woensdag 14 oktober 2015

De magie van plekken


Mijn dochter confronteert me elke dag met mijn gebrek aan reisambitie aan de hand van een mooie poster: “101 Places you need to see before you die". Op die poster vind je de Eifeltoren, de Piramiden, de Golden Gate brug, enzoverder. Ze heeft ze allemaal wel gezien op TV of internet maar het zou toch de moeite lonen die 101 plaatsen ook echt te bezoeken in dit aardse leven. Het is zelfs leuker dan ooit want je kan op die plaatsen mooie selfies maken en intussen kijken naar de selfies van je vrienden die op dat moment soortgelijke plaatsen bezoeken. Op Facebook kan je nu al zien wie waar geweest is.

Plaatsen zijn inderdaad veel meer dan GPS coördinaten. In combinatie met tijd kunnen plaatsen een belangrijke betekenis krijgen in ons leven. Voor de oude Grieken was Delphi een bijzondere plaats. Als je een man van aanzien was, kon je naar Delphi gaan om het orakel te raadplegen en vanaf dan was je leven nooit meer hetzelfde. In de Middeleeuwen ging je als pelgrim naar Jeruzalem of Santiago de Compostella om in de voetsporen te treden van Jezus of Sint-Jacob. Als moslim ging je eenmaal in je leven naar Mekka. Al deze bedevaartsoorden worden vandaag meer bezocht dan ooit voorheen in de geschiedenis.

In de tijd van de Romantiek gingen kunstenaars als Lord Byron naar Griekenland en Italië om de mooiste plekjes uit te zoeken en bekend te maken aan het thuisfront. In de 19de eeuw begon de Engelse aristocratie te reizen, eerst met gezondheidsredenen als excuus, daarna zonder blikken of blozen. Zo ontstond geleidelijk de mythe van de breeddenkende reiziger. Reizen werd steeds meer een manier om cultuur op te snuiven. Wie thuisbleef was een arme stakkerd die niets kon weten over de echte wereld, een bekrompen boer wiens lot het was op één niet-magische plek te moeten blijven.

Dat is vandaag enigszins anders. Het toerisme is een grootschalige industrie geworden. Je kan nu gaan waarheen en wanneer je maar wil. Vandaag ben je niet meer van deze wereld als je niet minstens 50 van de 101 plaatsen bezocht hebt: de Acropolis, de Piramiden, het Vrijheidsbeeld, de Taj Mahal, de Chinese Muur en noem maar op. Je kan niemand nog verrassen met een plaats die je zelf echt wel uitzonderlijk vindt. Maar een interessante vraag is of wij professionele globetrotters echt wel ruimdenkender zijn dan de sukkelaars die moeten thuisblijven? En wat te denken van een van de meest ruimdenkende intellectuelen aller tijden, Immanuel Kant, die zowat zijn hele leven in zijn geboortestad Koningsbergen gebleven is? De man wist alles over de toenmalige wereld, hij las boeken en reisde met zijn geest door de wereld.

En is het wel realistisch dat we zoveel magische plekken bezoeken? Veronderstel dat 500 miljoen Europeanen éénmaal in hun leven de Taj Mahal moeten zien. Voeg daarbij 300 miljoen Amerikanen, een miljard Chinezen en een miljard Indiërs. Veronderstel dat het nog even duurt voor alle Zuid-Amerikanen en Afrikanen komen. Het is duidelijk dat onze magische plekken dit niet op een duurzame manier kunnen dragen. Als je het Guell park in Barcelona al  bezocht hebt, dan weet je dat de bezoekbaarheidslimieten allang bereikt zijn op veel plaatsen.

Misschien moeten we onze reiswoede een beetje temperen. Niet elke plek hoeft even belangrijk te zijn voor iedereen. Misschien is jouw magische plek geen toeristische bestemming. Zou het niet leuker zijn als niet iedereen de piramiden al bezocht had? Je kan een paar plaatsen onbezocht laten om nog wat reishonger over te houden voor later; gulzigheid is nog altijd een hoofdzonde. We moeten wat bescheidener worden en dat is de enige manier om onze magische plekken ook magisch te houden.

Ik verwijs ook naar mijn Engelse blog: “Travelling is a privilege”.

Inspiratie voor deze blog werd gevonden uit "De magie van plekken" , Gert-Jan Hospers in het tijdschrift Karakter van de Academische Stichting Leuven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten