dinsdag 1 april 2025

De Hertogen van Brabant

Alweer een boeiend en rijk geïllustreerd boek van Edward De Maesschalck, ditmaal over de geschiedenis van Brabant, met zijn dynastieën van graven en hertogen. Het boek is uitgegeven bij Sterck en De Vreese. De geschiedenis van Brabant en zijn hertogen is wat minder bekend dan die van de graven van Vlaanderen en de Bourgondische vorsten.

Brabant bleek zich als onderdeel van het Heilige Roomse Rijk bijzonder succesvol ontwikkeld te hebben in een spanningsveld tussen Vlaanderen, Frankrijk en het prinsbisdom Luik. De handelsroutes over land tussen de Schelde-, Maas- en Rijnsteden waren daarbij toenemend belangrijk. Dit stukje geschiedenis laat de Leuvenaar niet onberoerd, want het is leuk te weten wiens grafmonument in de Sint-Pieterskerk te vinden is of waar de kleuren rood-wit-rood van het stadswapen vandaan komen.

Brabant zou bijzonder geavanceerd geweest zijn wat betreft 'democratische' machtsverhoudingen tussen de hertog en de machtsdragers in de steden. Samen met de frequente oorlogsomstandigheden stond dat garant voor een hertog met een chronisch geldgebrek. Maar het boek bevat zoals verwacht ook enkele pittige details. Je leert in dit boek iets over de oorsprong van het Sneeuwwitje verhaal, alsook over de oorsprong van het lied Harbalorifa dat hertog Jan de Eerste gezongen zou hebben en dat we ook zelf wel eens gezongen hebben op de lagere school.

Ik verwijs ook naar mijn blogs Oranje tegen Spanje, het Strijdtoneel van Europa en Historische canon van Leuven.

dinsdag 18 maart 2025

Hoop in heldere dagen


In zijn briljante film ‘Clockwise’ voert John Cleese het personage op van schoolhoofd Brian Stimpson. Deze wordt met de meest onmogelijke tegenkantingen geconfronteerd wanneer hij op weg gaat naar de toespraak van zijn leven, een toespraak waar hij kost wat kost op tijd wil komen. Op een bepaald ogenblik beseft hij dat het hem misschien niet zal lukken, en dan kan hij daar enigszins in berusten. Maar dan gebeurt er iets nieuws dat hem weer doet denken dat het toch nog kan lukken. In zijn aller diepste ellende zegt hij dan: “It is not the despair, Laura. I can stand the despair. It's the hope!”.

Hoop is inderdaad onverwoestbaar en hoop laat je ook nooit met rust. Hoop blijft altijd mogelijk daar waar het verlangen heel sterk is maar waar het rationele geloof volledig moet afhaken omdat het doel onbereikbaar is. Er zijn talrijke situaties in het leven waar dat het geval is. Mensen kunnen zelfs hoop koesteren om dierbare overledenen terug te zien. Die onbegrijpelijke hoop zien we ook terugkeren in het verhaal van de Gedaanteverandering, een onmogelijke ontmoeting met mythische figuren. We vangen er een glimp op van een ondenkbare hemelse heerlijkheid. Het kan misschien niet, maar de hoop is er en ze doet ons leven.

De hoop wordt met haar symbool, het anker, uitgebreid in de aandacht gebracht in de liturgie van het jubeljaar 2025. Beluister dit mooie lied Vlam van liefde, hoop die ons doet leven.

Ik verwijs ook naar mijn blog Hoop in donkere dagen en naar mijn 2025 new year resolution Poise, Bravery, and Hope.

Ter nagedachtenis van mijn nonkel Jan Van Hoof, die op 19 maart 2025 overleden is.

Foto: allegorische voorstellingen van geloof en hoop in de kerk van de ongeschoeide karmelieten te Gent 2024 ©Wim Lahaye

dinsdag 11 maart 2025

Humor in de grote verdrukking


Lachen we minder dan vroeger? Op het werk is het lachen ons wel vergaan. Op andere plekken kan het soms nog wel, maar wat Jupiter mag, is daarom nog niet toegelaten voor een gewoon rund. (Quod licet Iovi, non licet bovi.) Lachen is bedreigend geworden. Een zekere paranoia heeft zich van ons meester gemaakt. Lachen wordt nu geassocieerd met uitlachen en pesten. Lachen is de voorbode van het concentratiekamp geworden.

In verband met de verdrukking van humor, wijzen rechts-conservatieve kringen wel eens met de vinger naar de ‘linkse’ woke beweging. Maar de woke beweging wijst wel terecht op bestaande gevaren. De woke beweging is niet tegen humor maar wil vooral de sterken ontraden om te lachen met de zwakkeren. Daar is iets voor te zeggen. Meerderheden lachen best niet met minderheden als op die manier een hellend vlak naar geweld kan afgegleden worden. Moeten de zwakkeren dan wel kunnen lachen met de sterkeren? Dat gaat tot frustraties leiden. De sterke heeft ook humor nodig om zijn eigen frustraties en zwakke momenten enigszins de baas te blijven. Woke moet ook rekening houden met de verzwakte positie van de sterken of van al wie blijkbaar toch behoefte heeft aan humor in een wereld vol ongerechtigheid, een wereld die niemand van ons werkelijk zo gekozen heeft. (Maar waar we wel veel harder aan zouden kunnen werken voor alle duidelijkheid.)

Maar humor volstaat niet om grote ongelijkheden aan te kunnen, misschien wel om tijdelijk oncomfortabele toestanden te kunnen verdragen. Hoewel, is de Britse humor misschien een bijproduct van een uitgesproken standenmaatschappij vol onderhuidse spanningen? Humor is zeker een sociale vaardigheid, in die zin vergelijkbaar met hoffelijkheid en vriendelijkheid. Humor is de olie in de motor van onze maatschappij. Maar als die motor sputtert, dan ligt dat nog niet noodzakelijk aan de kwaliteit van de olie... Laten we humor cultiveren, maar niet zonder de nodige medemenselijkheid en de nodige fijnzinnigheid.

Ik verwijs ook naar mijn blogs Competitie in ongelijkheid en het Golem effect.

Deze blog is voor Jan Van Hoof †, een nonkel die bekend stond voor zijn humor.

Foto: de flaneur, standbeeld op Lange Voorhout, Den Haag, maart 2017 ©Wim Lahaye

dinsdag 4 maart 2025

De bikkelharde concurrentie van opportuniteiten


Opportuniteiten zijn alomtegenwoordig. Ons pad ligt bezaaid met opportuniteiten. Voor onze loopbaan krijgen we dagelijks opportuniteiten aangeboden op LinkedIn. Wil je niet meteen van baan veranderen dan kan je je misschien aanmelden voor de talrijke evenementen die als opportuniteiten aangeboden worden. Misschien kreeg je opportuniteiten in de schoot geworpen om te gaan reizen, hetzij voor het werk, hetzij privé met familie of vrienden. Als consument krijg je talloze nieuwe producten en diensten aangeboden. Misschien moet je wel eerst het juiste appje downloaden en daarvoor moet je wel eerst het juiste operating systeem hebben en daarna een nieuwe account aanmaken maar als je doorzet, kom je er wel.

Kortom we worden dagelijks bestookt met prikkels die ons vertellen dat het paradijs binnen handbereik ligt. Onze agenda's zijn zo goed gevuld dat we onszelf telkens weer wijsmaken dat een voorgestelde opportuniteit uniek is en absoluut niet te versmaden, eeuwige spijt zou ons te wachten staan. De keuzes die we moeten maken, zijn verscheurend. Opportuniteiten kunnen ons naar dilemma’s en keuzestress voeren. Ze gunnen ons geen rust. Maar in werkelijkheid verschillen opportuniteiten slechts in kleine details en lijken ze alleen maar uniek.

Sommige opportuniteiten zijn eerder valkuilen. We kennen de ware kostprijs niet en we kennen de ware opbrengst niet. Mooie opportuniteiten worden vaak vernietigd door nieuwe mooie opportuniteiten. In deze "alles-kan" maatschappij is het verzaken aan opportuniteiten even belangrijk geworden als het ingaan op opportuniteiten. Aswoensdag is een jaarlijks terugkerende opportuniteit om wereldse opportuniteiten te relativeren. Ik verwijs ook naar mijn Engelstalige blog FOMO - Verpassungsangst.

Image by Gerd Altmann from Pixabay

dinsdag 4 februari 2025

Onverwelkbare Wijsheid

“Sapientia Immarcescibilis”, onverwelkbare wijsheid is wat de Leuvense Universiteit nu al zeshonderd jaar mag cultiveren, en dit voor de stad, voor het land en voor de wereld.

Daarbij wordt nogal eens nadruk gelegd op het intellectuele vernuft, op loepzuivere rationaliteit en op de talrijke realisaties, maar misschien komt de zegen van de universiteit vooral voort uit het cultiveren van een wetenschappelijke attitude, waarbij ik graag nadruk leg op attitude.

Want goede wetenschapsbeoefening is vooral gediend met een houding van bescheidenheid. Goede wetenschappers nemen hun wensen niet voor werkelijkheid. Ze kunnen het ego wegcijferen. Ze kijken onbevangen, vol ootmoed naar wat we nog altijd de schepping mogen noemen. Die schepping bestaat uit natuur en cultuur, uit wat de mens ontving en uit wat de mens zelf opbouwde. Het bracht ons exacte en humane wetenschappen, maar de universiteit leeft ook van haar interdisciplinariteit.

Goede wetenschappers cultiveren een houding van openheid en intellectuele eerlijkheid. Zij kunnen de waarheid erkennen aan de hand van concrete bevindingen, ook als die waarheid niet direct overeenkomt met eigen verwachtingen of wensen. Wie fouten maakte of successen boekte is daarbij minder belangrijk dan de ontdekking van de waarheid zelf. Integriteit is altijd belangrijker dan competentie omdat de afwezigheid van integriteit elke vorm van competentie in de weg staat.

De onverwelkbare wijsheid komt eigenlijk voort uit die bescheiden houding van intellectuele integriteit. Het is onze beste waarborg tegen dweperij, dictatuur en achterlijkheid. Het is die attitude die van de universiteit een licht voor de volken maakte en laten we hopen dat het nog lang mag schijnen.

Ik verwijs ook naar mijn blogs: Wetenschap als roeping en  Onderwijs, cultuur en deugdzaamheid.

Afbeelding 1: Stichtingsbul reproductie van KU Leuven

Afbeelding 2: Universiteitshal Leuven (bron is me niet meer bekend)

dinsdag 28 januari 2025

De Klimaatschok

In wetenschappelijke kringen staat de klimaatverandering -door menselijke hand- al lang niet meer ter discussie. Meer nauwkeurige waarnemingen en berekeningen zijn natuurlijk altijd wenselijk, maar het is onwaarschijnlijk dat die de overduidelijke bevindingen zullen corrigeren. Nieuwe politieke heersers  kunnen die bevindingen niet veranderen. Maar in de sociale media is de klimaatverandering meer dan ooit een gepolariseerd thema. Iedereen zou nochtans gewoon het boek van Geert Noels, Kristof Eggermont en Yanaika Denoyelle kunnen lezen.

Voor ons land blijkt de transitie van een fossiel-koolwaterstof gebaseerde economie naar een CO2-neutrale economie misschien niet eenvoudig, maar toch haalbaar te zijn. De auteurs hebben in dit boek alle mogelijke maatregelen in kaart gebracht en becijferd.

De maatschappelijke discussie draait bijna altijd rond twee vragen die de wetenschap misschien ook nog niet 100% kan oplossen. Hoe dringend is dit? En daarmee samenhangend: wie zal dat betalen? Klimaatontkenners en klimaatsceptici zijn vooral bang voor kosten en comfortverlies. Men verliest nogal snel uit het oog hoeveel opbrengsten zo'n transitie kan opleveren in de vorm van directe besparingen maar ook in de vorm van innovatieve technologieën die ons leven verbeteren (minder file en minder geluidsoverlast bijvoorbeeld).

Wachten tot anderen het probleem oplossen kan economisch nadelig uitvallen. In het boek wordt wel terecht gewag gemaakt van het matteüseffect, de vaststelling dat klimaatsubsidies en overeenkomstige ecologische besparingen vaak terechtkomen bij de beter begoeden. Maar het is ook aan hen om het voortouw te nemen in de nodige verandering.

Dit boek is een zeer aan te raden ‘no-nonsense’ boek over de klimaattransitie. Ik verwijs ook naar mijn blogs Tantus labor non sit cassus, Voedselkilometers en Econoshock 2.0.

dinsdag 14 januari 2025

Iedereen aan 't werk!

In dit uitmuntend boek* doet Jan Denys het relaas van vijftig jaar arbeidsmarktbeleid in ons land. De rode draad is het streven naar volledige werkgelegenheid, wat neerkomt op een lage werkloosheid en een hoge werkzaamheidsgraad in de diverse lagen van de bevolking. Merkwaardig is dat ons land deze doelstelling steeds dichter benadert, zij het als reus met lemen voeten.

Als iedereen aan het werk is, zijn daarom nog niet alle problemen opgelost. Beschikbaar werk en beschikbaar geld lopen niet altijd gelijk. Meer en langer werken brengt niet evenredig meer geld in de lade. Globaal zal de productiviteit van de werkenden moeten stijgen om alles betaalbaar te houden. En dan is er nog werk aan 'de kwaliteit van werk'. En aan de fiscaliteit natuurlijk.

Jan Denys durft oude verworvenheden in vraag stellen. Zo zijn er nog steeds de grote ontslagvergoedingen die hun doel missen in een arbeidsmarkt van grote werkgelegenheid. Vaak beschermen ze net de minst kwetsbaren, terwijl de meest kwetsbaren er vaak geen recht op hebben.

Dit boek corrigeerde mijn beeld van het politiek beleid in dit domein. Mijn beeld was dat de politiek wat aanmodderde tussen belangen van werkgevers en vakbonden, maar dat de arbeidsmarkt vooral de speelbal was van economische conjunctuur en demografische ontwikkelingen. Dit boek toont aan dat de opeenvolgende ministers van werk wel degelijk, zij het met wisselend succes, een invloed gehad hebben op de evolutie van onze arbeidsmarkt. Het blijkt ook dat België zonder de EU wellicht veel minder vooruitgang zou geboekt hebben in het behalen van de arbeidsmarktdoelstellingen.

De auteur pleit ervoor om collectieve en individuele ontslagen te dedramatiseren. De werkzekerheid bestaat niet in de continuïteit van een enkele job, maar in de continuïteit van de verworven competenties. Onze economie zou minder moeten inzetten op onvoorbereide ontslagen en meer op geleidelijke job transities. Het zou kunnen leiden tot een ontslagvrije samenleving.

Dit boek verschaft een maatschappelijk inzicht in een domein waarvan de media vooral de conflicten uitvergroten. Het bevat veel expertise maar is toch toegankelijk. Het zou verplichte lectuur moeten zijn voor onze beleidsmakers en misschien ook voor hun talrijke critici. Nooit gedacht dat een magnum opus over arbeidsmarktbeleid zo interessant kon zijn.

We blijven dus zwoegen in dit tranendal. Ik verwijs ook naar mijn blogs “Zie ons doen” en “Knelpuntberoepen structureel ondergefinancierd”.

(*) Uitgegeven bij Ertsberg