dinsdag 5 mei 2026

Het onrecht benoemen


Het onrecht benoemen is een opdracht voor iedereen, maar als het een gemakkelijke opdracht was, zou ik er niet over schrijven. Waarom moeten we het wel doen? Uiteraard omdat het de eerste stap is in de bestrijding van het onrecht. Het vergt moed. Wie onder onrecht lijdt, is zeer dankbaar aan wie het onrecht durft te benoemen. De zondaars vermanen is een geestelijk werk van barmhartigheid en een actie die de wereld beter maakt.

Welke zijn dan de hinderpalen? Als ergens onrecht bestaat is de bedrijver van het onrecht gewoonlijk sterker dan de lijder van het onrecht. Het onrecht benoemen kan een gevaarlijke onderneming zijn, en des te meer naarmate het onrecht groter is en de bedrijver ervan machtiger.

We leven ook in een tijd die meer belang hecht aan individuele vrijheid dan aan collectief geluk. Het gevolg is dat zondaars en hansworsten geprezen worden, vooral als ze rijk zijn, terwijl mensen die handelen in het algemeen belang, bespot worden.

Een trucje dat onrechtbedrijvers en onrechtverdedigers vaak uithalen is de discreditering van de onrechtbenoemer. Deze krijgt dan te horen dat hij selectief is in het aanklagen van onrecht. Zo kan je de toestand in Gaza niet aanklagen, want Hitler heeft toch 6 miljoen joden laten vermoorden en een aantal kinderen van de overlevenden werden omgebracht op 7 oktober 2023? Maar onrecht uit het verleden kan nooit als rechtvaardiging dienen voor onrecht in het heden, hoe erg ook. Je mag je gerust voor een specifieke rechtvaardige zaak inzetten, en je hoeft je niet te laten chanteren omdat er nu eenmaal ander onrecht bestaat of bestaan heeft. Je ontkent dat ook niet.

Een typisch probleem van deze tijd is ook dat vergeving moeilijk is door de mediatisering van openbaar en privéleven. Ieder onrecht, ieder verwijt en iedere vermaning wordt ongenadig geregistreerd en gerepost in de sociale media. Als er dus grote beroering over onrecht ontstaat, is dat moeilijk nog tot rust te brengen. Maar dat kan ook een voordeel zijn voor het benoemen van onrecht.

We leven nog steeds in het postmodernisme, waarin de schouder-ophalende (onrecht-relativerende) uitspraak van Pontius Pilatus de hoofdtoon vormt: “Wat is waarheid?”. Maar bij Pontius Pilatus ontbrak de wil de waarheid te erkennen. Onrechtbedrijvers zaaien graag postmodernistische twijfel over hun gruweldaden. Waar een wil is, is een weg naar waarheid.

Onrecht benoemen vergt leiderschap en durf, maar het is een belangrijke taak voor al wie de zaligsprekingen ter harte neemt.

Foto: “De moord op Sint Angelus in Sicilië”, preekstoel in de karmelietenkerk in Gent, 2024©Wim Lahaye

dinsdag 28 april 2026

The Armed Man


Op de koepel van de basiliek van Neuss op de linkeroever van de Rijn staat geen christus- of mariabeeld. Er staat een gewapende man. Quirinus van Neuss wordt rond 30 april herdacht in Neuss en in Leuven. In onze Abdij van Park heeft hij een klein altaartje; zijn relieken worden hier bewaard. Het is een vreemd toeval want het was een regiment van Neuss dat in 1914 onze stad Leuven in brand stak. Het huis van mijn grootouders in de Ravenstraat had een gedenksteen die herinnerde aan de brand. Maar waarom vereert de Kerk hier een soldaat?

Quirinus van Neuss is niet de enige soldaat die in de Kerk vereerd wordt. We denken aan Sint-Michiel, Sint-Joris, Sint-Maarten, Sint-Maurits en Sint-Gereon die in ons middeleeuws erfgoed geregeld opduiken. Gewoonlijk worden die figuren gekaderd in een mythische strijd tussen goed en kwaad, waarbij de vereerde soldaten uiteraard aan de kant van het goede stonden. Nochtans bestaat er een gebod: “Gij zult niet doden”. En nadat Petrus het oor van Malchus, een dienaar van de hogepriester, afgehakt had, zei Christus: “Wie het zwaard hanteert, zal door het zwaard vergaan.” Kunnen gewapende mannen dan wel “benedicti”, d.i. gezegend zijn?

Ik stel me deze vreemde vraag omdat we in een tijd leven waarin zelfs journalisten bewapening en oorlog prediken. Ik zeg niet dat dat niet mag maar het lijkt toch eerder ingegeven door de waan van de dag. In het profane leven hebben we gevallen soldaten altijd met zeer veel pomp en omstandigheden vereerd zoals dat in Engeland heet. Zelfs honderd jaar na de feiten, blazen we nog Last Posts in Ieper onder veel belangstelling. Dat is niet ongemeend, maar het wekt bij mij wel de permanente bedenking op dat de machtigen der aarde wat graag profiteren van de offervaardigheid van jonge brothers in arms.

De huidige opvolger van Petrus, Leo XIV, herhaalde Jezus’ oproep tot geweldloosheid en dat werd niet door iedereen in dank afgenomen. De media probeerden er zoals steeds een wedstrijd van te maken maar dat is irrelevant voor iedereen die de morele autoriteit van het evangelie ver boven alle krijgsgewoel plaatst. Toch is er in de Kerk heel wat gebeurd in de tijd tussen Petrus en Leo XIV . We zagen al dat de geweldloosheid van Jezus niet helemaal onproblematisch is. Is het geweld een onvermijdelijke component van onze menselijke conditie, zoals twintig eeuwen christendom schijnen te suggereren?

De kerkvaders ontwikkelden de rechtvaardiging van de rechtvaardige oorlog, “just war”, die we in een volgende blog zullen bespreken.

Foto: Sint-Quirinus beeld op de koepel van de munster van Neuss, 2024©Wim Lahaye 

dinsdag 21 april 2026

Loop niet in de val van de chatbot

In dit boek waarschuwt Geertrui Mieke De Ketelaere voor de gevaren van de hedendaagse chatbots, de AI machines die ons soms zo vriendelijk van dienst kunnen zijn, ook inzake heel persoonlijke onderwerpen. Die chatbots blijken onvoldoende aan ethisch toezicht onderworpen te zijn. De ingebouwde algoritmes hebben niet altijd in de eerste plaats het belang van de gebruiker op het oog.

In dit boek maak je kennis met het Elisa effect, de neiging van mensen om empathie, begrip of emoties te projecteren op machines, die enkel doen alsof. We zijn vaak niet op de hoogte van de achterliggende georkestreerde mechanismes die aan de basis liggen van de chatbots. Sycofantie, het naar de mond praten van de gebruiker, is iets wat vast ingebakken zit in de algoritmes.

Ik heb een sterk zondebesef wat betreft AI. Daarmee bedoel ik dat ik de kostbaarheden van deze wereld niet graag verbras voor eigen plezier. Ik gebruik AI vooral op het werk om wat sneller samengebalde informatie te vinden, ook wel om snel verifieerbare samenvattingen te maken over markt gerelateerde onderwerpen. In mijn vrije tijd vind ik het wel eens nuttig om de herkomst van een afbeelding, een schilderij of een muziekstuk te achterhalen. Maar ik gebruik geen AI voor onzinnige grappen of om de slimmerik uit te hangen op een of ander social event. Met chatbots was ik nog niet vertrouwd.

Met dit boek kom je wel tot het bewustzijn dat het menselijk brein een spons is. We moeten dus goed nadenken over de informatie en de algoritmes waar we ons aan blootstellen. Alleen al daarom is het de moeite waard om dit boek goed te lezen. Laten we oordeelkundig omspringen met wat eigenlijk hulpmiddelen zouden moeten zijn.

Geertrui Mieke De Ketelaere heeft met dit boek haar maatschappelijke rol als ingenieur opgenomen. Ik verwijs ook naar mijn blog Rerum Artificialum Intelligentium

dinsdag 24 maart 2026

Niet wegkijken


Je kan dan al een overtuigde gedoopte zijn en misschien in grote sereniteit je veertigdagentijd beleefd hebben. Op het einde van die tijd kan je toch nog in grote verwarring raken over wat goed en rechtlijnig handelen precies inhoudt. "Je laten leiden door de geest" lijkt een wat vage beschrijving. De vraag naar juist moreel handelen stelt zich vaak in een context van grote ambiguïteit. Voor eventuele fouten kan je steeds vergeving van God en soms mededogen van medemensen krijgen. Maar je moet het verdienen door intellectueel integer te blijven en niet weg te kijken van de waarheid. Wie niet wegkijkt van de waarheid, mag tot de rechtvaardigen gerekend worden.

Het gebeurde bij Monseigneur Oscar Romero, naar wie mijn woonplaats in Luxemburg genoemd was (rue Oscar Romero te Berchem). Hij kwam uit de hogere kringen van San Salvador en ging in het buitenland studeren. Daardoor kwam hij enigszins wereldvreemd terug in eigen land en wist hij ook niet goed wat er allemaal op straat gebeurde. Er werden geregeld mensen neergeschoten. Boze tongen beweerden dat Salvadoraanse militairen daarbij betrokken waren, maar zijn omgeving klasseerde die gevallen als bestrijding van ‘communistische agitatie’.

Maar Oscar Romero zocht de waarheid. Toen een vriend neergeschoten werd door soldaten, keek hij niet weg. Hij besefte dat hier van agitatie geen sprake kon zijn. De ambiguïteit liep hier voor hem ten einde. Het moet wel gezegd dat een houding van lafheid wellicht veiliger was geweest voor Oscar Romero. Maar een christelijk geloof vergt, zeker in combinatie met een bisschoppelijke functie, offervaardigheid en consequent handelen. Oscar Romero verkoos moed boven lafheid. Hij verkoos rechtlijnig handelen boven struisvogelpolitiek. Hij riep de soldaten van zijn land op niet meer te gehoorzamen aan bevelen die niet klopten met God en gebod. Hij moest het met de dood bekopen.

Niet wegkijken en rechtlijnig handelen zijn essentiële componenten van een rechtvaardig leven. Slechts weinigen moeten daar zo’n hoge prijs voor betalen als Oscar Romero. Als je onrecht aanklaagt, krijg je vaak te horen dat je ander onrecht niet vermeld hebt. Laat je niet chanteren, want wellicht ben je ook voor dat ander onrecht gevoeliger dan je criticasters. Een christelijk leven dat wegkijkt van de werkelijkheid en niet rechtlijnig handelt is een scherts. Toch kunnen dilemma’s zich aanbieden in zeer dubbelzinnige situaties. Oscar Romero moet zich daarvan bewust geweest zijn.

Ik verwijs ook naar mijn trilogie van de goedheid.

Afbeelding: De Annunciatie, Boodschapkapel Heilig Hart Heverlee

dinsdag 17 maart 2026

Contemplatie op de berg

Contemplatie is beschouwing. Het woord zou afkomstig zijn van con (samen) en templum (gezichtskring). Het vergt een mentale instelling die een driehoek vormt met meditatie en gebed. Contemplatie richt zich op passiviteit en ontvankelijkheid als middel om dieper door te dringen tot het wezen van het bestaan, en voor gelovigen is dat met enige genade ook tot God. Het is de mentale ingesteldheid die voor mindfulness vereist is. Van de karmelieten, die onze middelbare school opgericht hadden, werd gezegd dat zij een contemplatieve orde vormden.

In Karakter 89 wijdt prof. Antoon Vandevelde een artikel aan “een contemplatief leven”. Hij verwijst daar naar het werk van de Koreaanse filosoof Byung-Chul Han. Deze stelt dat we onze prestatiedwang hebben geïnternaliseerd, zodat we niet langer uitgebuit worden door bazen met dikke sigaren, maar door onze eigen ijver om niet te falen. Ons sterk verlangen om intens te leven maakt dat we ons steeds verder onderwerpen aan prestatie- en consumptiedwang. Contemplatie daarentegen leidt tot het zien van de glans van de dingen. Waar de filosoof Han eerder een leven van inactiviteit promoot, verwijst prof. Vandevelde liever naar de Stoa, waar een meer realistische middenweg tussen bezinning en activiteit aanbevolen wordt.

De glans van de dingen vinden we soms op de top van een berg. Bergen zijn uiterst geschikte plaatsen om aan contemplatie te doen. De berg is de grens tussen hemel en aarde en daarmee ook de uitgelezen ontmoetingsplaats van God en mens. Op de berg Horeb ontving Mozes de tien geboden en Elia ervoer er Gods aanwezigheid in een zachte bries. Op de berg Tabor zien we beiden terug bij de gedaanteverandering van Jezus. Op de berg Croagh Patrick contempleerde Sint Patricius (Saint Padraig) die we vandaag 17 maart vieren. Maar ook het Himalayagebergte is een oord van contemplatie waar mensen van verschillende wereldreligies vandaag nog innerlijke rust en vrede komen zoeken.

Mijn blogs beschrijven vaak schoonheid die in onbewaakte ogenblikken van contemplatie ontdekt werd. Als zodanig werk ik hier in de geest van Thomas van Aquino: “Contemplari et contemplata aliis tradere”. ’Contempleren en de vruchten van contemplatie aan anderen overbrengen’. Maar contemplatie is daarom nog geen universeel menselijke behoefte; ik laat het hier een beetje in het midden.

Ik verwijs ook naar de stille nalatenschap van Jan van Ruusbroec.

Ref: "een contemplatief leven", A. Vandevelde, Karakter 89, Academische Stichting Leuven

Foto 1: Weg op Croagh Patrick, Ierland 1995 ©Wim Lahaye
Foto 2: Boven op Croagh Patrick, Ierland 1995 ©Wim Lahaye

dinsdag 10 maart 2026

Bij het scheiden van de markt


Ik leerde deze uitdrukking kennen bij mijn eerste job in Antwerpen. Daar in het centrum van alle beschaving werd wel een meer volkse variant van de uitdrukking gebruikt: “Bij het schijten van de mart”. Beide varianten betekenen uiteindelijk hetzelfde. Je zou ze kunnen verstaan als “Als de kat op de koord komt, …” of ook als: “Als het puntje bij het paaltje komt, …”. Er zit ook een element van potentieel conflict in. In het Frans bestaat er een uitdrukking die er dichtbij komt: “C’est ici que les Romains s’empoignèrent.” (met een knipoog naar kapitein Haddock)

Er zit een diepe levenswijsheid in. De zegswijze gaat algemeen over de ware aard van handelaars en over de kwaliteit van hun koopwaar. Maken ze hun beloften waar? Die ware aard komt pas helemaal op het einde van de markt naar boven, wanneer de deals gesloten zijn, als koper en verkoper zich van elkaar scheiden op de markt. Dan telt niet meer de poeha en de grote klap maar wel de rauwe werkelijkheid inclusief alle daarbij horende conflicten. De dieren op de markt zijn dan verkocht voor een bepaalde prijs. Ze worden dan door hun nieuwe eigenaars meegenomen. Ze tonen pas dan hun gebreken. Hun schijt laten ze achter op de markt.

Bij den Bell in Antwerpen pasten we deze zegswijze toe op onze eigen product ontwikkelingen. Hadden we soms veel praat als alles goed leek te gaan, vroeg of laat kwam toch de eindafrekening. Bij het scheiden van de markt kwam de klant wel kijken of het toestel echt werkte. Hij keek dan na of aan alle voorwaarden voldaan werd in een “acceptance test procedure”. En wie weet betaalde hij zelfs de rekening.

Het scheiden van de markt betekende zoveel als de dag van het laatste oordeel over de projectmanager. Het was voor jonge ingenieurs als ik destijds ook een vraag naar onze persoonlijke standvastigheid en moed: “Zal je er nog staan bij het scheiden van de markt, of zal je de confrontatie met de werkelijkheid ontvluchten en de puinhoop (“het schijt”) aan iemand anders overlaten?” Het is een vraag die al die jaren van mijn loopbaan actueel gebleven is.

In deze tijd van veel poeha en grote klap in de sociale media, moeten we de aankondigers misschien ook eens wat sneller met de voetjes op de grond brengen en hen vragen hoe alles werkelijk moet gaan gebeuren bij het scheiden van de markt.

Ik verwijs ook naar mijn blog “Iets maken”.

Afbeelding: “De Meersstraat van Gent”, Xavier De Cock, schilderij in Vlaanderen in de Kunst - Dimitri De Maesschalck

dinsdag 24 februari 2026

O Tempora, O Mores!


“O tijden, o zeden!” De uitspraak komt uit de eerste Catilinarische rede van Marcus Tullius Cicero. Cicero heeft met zijn spreuk het cultuurpessimisme een gelaat gegeven. De nestor van de piraten van Asterix heeft deze wijsheid zeker nog geciteerd als ervaren schipbreukeling. In de vijfde eeuw werd van Sint Modestus van Trier verteld dat hij standhield in een tijd van zedelijk verval onder de Merovingische koningen en hun gevolg. Leven we ook vandaag in een tijd van zedelijk verval?

Alles wijst erop. Er bestaat vandaag een toenemende verwarring over wat correct is. Er is algemeen slechts een zwakke consensus over de geldigheid van normen en waarden. En het gaat zoals bij de Merovingers samen met economisch verval en verslapte waakzaamheid en weerbaarheid, zeg maar een algemene decadentie. In zijn geschiedenis van de vooruitgang stelt Rutger Bregman dat de zogenaamde normatieve ophoging net integendeel een teken kan zijn van morele vooruitgang. De normatieve ophoging is het feit dat we minder tolerant geworden zijn voor dingen als slavernij, geweld tegen vrouwen en kinderen of rassendiscriminatie. Misschien maken we nu een tijdelijke maatschappelijke regressie mee die tegen de algemeen voorwaartse trend ingaat. 

Om moreel verval tegen te gaan, moet je ook economisch verval tegengaan. Het economisch verval wordt zichtbaar in de manier waarop mensen niet willen samenwerken naar gemeenschappelijke doelstellingen. We ervaren elkaars agenda’s, inclusief onze intenties, als conflicterend, terwijl dat niet zo zou mogen zijn. Eigenlijk werken we niet echt; we controleren het werk van anderen die zelf controleren. We hebben altijd veel kritiek op het werk van anderen. Maar als we eerlijk zijn, moeten we wel constateren dat we allemaal onproductief zijn door onze slechte samenwerking.

We leven in een oppervlakkige roes, een maalstroom waarin minder fundamenteel verandert dan we zouden denken. Om economische neergang te bestrijden, moet je omgekeerd ook morele neergang bestrijden. Laten we alvast een begin maken door onze morele oppervlakkigheid te bestrijden.

Afbeelding uit Asterix en Cleopatra