dinsdag 14 juli 2026

De zorg gaat door het dak


De zorgsector komt geregeld in het nieuws. Er is iets eigenaardigs aan de hand met onze samenleving. Enerzijds klinkt een luide roep naar hoog performante, hooggekwalificeerde arbeidskrachten. Anderzijds gaan de kosten in de zorg helemaal door het dak. Misschien is het een toevallige combinatie maar macro-economisch en budgettair bekeken zit dat natuurlijk helemaal fout. We kunnen het wel wijten aan de vergrijzing van de bevolking.

Maar hoe komt het dat zoveel jongeren in allerlei vormen van zorg, bijvoorbeeld in bijzondere jeugdzorg, terechtkomen? Hoe komt het dat zoveel mensen arbeidsongeschikt worden? En waarom heeft iedereen nu naast zijn huisdokter en zijn tandarts, ook een psycholoog, een dermatoloog, een osteopaat, een specialist voor alles en nog wat?

Gedeeltelijk heeft dat te maken met het grote succes van de geneeskunde en de zorg. We leven langer en we ontmoeten dus meer kwaaltjes voor we onze laatste adem mogen uitblazen, en dat terwijl we nog snel de Machu Picchu, de Taj Mahal, de Chinese Muur en het Sydney Opera House willen bezoeken. We willen elk risico op een ongeneeslijke ziekte kunnen uitsluiten. Ook onze performantie moet altijd optimaal zijn en dat betekent dat elke drupneus een operatie kan vergen. Kinderen gaan nu ook al preventief naar de psycholoog.

Ik denk dat onze doorgedreven prestatiedwang inderdaad de behoefte aan zorg verhoogd heeft. We moeten in optimale conditie zijn. Mannen en vrouwen in kroostrijke gezinnen moeten bijna het onmogelijke doen om in onze meritocratie mee te draaien. Dat breekt vaak relaties in gezinnen, zowel tussen echtgenoten onderling als tussen ouders en kinderen. Die gebroken relaties leveren heel wat samenlevingsproblemen op, zelfs criminaliteit. De verering van de Mammon brengt zoals gewoonlijk meer kosten dan baten met zich mee.

De mensen in de zorgsector hebben een slechte verhouding tussen loon en arbeidslast. Ze lopen een hoog risico op burn-out. Er is ook een risico op ontmenselijking in een context van doorgedreven ziekenhuis/ zorghuis management.

Het is vandaag de feestdag van Sint-Kamiel alias de heilige Camillus de Lellis, de patroon van de zorgwerkers. Het is een goede dag om te reflecteren over enkele vragen. Op welke manier kunnen wij de zorg-dragers, inclusief de mantelzorgers in onze maatschappij bijstaan? Kunnen we naast de zeven werken van fysische barmhartigheid ook eens tijd maken voor de tien geestelijke werken van barmhartigheid? Kunnen we wat meer dankbaarheid tonen aan de zorgers in ons midden? En kunnen we onze luide roep naar meer performantie niet wat milderen ten voordele van wie ‘echt’ zorg nodig heeft? En kunnen we tenslotte de kleinere groep profiteurs van het systeem nog bekeren, en dan liefst in hun diepste binnenste, zonder dwang van buitenaf?

De genezing van de lamme is een prachtig wonderverhaal uit het evangelie. Maar het wonderlijke aan dit verhaal is vooral dat vier vrienden het onmogelijke doen voor hun lamme vriend: ze torsen hem op het dak en brengen hem door een gat in het dak tot bij Jezus. Ook hier ging de zorg door het dak, maar dan van boven naar onder. Een grote daad van liefde en geloof die ook Jezus opgevallen was. De evangelist schrijft: “Hij was getroffen door hun geloof” en suggereert daarbij dat de vier zorgdragers Hem minstens even hard ontroerd hebben als de lamme zelf.

Zie ook mijn blogs Borderline Times en Zie de mens .

Ik schrijf deze blog graag naar aanleiding van de verjaardag van mijn moeder, Ingrid Van Hoof, kampioen van de zorgdragers.

