Dit is een boek dat iedereen zou moeten lezen. Twee
professoren aan de KU Leuven, Pascal Borry en Gert Matthijs hebben hier een bevattelijk
boek geschreven over de genetica en de “ethica” van de genetica. De genetica
als wetenschap genereert zoveel ethische vraagstukken dat je die genetica
inderdaad bijna niet van haar ethiek kan losmaken. Het boek is niet alleen
bevattelijk en helder, maar ook boeiend en humoristisch, dankzij de vele
cartoons die erin opgenomen werden.
Die humor is zeer welgekomen, want genetica is een gevoelig
onderwerp en moeilijke thema's worden niet uit de weg gegaan. Ik denk aan
genetische aandoeningen, genetische screening, aanleg voor kanker, bescherming
van data, informatie -rechten en -plichten, gentherapieën enzoverder.
Het boek doet je goed beseffen hoezeer ons leven bepaald
wordt door complexe biochemische processen. Het is overigens een wonder dat die
biochemische processen in staat zijn zichzelf te begrijpen en soms zelfs in te
grijpen in het eigen gebeuren.
De genetica verbindt ons onverbiddelijk met onze
natuur, onze eigen aard, inclusief talrijke kwaliteiten en gebreken. Je kan dit
boek niet lezen zonder aan je eigen kwalen en gebreken te denken, ook al wordt
de rol van de genetica hier en daar ook wel gerelativeerd. Wat goed gaat in ons
leven schrijven we graag toe aan eigen verdiensten; wat fout gaat, kan geheel
of gedeeltelijk met genetica te maken hebben. Dit boek kan ons misschien
aanzetten tot bescheidenheid en tot mildheid
in ons oordeel over anderen (en over onszelf, hetgeen misschien nog het moeilijkst is..). De humor van de cartoons kan ons daarbij
helpen.
Ik verwijs ook naar mijn blog: “Ode aan de Geneeskunde”.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten