Posts tonen met het label wetenschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wetenschap. Alle posts tonen

dinsdag 22 september 2026

Integriteit aan de universiteit

De democratisering van het onderwijs heeft naast grote voordelen ook een aantal nadelen gehad. Met het aantal studenten en studierichtingen groeide ook het aantal professoren en docenten. Men zocht naar manieren om ook bij de professoren en docenten het kaf van het koren te scheiden. Het gezonde mechanisme van de kwalitatieve peer review groeide uit tot de meer kwantitatieve benadering van “publish or perish”. Een factor die uit het oog verloren werd, is de academische integriteit. Integriteit staat altijd onder druk in een meritocratie. Integriteit aan de universiteit houdt in dat academici:

(1)   Eerlijk zijn over de inhoud die ze aanbieden. Die eerlijkheid houdt ook in dat men bescheiden blijft over de geldigheid en de maatschappelijke impact van de inhoud. Die inhoud kan best op een ‘wetenschappelijke’ manier geformuleerd worden. Suggestieve taal is in een wetenschappelijk artikel uit den boze.

(2)    Eerlijk zijn In de erkenning van de bronnen. Academici maken geen gebruik van plagiaat en zijn eerlijk bij het gebruik van Artificiële Intelligentie.

(3)    Eerlijk streven naar maatschappelijke relevantie in de keuze van onderzoeksonderwerpen. De reden is dat onderzoek werkingsmiddelen van de overheid, en dus van de ganse maatschappij opslorpt.

(4)    Gewetensvol zijn in het gebruik van hun tijd en hun bekendheid in de media. Een wijze professor maakt een afweging tussen maatschappelijke noodzaak en entertainment gehalte. Gaat het entertainmentgehalte te ver, dan zoekt de professor terug het eigen labo op, en niet de volgende TV-studio.

In de wetenschap staan de vaststellingen steeds boven de ego’s van de wetenschapsbeoefenaars. Wetenschap vergt nederigheid. Nederigheid is het beste antidotum tegen de afbrokkeling van het respect voor wetenschappelijk werk.

Of professoren links of rechts zijn, is eigenlijk niet belangrijk. Ze moeten het onderling natuurlijk wel eens raken over de inrichting van het onderwijs. Hoe belangrijk is het aanbieden van gelijke kansen, wetende dat alle studenten met een ongelijke achtergrond starten? Moet een universiteit een inclusief beleid voeren en is dat wel mogelijk met een gelijke behandeling van ongelijken? Als je kiest voor een ongelijke behandeling, zou je dat best niet onder de mat vegen, maar openlijk erkennen. We wensen de professoren alle succes in het oplossen van dit vraagstuk.

Integriteit is belangrijker dan competentie en competentie is belangrijker dan succes. Het is een principe dat ik eerder in deze blog de ongelijkheid van Confucius genoemd heb. En academische vrijheid is niet absoluut. Het is altijd vrijheid binnen de perken.

Ik verwijs ook naar mijn blog van vier weken geleden: De strijd om het hart van het kind.

Foto: bron KU Leuven | Rob Stevens

dinsdag 3 februari 2026

Wetenschap

Dit boek van professor Sylvia Wenmackers handelt over wetenschapsfilosofie en schetst de positie van wetenschap in onze hedendaagse maatschappij. De ironie van deze tijd is dat wetenschap in vraag gesteld wordt op een ogenblik dat ze grote successen boekt, diep doordringt in ons dagelijks leven en dankzij de democratisering van het onderwijs veel wetenschappers voortbrengt. Anderzijds beleven we nu een politieke polarisatie waardoor ook wetenschapsbeoefenaars onder vuur liggen, vaak vanuit een afkeer van ongemakkelijke waarheden. In principe kan wetenschap floreren door het stellen van kritische vragen, maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat intellectueel oneerlijke insinuaties gebruikt worden om de wetenschapsbeoefenaars aan banden te leggen.

De auteur wijst o.a. op het Duhem-Quine probleem. Eenvoudig gezegd blijkt elke wetenschappelijke hypothese gebouwd te zijn op een netwerk van onderliggende hypotheses die in principe ook op elk moment onderuitgehaald kunnen worden door falsificatie. Het blijkt verder dat wetenschap een onderdeel is van onze cultuur en dat wetenschapsbeoefening evolueert met cultuur en tijd. Toch is het mogelijk een soort gemene deler te herkennen in alle vormen van wetenschapsbeoefening over de tijd heen: (1) Het gaat over een “zoniet onbevooroordeeld, dan toch eerlijk” zoeken naar patronen in allerhande natuurlijke verschijnselen. (2) Er bestaat een openheid voor erkenning van gemaakte fouten in observaties, verwerking van gegevens of formulering van hypotheses. In de wetenschap staat de deur naar het ongelijk van de beoefenaar altijd op een kier. De vaststellingen staan steeds boven de ego’s van de wetenschapsbeoefenaars.

Grote wetenschappers bleken vaak in staat eigen ongelijk te bekennen. Het blijkt in deze tijd belangrijk te zijn de doelen en de waarden van wetenschappelijke projecten goed te schetsen aan de belanghebbenden, waaronder het brede publiek. Maar tegen het Dunning Kruger effect is voorlopig geen kruid gewassen.

Ik verwijs ook naar mijn blogs De ivoren toren van de academici en The Chasm between Academics and Populists.

Wat betreft wetenschapsgeschiedenis en wetenschapsfilosofie zijn de boeken Wetenschap als Roeping en Verdwaald in de Werkelijkheid ook zeer lezenswaard.

dinsdag 25 november 2025

Antarctica

Dit mooie boek van Johan Lambrechts beschrijft de geschiedenis van de Belgische aanwezigheid op Antarctica tot op heden, in woord en beeld. Het is een thema dat me sterk aanspreekt omdat ik als petit Belge een tijdlang bij satelliet operator SES betrokken was bij het beheer van de satellietverbinding met het Prinses Elisabeth Station.

De geschiedenis van de Belgen op de pool is merkwaardig. Het meest merkwaardige exploot in dit verband is natuurlijk de ontdekkingsreis onder leiding van Adrien de Gerlache, omwille van de eerste overwintering van mensen op dit barre continent. De bemanning is daar, dankzij meesterlijk leiderschap, door het oog van de naald gekropen.

Maar ook meer recente gebeurtenissen, zoals die onder leiding van zoon Gaston de Gerlache zijn spectaculair te noemen. Zo was er een merkwaardige reddingsoperatie van Belgische expeditieleden dankzij een Russische exploratieploeg. In nood kunnen mensen blijkbaar altijd samenwerken. Misschien denken onze bewindslui dat we niet in nood zijn.

Buiten een tijdelijke samenwerking met Nederland (1963 – 1967) is er van Europese samenwerking op Antarctica nog geen sprake. Het zesde continent is nog altijd een voorwerp van wedijver tussen de naties. Dat is jammer want de problematiek van het budget is de rode draad doorheen dit verhaal van Antarctica projecten.

Wellicht is dit verhaal nog niet helemaal ten einde. Het zou mooi zijn als er binnen enkele jaren een vervolgverhaal kon geschreven worden.

Ik verwijs ook naar mijn blogs de pedagogie van projecten en sustainability engineering

dinsdag 4 februari 2025

Onverwelkbare Wijsheid

“Sapientia Immarcescibilis”, onverwelkbare wijsheid is wat de Leuvense Universiteit nu al zeshonderd jaar mag cultiveren, en dit voor de stad, voor het land en voor de wereld.

Daarbij wordt nogal eens nadruk gelegd op het intellectuele vernuft, op loepzuivere rationaliteit en op de talrijke realisaties, maar misschien komt de zegen van de universiteit vooral voort uit het cultiveren van een wetenschappelijke attitude, waarbij ik graag nadruk leg op attitude.

Want goede wetenschapsbeoefening is vooral gediend met een houding van bescheidenheid. Goede wetenschappers nemen hun wensen niet voor werkelijkheid. Ze kunnen het ego wegcijferen. Ze kijken onbevangen, vol ootmoed naar wat we nog altijd de schepping mogen noemen. Die schepping bestaat uit natuur en cultuur, uit wat de mens ontving en uit wat de mens zelf opbouwde. Het bracht ons exacte en humane wetenschappen, maar de universiteit leeft ook van haar interdisciplinariteit.

Goede wetenschappers cultiveren een houding van openheid en intellectuele eerlijkheid. Zij kunnen de waarheid erkennen aan de hand van concrete bevindingen, ook als die waarheid niet direct overeenkomt met eigen verwachtingen of wensen. Wie fouten maakte of successen boekte is daarbij minder belangrijk dan de ontdekking van de waarheid zelf. Integriteit is altijd belangrijker dan competentie omdat de afwezigheid van integriteit elke vorm van competentie in de weg staat.

De onverwelkbare wijsheid komt eigenlijk voort uit die bescheiden houding van intellectuele integriteit. Het is onze beste waarborg tegen dweperij, dictatuur en achterlijkheid. Het is die attitude die van de universiteit een licht voor de volken maakte en laten we hopen dat het nog lang mag schijnen.

Ik verwijs ook naar mijn blogs: Wetenschap als roeping en  Onderwijs, cultuur en deugdzaamheid.

Afbeelding 1: Stichtingsbul reproductie van KU Leuven

Afbeelding 2: Universiteitshal Leuven (bron is me niet meer bekend)

dinsdag 19 maart 2024

Ode aan de kwantummechanica


De kwantummechanica gaat over het gedrag van kleine deeltjes zoals elektronen. Dat blijkt belangrijk te zijn voor ingenieurs wanneer zij zich met halfgeleiders bezighouden. Zo kwam ik zelf in aanraking met dit exotisch vak bij het maken van mijn eindwerk in 1988.

De kwantummechanica laat er geen twijfel over bestaan: alles is onzeker. Enerzijds is dat een domper op de feestvreugde van de wetenschap. Op het einde van de negentiende eeuw leek het erop dat de wereld deterministisch was en dat de wetenschap alles kon begrijpen en voorspellen. We ontdekten sindsdien contra-intuïtieve fenomenen en onzekerheidsprincipes. De kat van Schrödinger was niet meer te vinden waar we dachten.

Er is ook een goede kant. De kwantummechanica introduceert een zekere magie in de wetenschap. Het oeratoom van Georges Lemaître, de gedachte dat de kwantummechanica aan de oorsprong van ons bestaan zou kunnen liggen, maakt het zijnswonder misschien niet minder wonderlijk, maar toch al een beetje mogelijk in de wetenschappelijke sfeer. In de kwantummechanica is meten echt waar-nemen. De waarnemer heeft onvermijdelijk invloed op de meting die die verricht. Het gedachtenexperiment van John Archibald Wheeler suggereert zelfs dat de kwantummechanica een rol speelt in onze waarneming van de ontstaansgeschiedenis van ons heelal.

Het is misschien maar een dromerige gedachte, maar de kwantummechanica lijkt wel een wetenschappelijke basis voor de liefde. Net zoals in de liefde, is er in de kwantum-mechanica aantrekking, afstoting, ambiguïteit en onvoorspelbaarheid. Een collega van me stelde me ooit de vraag: "Hoe kan je zo zeker weten dat een atoom geen bewustzijn heeft?". Misschien is het gedrag van kleine deeltjes onvoorspelbaar omdat ze bewustzijn hebben. Alles Leben ist eins. Maar dat is geen wetenschappelijk gefundeerde bewering.

Ik verwijs ook naar mijn blogs: “Het ontstaan van de tijd” en “De natuur van licht”.

Afbeelding van WikiImages via Pixabay

dinsdag 8 augustus 2023

Het ontstaan van de tijd

Vandaag 8 augustus is de feestdag van Sint Dominicus, de patroonheilige van de sterrenkunde, een ideale dag om na te denken over het ontstaan van de tijd.

Dit boek van professor Thomas Hertog onthult de nieuwste bevindingen uit de theoretische natuurkunde en kosmologie. De auteur vat zijn laatste ontdekkingen samen met  Stephen Hawking waarvan Stephen de publicatie niet meer kon zien.

Het gebeurt dat ik een spannend boek niet kan neerleggen, maar het is de eerste keer dat mij dit overkomt met een non-fictieboek. Het boek onthult de geschiedenis van ons universum en onze tijd en het verhaal is zo fascinerend, niet alleen vanwege de bevindingen zelf, maar ook vanwege de manier waarop de onderzoekers daartoe zijn gekomen. Het hoofdstuk over holografie heb ik wel driemaal gelezen, en ik heb het gevoel dat er nog een vierde maal komt.

Ons bestaan, onze schepping en onze evolutie zijn en blijven als een drievuldigheid met elkaar verweven. De grote magie ervan zit misschien in de kwantummechanica, die we wel in wiskunde kunnen beschrijven, maar die onze menselijke intuïtie blijft tarten. Waar-nemen krijgt in de kwantummechanica een welhaast letterlijke betekenis. Wie waarneemt, dwingt de natuur stelling te nemen over een aantal nog onontplooide mogelijkheden. De 'ontplooide' mogelijkheden moeten in eenklank (resonantie) zijn met het bestaan van de waarnemer, het zijn eigen-waardes. Het lijkt erop dat ons universum en zijn ‘huidige’ natuurwetten niet in steen zijn gebeiteld, maar misschien in zachte qubits, waarvan de meting wordt beïnvloed door ons waarnemers, zelf dragers van ‘vrachtwagenladingen’ van qubits. Niet alle concepten zijn gemakkelijk toegankelijk, maar de auteur heeft als goede verteller een prachtige poging gedaan. Mensen die het hoogste niveau van wetenschappelijk onderzoek kunnen combineren met goede wetenschapspopularisatie vaardigheden verdienen onze grootste bewondering.

Ik verwijs  naar mijn Engelstalige blogs over wetenschap,  mijn Nederlandse blogs over wetenschap en naar Deus Absconditus (net zoals het Zijnswonder geen blog over wetenschap, maar eerder over onze traditie met betrekking tot onze schepping).

dinsdag 20 juni 2023

De nalatenschap van Georges Lemaître

Georges Lemaître geniet een late maar hoge erkenning. We kunnen hem om verschillende redenen bewonderen. Allereerst moet Georges Lemaître een uiterst begaafd wiskundige geweest zijn. Misschien werd hij dat wel in de artillerie tijdens de Eerste Wereldoorlog. Bedenk ook dat alle berekeningen in die tijd nog met behulp van een fris hoofd, rekenlatten, tabellen en millimeterpapier werden uitgevoerd. Weliswaar was George Lemaître een van de eerste gebruikers van vroege computers.

We kunnen hem ook bewonderen omwille van zijn heldere visie. Hij ontwikkelde een kosmologische visie die uiterst modern is. Ook als hij onder druk staat bezwijkt hij niet aan de verleiding theologische uitspraken te doen over de oorzaak van de oerknal. Hij verlangt er niet naar zijn God te zien ingrijpen in het vroege bestaan van het universum. Het is allemaal in lijn met de blog Deus Absconditus. Georges Lemaître zag het bijna als een godslastering als God zijn vinger zou nodig hebben om de kosmos in beweging te brengen. Wellicht zag hij in dat het helemaal geen zin had de wereld van de rooms-katholieke godsdienst in verband te brengen met de wereld van de wetenschap.

Ik verwijs ook naar mijn blogs wetenschap als roeping en ode aan de natuurkunde.



dinsdag 30 mei 2023

De Pedagogie van Projecten

Innovatiebeleid vergt bezinning. De kosten van prestigeprojecten lopen soms hoog op. In de ruimtevaartsector is dat vaak het geval. Dat geldt zeker ook voor de Einstein telescoop die we in Vlaanderen samen met Wallonië, Nederland en Noordrijn-Westfalen willen bouwen. De vraag stelt zich dan waarom prestigeprojecten voor een samenleving belangrijk zijn, in de veronderstelling dat we de verwerving van fundamentele kennis ook aan andere landen kunnen overlaten.

De drie traditionele argumenten die doorgaans gebruikt worden in een antwoord op deze vraag zijn, (1) de economische valorisatie van het project voor de industrie, (2) de verwerving van technische, projectmatige en communicatieve vaardigheden van medewerkers in overeenkomst met de grootte van de uitdaging, (3) daarmee verband houdend, de retentie van talent in eigen land.

Hoewel deze argumenten zeer gegrond zijn, verwijzen ze nog te sterk naar het microniveau van de samenleving. Er wordt nog te weinig gewezen op de macro-effecten voor de samenleving als geheel. Een prestigeproject houdt de samenleving ook globaal veerkrachtig, omdat het de samenleving dwingt tot vormen van samenwerking die er anders nooit zouden geweest zijn. De samenwerking in de Euregio Maas-Rijn zal verder gaan dan het project zelf. Een prestigeproject als de Einstein telescoop zal ook werk leveren aan toekomstige generaties, generaties die op dit moment nog aan hun studies bezig zijn. Prestigeprojecten kunnen een belangrijke inspiratiebron en een motivator voor jong en oud worden.

Een terechte zorg voor politieke overheden is of er dan niet te weinig middelen overblijven voor de sociale behoeften in de samenleving. Ook moet men bedenken dat de reële kosten vaak de begrote kosten overschrijden. Natuurlijk zal een goed valorisatiebeleid ook nagaan wat de impact is in het sociale domein, zeker wat betreft tewerkstelling. Maar een samenleving moet altijd veelzijdig blijven. Vergelijk het met een individu: een individu gaat ook niet alle energie en tijd wijden aan sociale projecten. Het zal af en toe bijzondere uitdagingen aangaan zoals sportprestaties om het lichaam fit te houden. Dat moet met samenlevingen ook gebeuren. Prestigeprojecten houden de samenleving fit en veerkrachtig. De imaginatio zal er wel bij varen.

Ik verwijs ook naar mijn blogs "De wedijver tussen de naties" en “Ode aan de natuurkunde”.

Afbeelding: ‘Reaching for Heaven’ uit de reeks ‘Space Art’ van Filip Ramon, Joris Devos en Jürgen Ingels, zie De verovering van de ruimte.

dinsdag 15 november 2022

Ode aan de natuurkunde


Ik had al een ode aan de wiskunde, maar nog geen ode aan de natuurkunde. Natuurkunde is niet alleen een prachtig vak, het is ook een vak waarin veel gebeurt de laatste tijd en dankzij mijn werk verneem ik daar wel eens iets over. Het is ook een geschikte dag want 15 november is de feestdag van Albertus Magnus, de patroon van de natuurkundigen. Albertus Magnus was een sleutelfiguur bij de intrede van de natuurwetenschappen aan de universiteiten in de dertiende eeuw. 

De natuurkunde is de plek waar we wiskundige wetmatigheden zoeken achter de waarnemingen die wij doen in de natuur. Het lijkt erop dat de basiswetten van de natuur met wiskunde beschreven kunnen worden. Heel zeker is dat niet want achter iedere deur die je in de natuurkunde opendoet, gaat er gewoonlijk een andere deur weer dicht. We kunnen geen enkele wetmatigheid voor de eeuwigheid bevestigd verklaren, ook al zijn sommige wiskundige wetmatigheden heel goed bruikbaar voor ingenieurswerk.

Dat is op zich al merkwaardig. Als Hij bestaat, is de Schepper dan een wiskundige? Hij is de volkomen Zwijger, maar spreekt misschien wiskunde, een taal die wij door onze beperktheid maar moeizaam leren? Of is ons universum, zoals Hawking suggereert, “gewoon” een logische ontplooiing van een wiskundige vergelijking of een wiskundig beginsel? Maar met natuurkunde alleen kunnen we dit soort vragen nog niet beantwoorden als we dat al zouden hopen.

Op het einde van de 19de eeuw leek de klassieke natuurkunde te leiden naar een algemeen begrip van alles. Een begrip dat ook overeenkwam met ons intuïtief aanvoelen. In de 20ste eeuw kwamen er meer en meer contra-intuïtieve waarnemingen. Er is iets onbegrijpelijks met het licht en er is iets onbegrijpelijks met de tijd. We hebben nu wel wiskunde gevonden om die fenomenen te beschrijven maar de band met het intuïtief aanvoelen is doorgeknipt, zelfs als je er tienduizend uur wiskunde mee zou bedrijven. Richard Feynman kon alles wel haarfijn uitleggen, maar tot op de dag van vandaag kan niemand zich intuïtief een ‘golf-deeltje’ tegelijkertijd voorstellen. 

Er zijn vandaag drie dingen die spannend zijn voor hedendaagse natuurkundigen: 

1)      De opkomst van de kwantuminformatica. Deze discipline bestond al een tijdje maar heeft nu de wind in zeilen dankzij de kwantumsleutel verdeling en het kwantumrekenen. In de kwantuminformatica wordt gewerkt met kwantumbits of qubits, dat zijn bits die misschien ‘0’ of misschien ‘1’ zijn.

2)      De uitbreiding van ons zicht op de kosmos, mogelijk gemaakt door de James Webb Space Telescope. Spoedig komen daar middelen bij om naar exoplaneten te kijken. Dat zoeken zal mogelijk een dieper inzicht verschaffen in de algemene en /of de speciale relativiteitstheorie, de zwarte gatentheorie en de donkere materie. Wie weet wordt een gecorrigeerde theorie geformuleerd.

3)      We werken aan de ET – Einstein Telescoop die hopelijk in de Euregio Maas-Rijn een plaats zal vinden. Die telescoop zal zeer gevoelig zijn voor de zwaartekrachtgolven die over ons komen. Ook die zal mogelijk een dieper inzicht verschaffen in de algemene relativiteitstheorie en de eigenschappen van zwarte gaten.

Het is een spannende tijd voor de liefhebbers van dit vak! Een goed overzicht van de hedendaagse ontwikkelingen in de natuurkunde vindt u in Verdwaald in de Werkelijkheid.

Dit is mijn 400ste blog op de Zwijger.

Afbeelding van shutterstock.com

dinsdag 31 mei 2022

Iedereen Ruimtevaarder

Nancy Vermeulen gelooft in het belang van de bemande ruimtevaart voor de gehele mensheid. Zoals de luchtvaart een eeuw geleden toegankelijk gemaakt werd, zo moet ook nu de ruimtevaart toegankelijk worden, en wel voor iedereen. De motivatie is niet alleen de materiële vooruitgang die de ruimtevaart met zich meebrengt, er is ook de overleving van de mensheid op de lange termijn. En er is ook een spirituele dimensie: het is gewoon de aard van de mens om nieuwsgierig te zijn, grenzen te verleggen en het universum te exploreren.

Dit boek is tegelijk een persoonlijk verhaal waarbij de schrijfster haar streven in de richting van de sterren schetst via de sterrenkunde, een pilotenloopbaan en een astronauten-voorselectie. Ook de moeilijkheden komen in het boek aan bod, maar die wekken vaak de grootste bewondering op, tenminste bij hen die zelf al eens het voorrecht van moeilijkheden hebben mogen smaken.

Het boek schetst uitgebreid welk soort plannen er bestaan voor de volgende twintig jaar, zeg maar de tijd die de meesten van ons hopelijk nog zullen meemaken. Daarin is opgenomen: een terugkeer naar de maan, de bouw van een permanente basis en de eerste bemande vluchten naar Mars. De uitdagingen zijn natuurlijk enorm: logistiek, straling, afwezigheid van zwaartekracht, lichamelijke en geestelijke effecten, conflictbeheersing. Het zou ons moeten dwingen tot intensieve samenwerking. Maar aan het mogelijk gebrek aan samenwerking wordt ook niet voorbijgegaan. Zo is de space race tussen de naties en de vorming van space debris, eventueel met het Kessler syndroom als gevolg, een groeiend probleem.

Algemeen pleit de auteur voor samenwerking met mensen van een zeer uiteenlopende achtergrond (interdisciplinariteit en diversiteit). Tegelijk pleit zij voor hedendaagse managementculturen, met plaats voor kwetsbaarheid, autonomie en vertrouwen. Ik zie de principes weliswaar steeds meer openbaar verdedigd worden, maar de macho-cultuur in de industriële bedrijven blijft taai. Er zijn trouwens heel wat mannen die dat ook niet fijn vinden. Iedereen moet meewerken aan verbetering. Positieve tendensen zijn wel merkbaar.

Dit boek is sterk aanbevolen voor al wie belangstelling heeft voor de bemande ruimtevaart in een maatschappelijke context.

Ik verwijs ook naar mijn blog: Dreamers Who Do en naar de technology blogs op mijn Engelstalige weblog.

dinsdag 1 februari 2022

De ivoren toren van de academici

Twee jaar geleden waren academici helden. Ze zouden ons doorheen de Corona-crisis leiden met hun wetenschappelijke inzichten, net zoals Mozes zijn volk door de woestijn naar het Beloofde Land bracht. Dat Mozes even onzeker was als zijn onderdanen, leek op dat moment geen probleem. Inmiddels weten we beter. Niet dat de wetenschappers hun werk niet gedaan hebben. Ze hebben dat uitstekend gedaan. Ze hebben met hun voorzorgsmaatregelen duizenden mensen van de dood gered. Ze hebben met een ongelofelijke snelheid effectieve en veilige vaccins ontwikkeld. Maar voor een lauwerkrans bestaat er vandaag weinig animo. Hoe komt dat?

Academici zijn vaak wereldvreemd. Dat komt omdat de werkelijkheid vaak te complex is, ook voor de wetenschapper. De wetenschapper moet dan vereenvoudigingen aanbrengen. Hij/zij vertrekt dan van een ideaal model, dat zijn onderzoek haalbaar moet houden.

In dat ideaal model is het vaak mogelijk om goed te zijn voor iedereen. Er is dan genoeg voedsel, huizen, veiligheid, energie voor iedereen.., maar in de echte wereld is dat meestal niet het geval. De schaarste aan goederen en middelen maakt dat je altijd bepaalde partijen bevoordeelt tegenover andere. In een ideale wereld moet je niet kiezen tussen het bezit van een smartphone en afschaffing van slavernij in een Congolese tantaalmijn. In de werkelijke wereld doe je dat wel, ook als je het niet wil. Populisten negeren dat probleem niet, maar ze hebben een eenvoudige oplossing: bevoordeel de eigen groep. Academici vinden dat onheus van de populisten, maar ze negeren het feit dat ze zelf tot de geprivilegieerde groepen behoren.

Universiteitsbesturen houden niet van populisten. Ze voelen zich soms geroepen het werk van hun academici in een keurslijf te dwingen. Maar academici moeten toch staan op hun academische vrijheid. Ze moeten kunnen dwalen om het licht van de waarheid te ontdekken. 

De Zwijger leeft ook in een ivoren toren. Zijn bijdragen zijn weliswaar idealistisch en goedbedoeld, maar gaan vaak voorbij aan wat realistisch is. Maar hij weet en hij erkent wat Paulus schreef: “Ons kennen is stukwerk, en stukwerk ons profeteren”.

Foto: sacramentstoren St.-Pieterskerk Leuven ©Wim Lahaye

dinsdag 7 december 2021

Verdwaald in de Werkelijkheid

Dit boek van Hans Plets draagt als ondertitel “De mens op zoek naar zijn plaats in de kosmos”. Er zijn drie goede redenen om dit boek te lezen.

Ten eerste is dit boek een uitstekende samenvatting van de geschiedenis van de wetenschapsfilosofie, vanaf de Griekse Oudheid tot nu. Misschien was dit oorspronkelijk niet de bedoeling van de auteur. Maar omdat wetenschapsbeoefening en wereldbeeld in de oudheid (en nu eigenlijk nog) onvermijdelijk gekoppeld waren aan een filosofische denkwijze, moesten die verschillende stromingen in de wetenschapsfilosofie wel uitgebreid aan bod komen.

Ten tweede is dit boek een uitstekende samenvatting van de geschiedenis van de natuurkunde en de kosmologie. De auteur schetst haarfijn hoe de grote “kwantumsprongen” in de natuurkunde met vallen en opstaan gemaakt werden en tot welke verbluffende resultaten dat geleid heeft. De natuurkunde staat hier natuurlijk in direct verband met de sterrenkunde via de astrofysica.

Ten derde schetst dit boek een tamelijk duidelijk beeld van de uitdagingen en de moeilijkheden waarvoor fysici vandaag staan. Inderdaad blijven we vandaag zitten met een hoogst bizar universum: een met spookachtige werking op afstand bij de transmissie van fotonen (de ‘Spukhafte Fernwirkung’ van Einstein), met donkere materie en donkere energie, en een ruimte-tijd die meer op plasticine gelijkt dan op een cartesiaans assenstelsel. Het zijn bevindingen die vaak contra-intuïtief zijn en alleen met geavanceerde wiskunde begrijpelijk gemaakt kunnen worden. De heilige graal van de natuurkundigen, de zogenaamde Grote Unificatie Theorie, die de kwantummechanica en de algemene relativiteitstheorie zou moeten verenigen, lijkt nog niet voor morgen te zijn.

Dit boek is een must-read voor de liefhebbers van dit genre. Ten slotte is het boek ook zeer vlot en bij momenten sappig geschreven. 

Ik verwijs ook naar mijn Engelstalige en Nederlandstalige blogs over wetenschap.

dinsdag 16 maart 2021

De Vlaamse Canon III – Wetenschapsgeschiedenis


Wat zijn de hoogtepunten van de Vlaamse wetenschapsgeschiedenis? Wetenschap wordt natuurlijk over de grenzen heen bedreven en die grenzen waren vroeger nog beweeglijker dan nu. De wetenschapper kan uit Vlaanderen afkomstig zijn of naar Vlaanderen komen om een stukje geschiedenis te schrijven. Het enige wat wetenschap aan een natie bindt, is de gang van zaken in de economie van die natie. Wetenschap gedijt alleen op plaatsen waar het met de handel uitstekend gaat. En dat is in bepaalde periodes in Vlaanderen zeker het geval geweest. Hier is een top 7.

  1. Simon Stevin natuurlijk. De man die o.a. de decimale notatie van breuken beschreef. "Stevin de Wisconstighe" was ook natuurkundige en ingenieur. Van hem komt ook de wonderbare uitspraak: “Wonder en is gheen wonder”, zeer modern voor de tijd waarin hij leefde.
  2. Gemma Frisius was een Nederlander, maar studeerde en doceerde wiskunde en sterrenkunde in Leuven. Hij verdient wat meer bewondering voor zijn meetkundige basis van de cartografie, maar daarmee kwam hij net in de schaduw te staan van zijn meest beroemde leerling Mercator.
  3. Gerard Mercator bracht de cartografie op wereldschaal in beweging. Zijn eerste volledig wereldwijde atlas verscheen postuum, uitgegeven door Jodocus Hondius. Wist u dat die atlas reeds de verste uithoeken van de toenmalige wereld beschreef? Indonesië stond er al in... De mercatorprojectie is nog altijd nuttig in de navigatie. Let op als u over Mercator spreekt in het bijzijn van een Duitser. In Duitsland is Mercator bekend als volbloed Duitser. Dat is niet zo verwonderlijk. De ouders van Mercator kwamen uit het hertogdom Gulik, dat nu voor het grootste deel in Noordrijn-Westfalen ligt. Bovendien eindigde Mercator zijn carrière in Duisburg aan de Rijn, omdat de Vlaamse grond hem onder de voeten te warm geworden was door de godsdienstige twisten. Als je je onverdraagzaam opstelt, veroorzaak je brain drain naar het buitenland, en dan blijf je alleen achter met je hersenloze inquisiteurs.
  4. Vesalius die de basis legde van de menselijke anatomie.
  5. Jan Baptist van Helmont verdient wat meer erkenning. Hij leefde weliswaar nog op de rand van de alchemie en de hedendaagse wetenschap. Hij zou de eerste geweest zijn die inzag dat er verschillende soorten gassen bestonden en de naam gas zou ook van hem komen. Hij heeft ook heel wat nieuwe inzichten in de geneeskunde bijgebracht, o.a. inzake de spijsvertering en de rol van de zuurtegraad.
  6. Rembert Dodoens die de basis van de plantkunde legde.
  7. Erasmus kwam weliswaar uit Rotterdam maar zijn geleerdheid was een product van de Lage Landen. We vermelden hem niet als natuurwetenschapper maar als humane wetenschapper en taalgeleerde. Hij was de oprichter van het collegium trilingue in Leuven, waar ook Nicolaes Cleynaerts studeerde.

De meer recente wetenschapsevolutie laat ik aan anderen over. Voor de hedendaagse wetenschap gaat het vaak over grote ploegen van vrijwel onbekende wetenschappers onder leiding van een zeer bekende naam. Maar we vergeten dan dat dat in het verleden eigenlijk ook al het geval was. Vaak hadden bovenstaande wetenschappers heel wat gasten in dienst die hen de gewenste informatie of verzamelobjecten bezorgden. Wetenschap is altijd teamwerk geweest.

Zie ook wetenschap als roeping.

zondag 7 februari 2021

Wetenschap als Roeping

Dit boek van prof. Geert Vanpaemel vertelt het verhaal van 200 jaar Faculteit Wetenschappen aan onze KU Leuven. De titel is goed gekozen. Een roeping is in het hedendaagse wereldbeeld vaak een interne passie of een bijzondere gedrevenheid. "Gedreven door nieuwsgierigheid" is vandaag de leuze. In een uitgesproken traditioneel katholiek denkkader was roeping vaak een goddelijke zending, een opdracht om een blijde boodschap te verkondigen zoals een priester of een missionaris. En er zijn zeker professoren geweest die de ontwikkeling en het onderricht van hun wetenschap als zo’n goddelijke zending beleefd hebben. Maar uiteindelijk gaat het over dezelfde gedrevenheid in een veranderde Weltanschauung . Het viel me op dat die gedrevenheid altijd zeer groot geweest is.

Wat een faculteit wetenschappen aan een katholieke universiteit boeiend maakt is de spanning tussen geloof en rede. De professoren bleken toch meestal bij de les van de wetenschap zelf te blijven. Als er dan toch druk kwam iets over geloof te concluderen, dan kwam die druk toch meestal van buiten de faculteit. Zeer interessant was de strijd van professor Henri de Dorlodot tegen aartsbisschop Mercier en de paus inzake de evolutieleer van Darwin. Deze David-tegen-Goliath strijd had iets weg van de historische strijd van Galilei tegen het pauselijk gezag.

Interessant is ook de wordingsgeschiedenis van de “speciale scholen voor ingenieurs”. Dat die er in Leuven zouden komen was aanvankelijk niet evident. Een citaat uit het boek dat de tijdgeest weergeeft: “In Luik en Gent kwamen de toekomstige ingenieurs gemakkelijk in aanraking met het oprukkende materialisme. De Leuvense ingenieurs zouden als apostelen in het industriële landschap nuttig werk kunnen leveren.” Dit laatste vreemde zinnetje zegt ook iets over mijn wortels en mijn roeping. Mijn grootvader zaliger Armand Van Hoof was mijningenieur, maar werd hoogleraar sterrenkunde aan de faculteit Wetenschappen. In zijn laatste levensdagen koesterde hij een nostalgie naar het industriële landschap van zijn jeugd, een landschap dat hij slechts indirect, vanuit het ‘verre’ Leuven, heeft kunnen dienen door les te geven aan toekomstige ingenieurs. (Mijn novelle de Terugkeer van een Legende speelt zich af in dit industriële landschap.) Hij overleed op 7 februari 1989, vandaag precies 32 jaar geleden.

Ik verwijs ook naar Het Licht van de universiteit en naar de Lessen voor de 21ste eeuw.

dinsdag 7 mei 2019

Orde uit Chaos

Cultuur omsluit niet alleen de kunsten maar ook de wetenschappen. Wie geen cultuurbarbaar wil worden, mag dus ook geen wetenschapsbarbaar worden. Maar hoe blijf je voldoende op de hoogte over de wetenschap als die vele malen sneller groeit dan we ze kunnen verwerven door bij te leren? Welnu, dat kan alleen, in bescheiden mate, door populair-wetenschappelijke werken te lezen. In dit genre is “Orde uit Chaos” een onmisbaar boek. Dit buitengewone werk van (Nobelprijswinnaar) Ilya Prigogine en Isabelle Stengers verscheen rond 1988, nu 31 jaar geleden.

Dit boek slaat de brug tussen twee takken van de wetenschap die tot dan toe van elkaar gescheiden gebleven waren, namelijk de natuurkunde en de biologie. In de natuurkunde placht men te werken met wiskundige vergelijkingen die een parameter t van tijd bevatten. De vergelijkingen, vaak uit de dynamica, bleven geldig als die parameter t van teken wisselde, en op die manier bleven alle natuurkundige fenomenen in theorie omkeerbaar. Maar van scheikundige en biologische processen weten we dat ze meestal onomkeerbaar zijn. De tweede hoofdwet van de thermodynamica is een fysische wet die aan de tijd een zin geeft, namelijk de zin van de toenemende entropie (graad van wanorde). De auteurs leggen het verband uit tussen deze macroscopische waarneming in de thermodynamica en de waarschijnlijkheidsleer die van toepassing is op de deeltjes waaruit dat systeem bestaat en dat is dan een microscopische waarneming.

Maar als de wereld evolueert naar een toenemende graad van wanorde, hoe kan dan leven ontstaan? Leven doet toch net orde uit chaos ontstaan? Levende wezens, zo stellen de auteurs, zijn zogenaamde dissipatieve structuren, die zich door hun openheid en overvloedige energievoorziening in een ver-uit-evenwicht toestand bevinden. De biologie is niet alleen niet in strijd met de bestaande wetten van de natuurkunde, zij is er zelfs de emanatie van. Zonder de wetten van de natuurkunde kan er geen sprake zijn van dissipatieve structuren en dus van leven.

Dit boek bevat enkele hoofdstukken die ook zeer uitgebreid ingaan op de wetenschaps-filosofie. Het is een zeldzaam boek waar wetenschap en wetenschapsfilosofie in hun natuurlijke eenheid behandeld worden.

woensdag 13 juni 2018

Ode aan de materiaalkunde



We staan te weinig stil bij de wonderlijke technologische ontwikkelingen die zich nog steeds voordoen. We vinden het nog te vanzelfsprekend elke twee jaar een nieuwe smartphone te kopen en de oude weg te werpen. We staan ook te weinig stil bij het wonderbare werk van duizenden mensen die deze ontwikkelingen mogelijk maken. In de technologie halen de elektronica, de biotechnologie en de biomedische technieken nog regelmatig het nieuws. Minder bekend zijn de talrijke nieuwe ontwikkelingen in de materiaalkunde die de eerstgenoemde ontwikkelingen mogelijk maken.

Zo is er een enorme evolutie in het gebruik van composietmaterialen en nieuwe metaallegeringen in alle soorten mechanische assemblage, van fietsbouw tot vliegtuigbouw. Nieuwe bouwmaterialen vonden toepassingen in de architectuur en de bouwkunde. In de geneeskunde hebben nieuwe titaanlegeringen hun weg gevonden naar heup-prothesen. Nieuwe supergeleiders en nieuwe batterijen zullen een aantal elektrotechnische toepassingen rendabeler maken, van zonnecel-technologie tot autotechniek. De nanotechnologie zal nog heel wat nieuwe producten op de markt brengen. Er zijn ook heel wat spectaculaire koolstofstructuren gevonden zoals de fullerenen die eruit zien als nano-voetballen. (En dat is deze week een inspirerende vorm.) Interessant is de evolutie in de metamaterialen, dat zijn materialen met nieuwe eigenschappen die niet voorkomen in natuurlijke materialen (bv materialen met een negatieve brekingsindex). Er wordt ook zeer hard gewerkt aan de recycleerbaarheid en duurzaamheid van materialen.

Laten we dus dankbaar zijn voor de nieuwe materialen, zonder de uitputbaarheid van onze grondstoffen te vergeten. (En laten we de opbrengsten van de mijnbouw wat meer doen terugvloeien naar de lokale bevolking, en wat minder naar corrupte machthebbers.)

dinsdag 20 maart 2018

Iedereen Geniaal

Dit is een boek dat iedereen zou moeten lezen. Twee professoren aan de KU Leuven, Pascal Borry en Gert Matthijs hebben hier een bevattelijk boek geschreven over de genetica en de “ethica” van de genetica. De genetica als wetenschap genereert zoveel ethische vraagstukken dat je die genetica inderdaad bijna niet van haar ethiek kan losmaken. Het boek is niet alleen bevattelijk en helder, maar ook boeiend en humoristisch, dankzij de vele cartoons die erin opgenomen werden.

Die humor is zeer welgekomen, want genetica is een gevoelig onderwerp en moeilijke thema's worden niet uit de weg gegaan. Ik denk aan genetische aandoeningen, genetische screening, aanleg voor kanker, bescherming van data, informatie -rechten en -plichten, gentherapieën enzoverder.

Het boek doet je goed beseffen hoezeer ons leven bepaald wordt door complexe biochemische processen. Het is overigens een wonder dat die biochemische processen in staat zijn zichzelf te begrijpen en soms zelfs in te grijpen in het eigen gebeuren.

De genetica verbindt ons onverbiddelijk met onze natuur, onze eigen aard, inclusief talrijke kwaliteiten en gebreken. Je kan dit boek niet lezen zonder aan je eigen kwalen en gebreken te denken, ook al wordt de rol van de genetica hier en daar ook wel gerelativeerd. Wat goed gaat in ons leven schrijven we graag toe aan eigen verdiensten; wat fout gaat, kan geheel of gedeeltelijk met genetica te maken hebben. Dit boek kan ons misschien aanzetten tot bescheidenheid en tot mildheid in ons oordeel over anderen (en over onszelf, hetgeen misschien nog het moeilijkst is..). De humor van de cartoons kan ons daarbij helpen.

Ik verwijs ook naar mijn blog: “Ode aan de Geneeskunde”.

dinsdag 28 november 2017

De ongelijke strijd van culturen


Cultuur is een prachtig woord. Maar het gaat alle kanten op als we er een meervoud van maken: culturen. Culturen zijn dan vaak onderwerp van tafelgesprekken: de Westerse cultuur, de Chinese cultuur, de Indische cultuur of de Arabische cultuur, maar ook de Franse of de Vlaamse cultuur. Vaak worden die culturen dan met elkaar vergeleken inzake hun prestaties, hun verfijndheid, hun uitstraling en verdiensten in de wereld. Dat is een heikele onderneming.

Een eerste probleem is dat niet iedereen hetzelfde begrip heeft van de cultuur in het enkelvoud. Voor sommigen gaat het alleen over de zeven kunsten (zoals architectuur, literatuur, muziek,..), maar maken wetenschap en technologie ook niet deel uit van de cultuur? Cultuur is de natuur van de mens; het is wat de mens cultiveert, wat hij opbouwt aan ideeën en vervolgens gestalte geeft. Maar in haar diepste wezen is cultuur niet-materieel – ze speelt zich af in de wereld van de ideeën. Als zodanig horen ook de godsdiensten en de wereldbeschouwingen tot de cultuur, al zullen velen dat ontkennen. (1)

Een tweede probleem is of je culturen voldoende kan onderscheiden. Culturen zijn nooit helemaal geïsoleerd; ze ondergaan wisselwerkingen, en waarschijnlijk steeds meer. Toch kan je nog specifieke eigenheden aan culturen toeschrijven. Dat komt doordat binnen die “cultuur”, de cultuurdragers meer met elkaar samenwerken dan erbuiten. De grotere culturen zijn vaak een lappendeken van kleinere culturen.  Een bijzondere eigenschap van Europa is dat er weliswaar nationale culturen bestaan, maar dat er ook een Europese (nadien Westerse) cultuur bestaat die eigenlijk al tweeduizend jaar lang ideeën uitwisselt (2). Dat was te danken aan de geografie van Europa en aan het communicatie- en handelsnetwerk van de Romeinen, dat de Roomse Kerk bijna naadloos heeft kunnen exploiteren na de vijfde eeuw. Toch bestaat er wel degelijk een eigen ‘Franse’ en een 'Duitse'cultuur.

Maar kan je culturen vergelijken? Een voorsprong in wetenschap en technologie kan je redelijk gemakkelijk meten, en via de economie (3) nemen de kunsten dan gewoonlijk ook een hoge vlucht. Maar wat is dan wel een voorsprong in de 'artes'? Zo heb ik al enkele mensen horen beweren dat de Franse cultuur superieur is tegenover wat zij de “Vlaamse” of Nederlandstalige cultuur noemen. Sommigen hopen daarmee erkend te worden als redder van het vaderland.

Het is wel waar dat een land als Frankrijk met veel inwoners veel boeken kan schrijven gedurende vele eeuwen en de beste daarvan zijn dan inderdaad van een hoge graad van verfijndheid. Maar is het verstandig hier een waarde-oordeel te vellen? Iedere cultuuruiting heeft immers een eigen intrinsiek – heilige waarde. Je kan Vondel niet objectief vergelijken met Molière.

Dat is ook problematisch als we proberen de Westerse cultuur te vergelijken met de Chinese of de Arabische. Je kan weliswaar verwijzen naar de impact van de Westerse cultuur op het wereld-gebeuren maar iedere cultuur heeft een eigen intrinsieke waarde die niet-materieel, zeg maar ‘heilig’ van aard is. Als zodanig is het best geen oordeel te vellen. Onze westerse ‘hegemonie’ is overigens tijdelijk van aard; en alles wijst erop dat we ze kwijtgespeeld hebben aan China.

Maar de wederzijdse kennis en interactie tussen culturen zal toenemen en als zodanig beginnen er zich dan contouren van een wereldcultuur af te tekenen. Sommigen zijn bang van de zogenaamde eenheidsworst maar ik zie niet in hoe dat afbreuk doet aan de bestaande historische culturen. Als je je cultuur graag in stand houdt, moet je daar ook zelf voor zorgen. Maar dat de westerse cultuur in die wereldcultuur nog een rol zal spelen, is vrijwel zeker.

