaad de behoefte aan zorg
verhoogd heeft. We moeten in optimale conditie zijn. Mannen en vrouwen in kroostrijke
gezinnen moeten bijna het onmogelijke doen om in onze meritocratie mee te draaien. Dat breekt vaak
relaties in gezinnen, zowel tussen echtgenoten onderling als tussen ouders en
kinderen. Die gebroken relaties leveren heel wat samenlevingsproblemen op,
zelfs criminaliteit. De verering van de Mammon brengt zoals gewoonlijk meer
kosten dan baten met zich mee.
De mensen
in de zorgsector hebben een slechte verhouding tussen loon
en arbeidslast. Ze
lopen een hoog risico op burn-out. Er is ook een risico op ontmenselijking in
een context van doorgedreven ziekenhuis/ zorghuis management.
Het is
vandaag de feestdag van Sint-Kamiel alias de heilige Camillus de
Lellis, de patroon
van de zorgwerkers. Het is een goede dag om te reflecteren over enkele vragen. Op
welke manier kunnen wij de zorg-dragers, inclusief de mantelzorgers in onze
maatschappij bijstaan? Kunnen we naast de zeven werken van fysische
barmhartigheid ook eens tijd maken voor de tien geestelijke werken van
barmhartigheid? Kunnen
we wat meer dankbaarheid tonen aan de zorgers in ons midden?
En kunnen we onze luide roep naar meer performantie niet wat milderen ten
voordele van wie ‘echt’ zorg nodig heeft? En kunnen we tenslotte de kleinere
groep profiteurs van het systeem nog bekeren, en dan liefst in hun diepste
binnenste, zonder dwang van buitenaf?
De genezing
van de lamme is een prachtig wonderverhaal uit het evangelie. Maar het wonderlijke
aan dit verhaal is vooral dat vier vrienden het onmogelijke doen voor hun lamme
vriend: ze torsen hem op het dak en brengen hem door een gat in het dak tot bij
Jezus. Ook hier ging de zorg door het dak, maar dan van boven naar onder. Een
grote daad van liefde en geloof die ook Jezus opgevallen was. De evangelist
schrijft: “Hij was getroffen door hun geloof” en suggereert daarbij dat de vier
zorgdragers Hem minstens even hard ontroerd hebben als de lamme zelf.
Zie ook mijn
blogs Borderline Times en Zie de mens .
Ik schrijf
deze blog graag naar aanleiding van de verjaardag van mijn moeder, Ingrid Van
Hoof, kampioen van de zorgdragers.
Afbeelding: Verzorgen
van zieken, met dank aan kunstenaar Egbert Modderman. Dit werk
maakt deel uit van de werken van barmhartigheid in de Martinikerk te Groningen.