Afbeelding: Verzorgen van zieken, met dank aan kunstenaar Egbert Modderman. Dit werk maakt deel uit van de werken van barmhartigheid in de Martinikerk te Groningen.

dinsdag 7 juli 2026

Wat niet zachtmoedig gezegd kan worden, is de waarheid niet


In deze blog definieer ik twee vormen van taal. Er is de taal van de macht en er is de taal van de waarheid.

De taal van de macht leerde je vroeger ongewild kennen op de speelplaats. Nu hoor je ze op politieke fora, in de sociale media en in kranten en tijdschriften die een specifieke politieke groepering vertegenwoordigen. De taal is niet gericht op het overdragen van informatie. Het is een taal die vooral de belangen van de schrijver / spreker ondersteunt. Het is een taal van verdachtmaking en minachting, een taal die oordeelt, een taal die winnaars afkondigt en verliezers bespot.

Daarnaast is er de taal van de waarheid. De taal van de waarheid vind je overal, zelfs op de speelplaats, maar ze klinkt niet zo luid en ze houdt geen rekening met de waan van de dag. De taal van de waarheid is erop gericht het algemeen belang te bevorderen. De taal van de waarheid wordt gebruikt met veel liefde voor de lezer / luisteraar.

Paus Leo XIV stelde al dat waarheid geen eigendom is om afgebakend te worden. De waarheid is een goed om te delen. In zijn encycliek Magnifica Humanitas rekent de paus af met het postmodernisme. Het postmodernisme houdt niet zo van de taal van de waarheid omdat het niet gelooft in waarheid. Het is een strekking die een somber mensbeeld cultiveert. Volgens het Johannesevangelie was Pontius Pilatus ook een postmodernist. Als Jezus zegt dat Hij van de waarheid komt getuigen, antwoordt Pilatus smalend: “Wat is waarheid?”.

Paus Leo erkent wel dat de waarheid niet altijd voor de hand ligt, maar hij schrijft dat de Kerk allen die eerlijk zoeken naar waarheid, goedheid en schoonheid als dierbare bondgenoten beschouwt in de verdediging van de waardigheid van iedere persoon en in de zorg voor de Schepping. Hij opent daar ook de deur naar degenen die zich niet tot ‘onze’ Kerk bekennen. De taal van de waarheid wordt hier met liefde en met zachtmoedigheid gesproken.

Als we dus twijfelen of een bepaalde waarheid mag of moet gezegd worden, moeten we ons de volgende vraag stellen: “Kan ik dit op een zachtmoedige manier zeggen?”. Als het antwoord ja is, moeten we het zachtmoedig zeggen. We denken vaak dat dat de andere partij niet zal overtuigen maar het tegendeel is waar. Zachtmoedigheid genereert vertrouwen, weliswaar kan dat niet zonder geduld. Als het antwoord neen is (ik kan het niet op een zachtmoedige manier zeggen), dan is het waarschijnlijk de waarheid niet. En dan is het verstandiger te zwijgen, tenminste als je liever spreekt met gezag dan met macht.

Ik verwijs ook naar mijn blogs Waar een wil is, is een weg naar waarheid en naar Macht en Gezag.

Image Montecassino Abbey by Valter Cirillo from Pixabay

dinsdag 23 juni 2026

Jeanne d’Arc

Dit boek van Edward De Maesschalck vertelt het merkwaardige, waar gebeurde verhaal van Jeanne d’Arc, waarbij gebruik gemaakt werd van een aantal goede historische bronnen, o.a. het procesmateriaal van haar veroordeling (1431) en dat van haar eerherstel (1456).

Het verhaal is merkwaardig omdat Jeanne als kwetsbare maagd erin slaagt een oorlog te doen kantelen. Het toont het belang aan van psychologie, geloof en bijgeloof in oorlogsvoering.

De moed van Jeanne is letterlijk legendarisch te noemen. Tegelijk is zij vroom, menselijk en integer, in de zin dat zij herhaaldelijk pleit voor mededogen tegenover krijgsgevangenen en terughoudendheid na overwinningen.

Merkwaardig is ook hoe de diepe ellende van een volk een soort messianistische verwachting kan creëren. In de diepste wanhoop van het Franse volk ontdekt Jeanne dat zij geroepen is om de kroonprins van Frankrijk tot overwinning en kroning te brengen, een roeping die zij tot haar bittere levenseinde zal blijven waarmaken. Er is wel gelijkenis met de messianistische verwachtingen van het volk Israël en met het publiek optreden van Jezus.

Maar wat me in dit verhaal het meest zal bijblijven, is de vaststelling dat er ook in de laatste levensdagen van Jeanne, mensen in haar omgeving waren (zoals de hoofdgriffier Guillaume Manchon) die geloofden in haar onschuld en die haar subtiel of openlijk steunden op gevaar van eigen leven. Het heeft misschien niet mogen baten, maar zelfs in de diepste duisternis ('De Profundis') ben je nooit helemaal alleen. Maar het maakte haar levenseinde daarom niet minder gruwelijk. Beata virgo qui sperat in eo.

Ik verwijs ook naar mijn blogs over de wreedheid van groepen en over leiderschap en offervaardigheid. Klik op de geschiedenis link hieronder voor andere geschiedenisblogs.

Foto 2: Jeanne d'Arc standbeeld in de Notre Dame kathedraal te Parijs 2026 ©Wim Lahaye

dinsdag 16 juni 2026

Stilte in de Vlaamse Beweging


Stilte kan gezond zijn. Stilte kan je doen stilstaan bij moeilijke vraagstukken.

Eén daarvan is de Vlaamse Beweging. Je hoort er niet veel van. Twee factoren hebben daarin een rol gespeeld:

  1. De mislukking van de uitvoering van het Catalaanse referendum voor onafhankelijkheid. Dit deed inzien dat de 'Jacobijnse' staten niet zo snel onafhankelijkheid zullen toekennen aan regio's die daarom vragen. En al zeker niet als die regio's ook welvarend zijn.
  2. De deelname van een politieke partij van de Vlaamse Beweging aan de Belgische federale regering. Dit deed de Vlaamse Beweging inzien dat er ook kan gewerkt worden aan de binnenkant van het Belgische systeem. Het is iets wat onze grootvaders in de Vlaamse Beweging nooit gelukt was, en nu is het werkelijk mogelijk, zij het met een permanente dreiging van onbestuurbaarheid.

De tijd is voorbij dat Vlamingen met de pet in de hand in de hal moesten wachten alvorens ze in Brussel ontvangen konden worden. Het minderwaardigheidscomplex is er langzaam maar zeker uitgegroeid.

Maar tegelijk is ook de doelstelling van de Vlaamse Beweging niet meer zo precies gedefinieerd als twintig jaar geleden. Naast een onafhankelijk Vlaanderen kan dat ook zijn: een confederaal België, of nog beter: een confederale Benelux. Het laatste is wellicht een utopie maar het draagt mijn voorkeur weg.

Ik verwijs ook naar mijn blogs: Waarom (niet) onafhankelijk? en De herinnering is een vorm van hoop.

Image by Heiko Stein from Pixabay

dinsdag 9 juni 2026

Magnifieke mensheid


Het moest er ooit van komen. Voor het eerst in mijn leven heb ik een
encycliek gelezen. Drie dingen zijn mij daarbij opgevallen.

Ten eerste, de prachtige vergelijking die paus Leo XIV maakt tussen het verhaal van de Toren van Babel en het verhaal van Nehemia. Beiden zijn verhalen uit het Oude Testament. Met de Toren van Babel wil de mensheid een gebouw oprichten dat tot in de hemel reikt. Maar de menselijke hybris tegenover God leidt ertoe dat ieder zijn eigen taal spreekt. Het is geen teamwork; iedere mens zorgt voor zichzelf zoals in onze meritocratie gebruikelijk is. Het bouwwerk is gedoemd te mislukken. Daartegenover staat het verhaal van Nehemia. Hij is de Joodse raadgever van de Perzische koning Artaxerxes en laat ondanks veel tegenwerking de stadsmuren van Jeruzalem heropbouwen. Het is een prachtig verhaal van projectleiderschap en ploeggeest. Merkwaardig is dat Nehemia's verhaal vooral een lange gedetailleerde opsomming is van alle mensen die aan het project hebben bijgedragen. Je voelt dat dat een hoofdbekommernis is van de schrijver, wellicht Nehemia zelf: ere wie ere toekomt. De twee verhalen zijn markante metaforen voor de dilemma’s waar technische projectleiders in informatietechnologie mee te maken krijgen. Dit is bijzonder inspirerend voor mijn dagelijks werk.

Ten tweede was er de verwachte inpassing in de levende traditie van Rerum Novarum, de encycliek van voorganger paus Leo XIII over de sociale leer van de kerk. Magnifica Humanitas is geen geïsoleerd document over artificiële intelligentie. Het gaat ruimer ook over digitalisatie en het gebruik van technologische hulpmiddelen. Worden ze gebruikt ter exploitatie van de medemens of voor het algemeen welzijn? Het antwoord maakt integraal deel uit van de sociale leer van de kerk. We moeten het onrecht benoemen. De tekst zet zich uitdrukkelijk af tegen het postmodernisme, de hedendaagse niet-aflatende verneinung van goedheid, waarheid en schoonheid. Magnifica humanitas kiest resoluut voor een positief mensbeeld.

Tenslotte viel me op met welke grondigheid en zorg dit document geschreven werd. Vele zelfstandige naamwoorden werden ingekleurd met gepaste bijvoeglijke naamwoorden. Zo is er het bijvoeglijk naamwoord magnificus – magnifiek of prachtig. Het betekent niet hetzelfde als magnus – groot. Magnificus is wat groot gemaakt werd, en voor de Kerk betekent dat grootgemaakt door God: prachtig dus. Het woord verwijst ook naar het Magnificat, een Maria gebed dat de laatste jaren een bijzondere spirituele betekenis gekregen heeft binnen de Kerk, dankzij een herwaardering van de mariale devotie.

Ik verwijs ook naar mijn blog Kerk in opbouw van 2013, waarin ik de wens uitdruk dat de Sagrada Familia geen Toren van Babel mag worden, zeer passend in deze context.

Foto: Sagrada Familia basiliek te Barcelona, afbeelding van Lusia via Pixabay 

dinsdag 2 juni 2026

Vrede en oorlog

Idealisme en realisme zijn niet elkaars tegengestelden. Het zijn twee keerzijden van dezelfde medaille die toont hoe we onze wereld zouden wensen en hoe die wereld werkelijk is. Na een eerder idealistisch boek over oorlog gelezen te hebben, is het goed ook eens een boek met realistische ondertoon te lezen. Ook al kenden sommige wereldrijken relatieve perioden van vrede, oorlog lag altijd al op de loer.

Ik ken niet al zijn werken, maar voor Jonathan Holslag is dit wellicht zijn magnum opus. De auteur verhaalt met grote eruditie de grote oorlogen in de grote ruimtetijd die onze wereldgeschiedenis is. En dat gaat dan van de Olmeken tot de Han-Chinezen en van de oude Egyptenaren tot de Amerikanen in Afghanistan. Een belangrijke observatie is dat elke wijziging in militaire of economische verhoudingen tussen grootmachten een risico op oorlog inhield.

Holslag relativeert lange periodes van vrede in grote wereldrijken en doet dat natuurlijk ook voor onze huidige licht gespannen vrede in het avondland. Alle rijken kennen blijkbaar periodes van morele, economische en militaire opgang en verval, met oorlog in het begin en op het einde, en als het even kan nog daartussenin. Als er dan toch vrede was in het rijke centrum van een wereldrijk, werd die vaak betaald met oorlogvoering aan verre buitengrenzen met volkeren die door de heersende volkeren als barbaars bestempeld werden.

Er is niets nieuws onder de zon. Er is gelijkenis tussen de strijd van de Romeinen tegen de Parten en onze strijd tegen IS. Het zou ons tot meer samenwerking binnen Europa en een pro-actievere diplomatie moeten aanzetten. En wellicht is het tijd voor slimmere vormen van bewapening en weerbaarheid.

Ik verwijs ook naar mijn blogs Logboek der lage landen, Romeinen en Barbaren, De strijd tussen patriciërs en plebejers en andere blogs over vrede.

dinsdag 12 mei 2026

Rechtvaardige Oorlog


In zijn boek
Oorlog, hoe lang nog? vraagt Gerard Bodifée zich af of we niet allemaal dienstweigeraar zouden moeten worden, als we nog eens gevraagd worden ten strijde te trekken tegen een of andere aardse mogendheid. Bodifée verwijst naar de enorme destructieve kracht die van hedendaagse oorlogen uitgaat, niet in het minst ook door het gebruik van landmijnen die honderd jaar na de oorlog nog slachtoffers maken. Zijn suggestie ligt ook volledig in de lijn van de geweldloosheid die Jezus Christus in zijn leven bepleit heeft.

Het voorstel klinkt volstrekt utopisch. Maar in werkelijkheid hebben we dit ‘hoog’ gewetensniveau al bereikt. Als de Leuvense gezagsdragers vandaag aan de Leuvenaars zouden vragen om ten strijde te trekken tegen de Brusselaars, dan zouden eerstgenoemden dat beslist weigeren, zelfs als dit orde op zake zou stellen in het Brusselse beleid. Evenzo als aan de Belgen gevraagd zou worden tegen de Nederlanders op te trekken. Ik kan me dan niet voorstellen dat er geen dienstweigeraars zouden zijn. Er is dus heel wat veranderd in vijfhonderd jaar. Binnen Europa hebben we al een serieus vredesdividend: we moeten geen wapens meer kopen voor binnen-Europese oorlogen en we zijn dus klaar voor een Europees eenheidsleger met enorme schaalvoordelen. Of kunnen we de oorlog niet gewoon afzweren?

Jammer genoeg is dat laatste nog niet mogelijk. We zien ons nog wel ten strijde trekken tegen een aantal staten die wij nu nog als schurkenstaten bestempelen. Er bestaat nog een gerechtigd wantrouwen. Toen de premier van België stelde dat er een EU gezant voor Rusland zou moeten komen, was mijn eerste reactie: “Hoezo, is die er nog niet?” Talrijke politieke leiders in Europa willen eigenlijk niet onderhandelen met Rusland. We kunnen gerust beweren dat de oorlog in Oekraïne niet alleen het gevolg is van een autocratisch beleid in Rusland maar ook van een koppige onwil van de diplomatieke corpsen in Europa en in Rusland.

In the Armed Man zagen we al dat de kerkvaders in twintig eeuwen christendom met het idee van de rechtvaardige oorlog naar voren kwamen. Een rechtvaardige oorlog moest aan de volgende criteria voldoen.

Rechtvaardige Oorzaak: De oorlog moet defensief zijn, gericht op het stoppen van een "blijvende, ernstige en zekere schade" die door een agressor wordt toegebracht.

Legitieme Autoriteit: De oorlog moet worden verklaard en gecontroleerd door een bekwame, wettige autoriteit (bijvoorbeeld een staat of soeverein).

Juiste Intentie: De oorlog wordt gevoerd om vrede en rechtvaardigheid te herstellen, niet om territoriale verwerving of macht.

Laatste redmiddel: Alle vreedzame alternatieven (diplomatie, onderhandelingen, sancties) moeten uitgeput zijn.

Redelijke Hoop op Succes: De oorlog kan geen zelfmoordpoging zijn zonder kans op succes.

Proportionaliteit: De schade die de oorlog veroorzaakt mag niet groter zijn dan het kwaad dat wordt aangepakt

Het kan natuurlijk gebeuren dat een agressor niet aan de voorwaarden voldoet, maar dat een land onder agressie dat wél doet. Je zou kunnen stellen dat Rusland niet aan de voorwaarden voldoet maar Oekraïne wél. Toch kan men ook van Oekraïne zeggen dat er een probleem is. Er is vandaag geen redelijke hoop op succes en er zijn bedenkingen bij de proportionaliteit. Het lijkt me dat de schade aan het land groter is dan wanneer Oekraïne enkele gebieden zou afstaan, ook als dat indruist tegen de soevereiniteit van de volkeren. Het argument dat toegevingen agressoren aanmoedigen vind ik te zwak als het erom gaat verder bloedvergieten te vermijden. De economische kost is nu al onberekenbaar.

Ik verwijs ook naar mijn blog Pray for Peace.

Naschrift 28/5/2026: Intussen stelde paus Leo XIV dat er van een 'rechtvaardige oorlog' eigenlijk geen sprake kan zijn, wel van rechtvaardige vrede...

Foto: Duits kerkhof Langemark november 2025 ©Wim Lahaye