(2)    Meer daarover in het boek “Guns, Germs and Steel” van Jared Diamond
(3)    De moeilijke verhouding tussen cultuur en economie

Foto: genomen in de Sint-Bavokerk van Haarlem, 26 augustus 2016 ©Wim Lahaye

dinsdag 17 oktober 2017

Het gevecht met de tijd


Tijd is het meest raadselachtige begrip dat wij kennen. Niemand kan het helemaal doorgronden. Geen enkele wetenschapper of filosoof kan je zeggen wat het is zonder het begrip direct of indirect opnieuw te gebruiken in zijn definitie. We kunnen alleen zeggen dat we gebeurtenissen kunnen rangschikken in een geheimzinnige dimensie die wij tijd noemen. Het vreemde is dat deze dimensie een “zin” heeft in de wiskundige betekenis van zin, m.a.w. de tijd gaat steeds ‘vooruit’ en nooit ‘achteruit’. Anders dan bij ruimtelijke dimensies, kunnen we niet zomaar reizen in de richting/zin waarin we willen.

Tijd staat in de noemer van elke verandering. Zonder tijd geen verandering en zonder verandering geen tijd. Tijd wordt in de praktijk alleen gemeten aan de hand van toestellen die zeer regelmatige veranderingen tonen; we noemen ze klokken. Maar hoe definieer je regelmatigheid zonder tijd? Je kan een klok alleen controleren door ze te vergelijken met een andere klok, en die moet je dan weer controleren met een andere klok.

Het wordt helemaal moeilijk met tijd als tijd en gelijktijdigheid niet absoluut maar relatief blijken te zijn. Dat zegt de speciale relativiteitstheorie van Albert Einstein. Niet de tijd is constant, maar wel de lichtsnelheid, die blijkbaar een rol speelt in onze ‘relatieve’ tijdsbeleving. Dat is helemaal contra-intuïtief. Maar de atoomklokken aan boord van navigatiesatellieten moeten wel rekening houden met het fenomeen om correct te kunnen werken. Intussen werken natuurkundigen verder aan eenheidstheorieën. Maar het is niet zeker dat die ons gaan helpen in dit "gevecht met de tijd".


Gewone mensen maken graag selfies in het bijzijn van buitengewone mensen. Ze hopen dat dat buitengewone op hen afstraalt en willen zich daarmee situeren in de tijd. In het jaar 1990 maakte ik in Londen deze foto met deze buitengewone man, lang vòòr selfies gebruikelijk werden. U ziet dat mijn frequente heen-en-weer reizen naar het werk een stuk tijddilatatie veroorzaakt heeft.

Maar tijd en verandering werken ook in op de poëtische ziel. Heel mooi in dit verband is het gedicht The Tempest van William Shakespeare.

Full fathom five thy father lies,
Of his bones are coral made,
Those are pearls that were his eyes,
Nothing of him that doth fade,
But doth suffer a sea-change,
into something rich and strange,
Sea-nymphs hourly ring his knell,
Ding-dong.
Hark! now I hear them, ding-dong, bell.


Ref: Sylvia Wenmackers “Atoomklokken hebben hun beste tijd gehad”, Karakter 58, Academische Stichting Leuven.
Ik verwijs ook naar mijn blog: “De Rechtvaardiging van onze Tijd” en naar mijn Engelstalige blog: “You are your time”.

dinsdag 16 mei 2017

Ode aan de wiskunde



De wiskunde is met wiskundige zekerheid de mooiste van alle wetenschappen. Maar men verkrijgt haar duur. Wiskunde is mooi omwille van haar harmonie, haar zekerheid en haar universaliteit. Er bestaat geen wiskunde die alleen in een bepaald land of in een bepaalde cultuur van kracht is. Er bestaan wel fysische wetten waarvan de geldigheid of bruikbaarheid begrensd is tot een bepaald deel van de kosmos. Maar wiskunde is wiskunde. Een wiskundige stelling is waar of ze is niet waar. Wiskunde kan zelfs zekerheden formuleren over waarschijnlijkheden en dat heet dan waarschijnlijkheidsleer of statistiek. Als iedereen een betere vorming in de statistiek zou krijgen, zouden we wellicht minder onzin lezen in de media. Wiskunde heeft ook enorm veel  praktische toepassingen gekregen in de andere wetenschappen en in de toegepaste wetenschappen, met  inbegrip van de informatica. Een hete tak van de wiskunde is de versleuteling of encryptie van informatie, ter bescherming van de privacy.

Er is wel een probleem met wiskunde. Het is een abstract vak, m.a.w. de concepten die ontwikkeld worden, liggen soms ver buiten onze dagelijkse leefwereld. Je hebt dan toch een taal nodig om aan je medemens die concepten uit te leggen. Een vlotte kennisoverdracht in wiskunde vereist vaak talent van twee kanten. Een goede leraar die de concepten helder en beklijvend kan uitleggen en een getalenteerde leerling die de nieuwe concepten snel begrepen heeft. Wiskunde is wellicht de wetenschap die het meest veeleisend is voor leraar en leerling. Ze vergt belangstelling, concentratie en oefening, maar helaas voor sommigen vergt ze ook een zeker talent. Wiskunde is moeilijk maar niet meedogenloos. Alleen mensen kunnen meedogenloos zijn als ze zich niet kunnen verplaatsen in de huid van wie het moeilijk heeft.

In Karakter 57, het tijdschrift van de Academische Stichting Leuven, schreef Stefaan Vaes een artikel met als titel: “ABC-conjectuur: niet op een-twee-drie bewezen”. Ik werd met verstomming geslagen bij het lezen van de laatste nieuwe ontwikkelingen in dit domein. Een conjectuur is een vermoeden in de wiskunde. Het is een stelling waarvan wiskundigen vermoeden dat ze waar is, maar waarvoor een bewijs nog niet geformuleerd werd. De stelling van Fermat genoot enkele jaren geleden nogal wat belangstelling omdat het eeuwen geduurd had om ze te bewijzen. Nu blijkt dat de stelling van Fermat volgt uit een bijzondere versie van de zogenaamde "ABC conjectuur". De complexiteit van een eventueel bewijs van deze conjectuur gaat zover dat slechts een handvol specialisten nog in staat is de ontwikkelde theorieën te begrijpen. Sommige professoren wiskunde besteden hun ganse leven aan een bepaalde thematiek. Het wordt dan zo moeilijk dat zelfs de besten niet meer met zekerheid kunnen bepalen wie er gelijk heeft.

Een mens is eindig, maar gelukkig is er nog de wiskunde....